DDR KRIJGT D-MARK NIET VOOR NIETS

In korte tijd is een Duitse monetaire unie in West-Duitsland van economisch 'echt onzinnig' tot politiek 'absoluut noodzakelijk' gebombardeerd. De Oostduitse minister van economische zaken drong nog aan op een referendum in de DDR en president Pohl van de centrale Bundesbank vond het veel te vroeg. Maar Kohl had haast en in korte tijd gingen alle betrokkenen overstag. De Bundesbank is druk doende een reele wisselkoers voor de Ostmark te berekenen. De verantwoordelijkheid voor het monetaire beleid zal berusten bij de Bondsrepubliek, stelt dr. H. Tietmeyer, lid van het bestuur van de Bundesbank.

Z elfverzekerd en geirriteerd door het buitenlandse wan trouwen maakt West-Duitsland zich op voor de economische inlijving van de Duitse Democratische Republiek. Natuurlijk zijn er risico's. Maar in Frankfurt, het financiele hart van de Bondsrepubliek, overheerst het vertrouwen in de Westduitse economische kracht. West-Duitsland is heel goed in staat om het verloren gebied achter de Elbe zonder schokken in de markteconomie te integreren.

Vooruitlopend op de komende hervormingen hebben de grote Duitse banken al hotelkamers gehuurd in de Oostduitse steden voor hun vertegenwoordigers die nu nog geen kantoren mogen openen of zaken mogen doen. Ze worden overstelpt met verzoeken om informatie. 'De vraag uit Oost-Duitsland naar informatie is niet te stillen. Onze publicaties over kredietverlening en over ondernemingen in Europa worden met vrachtauto's tegelijk naar de DDR gebracht', vertelt Peter Dietlmaier, een woordvoerder van de Commerzbank.

Het Duitse bedrijfsleven staat in de startblokken om in de DDR te investeren, zodra de hervormingen na de verkiezingen van 18 maart op gang komen. Want zoveel is duidelijk: de monetaire eenwording, het gebruik van de D-mark als betaalmiddel in de DDR, kan niet plaatsvinden zonder aanpassingen van de Oostduitse economie, een prijshervorming en de invoering van het juridische kader van het kapitalisme. Particuliere ondernemingen zullen het grootste deel van de investeringen in de DDR voor hun rekening nemen. Alleen voor de financiering van de sociale uitkeringen, de modernisering van de infrastructuur en milieumaatregelen zal de Westduitse overheid opdraaien. 'Er is misschien een klein beetje ruimte om het begrotingstekort te laten oplopen, maar extra overheidsuitgaven moeten binnen de begroting worden gecompenseerd. De regering is niet van plan om de belastingen te verhogen', zegt dr. Hans Tietmeyer, lid van de directie van de Bundesbank, de Westduitse centrale bank, en tot voor kort staatssecretaris van financien. Hij verwacht dan ook geen dramatische gevolgen voor de Duitse inflatie. 'Het monetaire beleid zal er op gericht zijn om inflatie te voorkomen. Het begrotingsbeleid moet terughoudend blijven. Dan hoeft er geen hogere inflatie te komen.' Volgens Tietmeyer is de particuliere markt heel goed in staat om kapitaal vrij te maken voor investeringen in de DDR. 'Onze kapitaalexport moet tot op zekere hoogte van richting veranderen. Het kapitaal voor de DDR moet trouwens niet alleen uit de Bondsrepubliek komen, maar ook uit andere Europese landen', meent hij.

Kapitaal

De afgelopen twee jaar heeft West-Duitsland ter waarde van 120 miljard D-mark in het buitenland geinvesteerd. Zonder grote problemen kan een deel daarvan naar de DDR en andere Oosteuropese landen worden verlegd, menen bankiers in Frankfurt. Met besparingen van ruim 170 miljard D-mark in 1989 en naar schatting 190 miljard D-mark dit jaar, is in de Bondsrepubliek meer dan genoeg kapitaal beschikbaar. 'Dit jaar zal maximaal tien miljard D-mark in de DDR worden geinvesteerd', meent dr. Norbert Walter, top-econoom van de Deutsche Bank. De directe investeringen in de DDR zullen geleidelijk oplopen naar maximaal dertig miljard D-mark per jaar.

