'De opstand in Kosovo is geen intifadah'

BRUSSEL, 28 febr. - 'Als Servie probeert Kosovo opnieuw te bevolken met Serviers en Montenegrijnen, dan zal dat leiden tot een oorlog, niet alleen in Kosovo, maar in heel Europa. Zo zie ik dat.' De blik in de ogen van Kadriagi Rizah (51), lid van het Comite voor de Verdediging van de Mensenrechten in Kosovo, is donker, zijn gebaren onderstrepen de zwaarte van de dreiging. We zitten aan de met plastic beklede tafel in het sterfhuis van Enver Hadri, de 48 jaar oude architect en activist voor de mensenrechten die afgelopen zondag met een schot door het hoofd werd vermoord toen hij om half vijf 's middags in de auto voor een stoplicht stond te wachten.

Hadri had die dag een bezoek gebracht aan het graf van zijn vorig jaar overleden moeder. Ze ligt begraven op het Albanese kerkhof bij Charleroi, waar Hadri zelf zaterdag wordt bijgezet. Vlak voordat hij zijn huis had bereikt in de Brusselse deelgemeente St. Gilles werd Hadri vanuit een links van hem staande Golf doodgeschoten.

De bel van het ietwat vervallen herenhuis in de rue d'Albanie rinkelt bijna onophoudelijk. Leden van de Albanese minderheid in Belgie komen hun rouwbeklag betonen aan de weduwe van Hadri en zijn vier kinderen. Hadri was een gedreven intellectueel. In 1941 in Pec, in Kosovo geboren, kwam hij veertien jaar geleden naar Belgie, waar hij de status van politiek vluchteling kreeg. In 1981 zette hij het Comite voor de Verdediging van de Mensenrechten in Kosovo op, in de tijd dat in die Joegoslavische provincie de roep om de status van republiek het hevigst was en de ongeregeldheden met veel machtsvertoon van het leger werden onderdrukt.

In 1985 ontmoette Hadri Hanna Ebeling, een taalkundige medewerker bij het Europese Parlement, die hem sindsdien bijstond bij het organisatorische werk van het Comite en die onder de indruk is geraakt van het lot van de Albanezen in de diaspora, 'een vergeten minderheid zonder lobby', zoals ze zegt.

Belgie was in het verleden altijd tolerant tegenover immigranten en daardoor is in de loop van de tijd de Albanese bevolkingsgroep in Belgie uitgegroeid tot ongeveer 15.000 mensen. De meerderheid van hen, zeker tweederde deel, is afkomstig uit Kosovo, de overigen komen uit Albanie zelf. In beide gevallen gaat het vooral om politieke vluchtelingen.

De eerder genoemde Kadriagi Rizah kwam bijvoorbeeld in 1974 naar Belgie, nog voor de Joegoslavische grondwetsherziening die ervoor zorgde dat Kosovo een autonome status kreeg. 'Ik heb meer dan vijf jaar in de gevangenis gezeten omdat ik alleen maar mijn mond opendeed', zegt Rizah, die zijn hele leven lang al werkloos is.

Radoniqi Agim (38) kwam in 1973 naar Belgie en is metselaar. Hij ontkent dat de Serviers, zoals hun klacht luidt, door de Albanezen in Kosovo worden weggepest. 'Wij hadden Servische buren en er waren nooit moeilijkheden', herinnert hij zich.

Separatisme

Hanna Ebeling ridiculiseert de twee belangrijke verwijten die de Serviers de Albanezen in Kosovo maken: in de eerste plaats dat zij uit zouden zijn op separatisme en zich willen aansluiten bij Albanie. 'Dat is natuurlijk te idioot om waar te zijn. Het zou zoiets zijn alsof de bewoners van de Bondsrepubliek zich zouden willen aansluiten bij een door de DDR geleide staat.'

'Het tweede argument, namelijk dat de Albanezen in Kosovo zouden zijn aangestoken door het islamitische fundamentalisme en dat in Kosovo een soort 'intifadah' zou woeden, slaat ook nergens op. Islamitisch fundamentalisme doet het natuurlijk goed om het Westen angst aan te jagen, maar de islam is helemaal geen integrerend deel van de Albanese religieuze bagage. De Albanezen zijn tijdens de overheersing door de Turken met geweld geislamiseerd. Van de 1,7 miljoen Albanezen in Kosovo is tweederde deel islamitisch, maar een derde is orthodox of katholiek. De echte godsdienst van de Albanezen is het 'albanisme'.' Mevrouw Ebeling is ervan overtuigd dat de moordaanslag op Hadri het werk is geweest van de Joegoslavische geheime dienst, de UDBA, of in elk geval van Servische elementen daarin. 'Het werk van Enver moet door de Serviers als een grote bedreiging zijn ervaren. Hij heeft kortgeleden een ontmoeting gehad met mevrouw Mitterrand en met instanties van de Europese Gemeenschap waaraan hij zijn rapport over de schending van de mensenrechten in Kosovo heeft overhandigd.' Het comite van Hadri organiseerde bovendien herhaaldelijk stille demonstraties bij de Joegoslavische ambassade in Brussel en voor het Europese Parlement in Straatsburg en richtte zich tot de EG met het verzoek om alle economische hulp aan Joegoslavie op te schorten en 'alles in het werk te stellen om aan het bloedige bewind van Slobodan Milosevic (de Servische president, red.) een einde te maken'. Zes maanden geleden ontving Hadri de eerste anonieme dreigbrieven, hij stelde de Belgische autoriteiten daarvan op de hoogte, schreef minister Eyskens van buitenlandse zaken over de situatie van de Albanezen in Kosovo, maar kreeg nooit antwoord. Na de moord op Hadri vraagt het comite zelfs aan Belgie zijn ambassadeur in Belgrado terug te roepen en de Joegoslavische ambassadeur terug te sturen.

Een woordvoerder van het Belgische ministerie van justitie zei vanmorgen dat er nog geen enkel spoor van de daders is en dat deze in verschillende richtingen worden gezocht. Hanna Ebeling is daarover niet erg optimistisch: 'Het zal wel weer uitgelegd worden als een onderlinge afrekening. Tenslotte zijn er onder de Albanese emigranten in Brussel verschillende stromingen, van royalisten tot fascisten en communisten. En elke geheime dienst probeert tussen die groepen tweedracht te zaaien.'

Over de toekomst van het comite is zij ook somber: 'Enver beschikte over veel charisma en wist de tegenstellingen onder de Albanese emigranten te overbruggen. Hij was een echte democraat'.

    • Frits Schaling