Damrak voelt weinig van beurs Tokio

AMSTERDAM, 28 febr. - Met enig wantrouwen kijkt de Amsterdamse beursvloer naar de sterke koersdalingen op de Japanse beurs. Het klimaat op de Amsterdamse beurs kwakkelt al sinds de minikrach van vorig jaar oktober. De stijgende rente en de verwachtingen dat de bedrijfswinsten in 1990 zich zullen stabiliseren, hebben de beleggers kopschuw gemaakt en de omzetten in de handel tot minimale omvang teruggebracht.

En hoewel de koersen in Japan geen directe invloed hebben op de aandelen en obligaties in Amsterdam, draagt de onrust in het Oosten in ieder geval niet bij tot een beter marktklimaat. 'Het is hier doodstil', aldus een handelaar in Koninklijke Olie vanochtend. 'Je ziet hooguit wat postjes tussen de handelaren schuiven. We hebben al vanaf oktober geen cent verdiend.'

De onrust in Japan heeft pas de afgelopen weken bijgedragen aan de slappe markt. De CBS koersindex, die de gemiddelde koersontwikkelingen van aandelen op langere termijn aangeeft, viel in krap twee weken ruim 3,5 procent terug. 'Maar Japan doet er niet zoveel toe. Ik heb niet de indruk dat Nederlandse beleggers daar zoveel geld hebben verloren dat ze nu hier aandelen zouden moeten verkopen om de verliezen af te dekken', aldus een handelaar.

Behalve de meer fundamentele factoren als winst- en renteverwachting voor het bedrijfsleven dat hier aan de beurs genoteerd staat, worden de aandelenkoersen in Nederland beinvloed door de sentimenten die heersen op de beursen in New York en Londen. Grote fondsen als Koninklijke Olie die de Amsterdamse beurs trekken hebben op deze beurzen een notering en de Nederlandse beleggers hebben eveneens meer investeringen in dollars en ponden dan in jen. Als er een reactie volgt op de koersontwikkelingen in Japan, dan zal deze hooguit lopen via een beinvloeding van de overige Westerse beurzen. 'Zolang Amerika zich niet gek laat maken, zal Amsterdam niet echt reageren op de klappen in Japan', aldus een handelaar.

Van de Nederlandse aandelen die direct onder invloed van de koersontwikkelingen in Japan staan, gelden Robeco en Rolinco als de belangrijkste. Halverwege vorig jaar had Robeco haar beleggingen in Japan al teruggeracht van ruim 25 procent (eind 1988) tot 19 procent. Bij Rolinco, het fonds in de Robeco-groep dat zich vooral richt op koersbewegingen van aandelen, daalde het percentage van de beleggingen in Japan in dezelfde periode met drie procent tot 31 procent.

Ondanks de dalingen op de Japanse markt zijn de reacties van beleggers in de twee fondsen beperkt gebleven. Met de markt daalde de waarde van Robeco - die dagelijks aan de hand van de beleggingen wordt vatsgesteld - de afgelopen anderhalve week 2,7 procent.

Ook op de obligatiemarkt zijn de ontwikkelingen op de Japanse markt slechts van beperkte, indirecte, invloed. Het zijn veeleer de ontwikkelingen in Oost-Europa waar de markt haar aandacht op richt. De Nederlandse obligaties staan onder grote invloed van de rente-ontwikkeling in West-Duitsland. En de verwachting dat de Duits-Duitse monetaire eenwording gepaard zal gaan met een stijgende inflatie en een opwaartse druk op de rente, drukken de obligatiekoersen. 'Alleen als er een extreme renteverhoging in Japan plaatsvindt denk ik dat de markt hier zou reageren', aldus een obligatiehandelaar in Amsterdam. 'En dan denk ik niet aan een renteverhoging met een kwart of een half procent, maar meer aan verhogingen in procenten tegelijk.' De redenering is dat een extreme verhoging van de Japanse rente-niveau's uiteindelijk als effect kan hebben dat ook landen als de Verenigde Staten en West-Duitsland zich genoodzaakt zien de rente te verhogen teneinde hun eigen valuta internationaal nog enige aantrekkingskracht te geven. 'Japan heeft vooralsnog zijn eigen, specifieke problemen met de daling van de jen. Er was duidelijk een behoefte een een koerscorrectie', aldus een handelaar.