Walter ergert zich aan de opwinding in de internationale financiele markten over de inflatiegevolgen van de aangekondigde monetaire unie tussen de twee Duitse staten. 'In Groot-Brittannie en de Verenigde Staten - landen met een dubbele of drievoudige inflatie vergeleken met de onze en met een lagere groei - maakt men zich plotseling bezorgd over de 'galloperende inflatie' in de Bondsrepubliek', stelt hij ironisch vast. De inflatie, in januari 2,7 procent, daalt al een aantal maanden in West-Duitsland en zal over heel 1990 naar verwachting niet boven de drie procent uitkomen.

De inflatievrees kan volgens Walter gedempt worden omdat zich in de wereldeconomie toch al conjunctuurverschuivingen voordoen. De groei in de Amerikaanse en Britse economieen neemt af zodat ruimte ontstaat om ijskasten en auto's naar de hongerige consumentenmarkt van de DDR te kanaliseren. 'Zuid-Korea kan zijn tv-toestellen, die het niet meer in de VS afzet, straks mooi aan de DDR kwijt', zegt hij.

Uit vrees dat de monetaire eenwording tot inflatie zal leiden, zijn de Westduitse obligatiekoersen de afgelopen weken gekelderd. De Duitsers zien daarin de hand van de Londense termijnhandel in obligaties, LIFFE. Yuppies van twintig jaar in de City, die niets van het Duitse stabiliteitsbeleid weten, hebben de Duitse rente omhoog gejaagd en daarmee de obligatiekoersen - die omgekeerd zijn aan de rente - laten duikelen. De ergernis hierover in Frankfurt is groot: 'Er is geen enkele reden voor dergelijke paniek', zegt de woordvoerder van de Commerzbank. 'Een vooroordeel van Londen', schampert Walter van de Deutsche Bank. 'In Frankfurt is geen termijnmarkt in Duitse obligaties. Die markt wordt in Londen gemaakt', verduidelijkt Rolf Schneider, econoom van de Dresdner Bank.

Absolute macht

De zegslieden van deze drie grote particuliere banken tonen een onbegrensd vertrouwen in het beleid van de centrale Bundesbank. 'De Bundesbank zal heus niet met blauwe ogen geld gaan uitdelen in de DDR', zegt Schneider. 'De Bundesbank doet alleen maar met de monetaire unie mee als ze het alleenrecht en de absolute macht op monetaire gebied krijgt in de DDR.'

Dietlmaier verzekert: 'Karl-Otto Pohl zal nooit een populistisch monetair beleid voeren.' De Bundesbank, met Pohl aan het hoofd, heeft een traditie hoog te houden als bestrijder van inflatie en verdediger van de D-mark. 'We zijn verbaasd over geluiden dat de D-mark in de toekomst zwakker zou kunnen worden', zegt Bundesbank-directeur Tietmeyer. 'Wij verwachten dat niet. Wij hebben duidelijk gemaakt dat het beleid van de Bundesbank niet zal veranderen. Op de langere termijn verwachten we zelfs een versterking van de D-mark.' De gezamenlijke commissie van de DDR en de Bondsrepubliek om de monetaire unie voor te bereiden, is vorige week begonnen. Tegenover de ethisch gemotiveerde hervormers aan DDR-kant zitten de technocraten uit West-Duitsland, met een zware vertegenwoordiging van de Bundesbank. Zolang de onderhandelingen duren, geeft niemand commentaar over de manier waarop de Ostmark precies zal worden vervangen door de D-mark en welke omrekeningskoers hierbij zal worden gebruikt. 'De Bundesbank heeft zich afgemeld. Daar heerst absolute stilte. Er is geen enkel contact met de buitenwereld, zelfs sociale ontmoetingen zijn afgezegd', vertelt Walter van de Deutsche Bank.

Bundesbank-directeur Tietmeyer geeft wel een inzicht in de uitgangspunten van de Westduitse centrale bank. 'De officiele invoering van de D-mark in de DDR zal betekenen dat de DDR zijn onafhankelijkheid op monetair gebied zal verliezen. De verantwoordelijkheid voor het monetaire beleid zal dan berusten bij de Bondsrepubliek', zegt hij.

Tietmeyer beklemtoont dat de DDR de D-mark niet voor niets krijgt. Er zal een commercieel banksysteem in de DDR opgezet moeten worden en in geen geval mag er een directe band bestaan tussen de begroting en het monetaire beleid. 'Het begrotingstekort zal niet gefinancierd worden door geld te scheppen', verzekert hij.

Bankroet

Eerst moet meer informatie over de Oostduitse economie boven tafel komen. Tietmeyer: 'We kennen de werkelijke economische situatie in de DDR niet. We kennen slechts een beperkte hoeveelheid statistieken maar die zijn verouderd. We hebben bij voorbeeld nog geen balans gezien van de Staatsbank, de Oostduitse centrale bank. We kennen het begrotingstekort van de DDR niet en weten niet hoe dat gefinancierd wordt.' Tietmeyer zegt te hebben kennis genomen van de geruchten over een spoedige economische ineenstorting van Oost-Duitsland, maar wil daarop bij gebrek aan informatie niet ingaan. Bij de particuliere banken in Frankfurt gelooft men daar niet erg in. 'Een snel bankroet is niet het probleem van de DDR', meent Rainer Schroder, de econoom van de Dresdner Bank. 'De DDR heeft een goede reputatie als debiteur en met twintig miljard dollar niet zo'n exorbitant grote buitenlandse schuld.' Het probleem van de DDR is dat de produktie instort als gevolg van het vertrek van duizenden Oostduitsers per dag en dat consumptiegoederen worden gehamsterd. Dagelijkse levensbehoeften zijn nog steeds zwaar gesubsidieerd en spotgoedkoop voor Westduitsers, die winkelen in de DDR, terwijl Oostduitsers vooruitlopend op de onvermijdelijke prijsstijgingen ook voorraden inslaan.

De versnelde invoering van de D-mark en een gelijktijdige prijshervorming zal een deel van deze problemen wegnemen. 'We erkennen de risico's, maar er zijn goede kansen op een welvarende ontwikkeling in de DDR in een betrekkelijk korte tijd', meent Tietmeyer. 'De introductie van de D-mark zal een aantal voordelen hebben. Ze is een symbool van vrijheid en een garantie voor Duitse eenwording en hervormingen. Ze zal de DDR op korte termijn van consumptiegoederen voorzien en een aantal produktiviteitsproblemen oplossen, doordat grondstoffen en onderdelen voor harde valuta verkrijgbaar zijn. Verder zal ze kapitaal en investeerders aantrekken.' Critici vrezen dat West-Duitsland, nu het zo gefixeerd is op de DDR, geen belangstelling meer heeft voor de monetaire en economische eenwording in de EG. Tietmeyer veegt dat argument van tafel. West-Duitsland blijft het Europese proces steunen, zegt hij, al voelt de Bundesbank niets voor versnelling, zoals Frankrijk wil. 'Het werk gaat door en Duitsland zal dat zeker niet verhinderen.' De Duitse monetaire eenwording is volgens hem niet te vergelijken met de Europese Monetaire Unie, het streven naar een gemeenschappelijke Europese munt. 'Bij de EMU is sprake van een monetaire unie tussen soevereine staten, waarbij een heel nieuwe Europese munt geintroduceerd zal worden en een nieuwe centrale bank moet worden opgericht. In het geval van de DDR gaat het om een uitbreiding van het gebied waar de D-mark betaalmiddel is. Daarbij doet zich geen probleem met de overdracht van soevereiniteit voor. Er komt geen nieuwe centrale bank. De Bundesbank breidt gewoon haar gebied uit.'