Albanie kijkt naar Oost-Europa

ROTTERDAM, 28 febr. - Albanie, het laatste bolwerk van het onverdunde marxisme in de wereld, de trotse en geisoleerde dreumes aan de Adriatische Zee, sleutelt aan zijn beleid, heel voorzichtig, en heel luid roepend dat de koers die het land de afgelopen 45 jaar heeft gevaren de juiste is geweest. De revolutie in Oost-Europa laat de Albanezen niet onberoerd. De val van de oude regimes heeft het bewind van partijleider en president Ramiz Alia te denken gegeven.

Men heeft zich in Tirana de afgelopen maanden nog heftig opgewonden over suggesties als zouden de hervormingen van Sovjet-leider Gorbatsjov en de volksopstanden waarmee Honecker, Jakes, Zjivkov en Ceausescu aan de kant werden gezet, relevant zijn voor het bewind van dit geisoleerde gelijkhebbertje dat Albanie al vijfenveertig jaar is. Als Albanie van die volksopstanden iets te leren heeft, zo zei eind vorig jaar politburolid Manush Miftiu, 'dan deze: de minste verzwakking van de leidende rol van de partij tast het klassekarakter van de volksmacht aan, ondergraaft haar fundamenten en leidt tot degeneratie en omverwerping van haar macht'.

'Het is niet toevallig dat het wegzakken van Oost-Europa in het proces van kapitalistische degeneratie en in de morele, politieke en economische crisis wordt gesteund en gestimuleerd door het wereldzakenleven en dat dit alles gepaard gaat met een woeste campagne en een arrogant offensief van de bourgeoisie tegen het marxisme-leninisme.' Op dit thema is sindsdien voortgeborduurd. Tijdens het jongste plenum van de Albanese Partij van de Arbeid zei Ramiz Alia dat 'de gebeurtenissen in landen in het Oosten vele fantasieen over Albanie hebben gewekt'.

In Joegoslavie, zei Alia, zijn die fantasieen aanleiding geweest tot verslagen over rellen in Shkodra, tot onrust in de rest van Albanie, over lijken van opstandige studenten die ter afschrikking aan lantarenpalen zouden zijn opgehangen. Welnu, aldus Alia, in Albanie hangen geen lijken aan de lantarenpalen: 'Die campagnes maken op ons Albanezen geen indruk. We zijn 45 jaar lang aangevallen, beledigd en gehekeld. Die campagnes zijn altijd mislukt. Laat de vijanden van Albanie blaffen zo hard ze willen, onze karavaan trekt voorwaarts. Ons volk schaart zich in een stalen eenheid rondom de partij, het ziet hoe laag de politieke moraal is van die krachten in het Westen die als papegaaien valse fabels herhalen, hoe huichelachtig zij zijn die fijne woorden weven over democratie en vrijheid, gelijkheid en rechtvaardigheid maar tegelijkertijd schaamteloos wit zwart noemen en de slavernij die ze ons offreren voor vrijheid willen laten doorgaan'.

Gestook

Klare taal, als altijd. Klare taal die het Centraal Comite vervolgens onderstreepte met de vaststelling dat 'het contra-revolutionaire proces in Oost-Europa het gevolg is van het gestook en de bemoeienis van de Westerse reactie en van de Sovjet-Unie en van de desillusie over de revisionistische overheersing, haar bureaucratie en haar geweld' in de Oosteuropese landen.

In Oost-Europa, aldus de Albanese partij, zijn rechtse krachten aan het bewind gekomen. 'De bourgeoisie en de internationale reactie proberen alles wat aan het socialisme herinnert te vernietigen en het socialistische ideaal als anachronisme voor te stellen. Die overname wordt gesteund door de Westerse reactie en de Sovjet-Unie maar ook door de massa's, gedesillusioneerd als ze zijn door het revisionisme en zijn geweld, bureaucratie en stagnatie.' De internationale bourgeoisie, inclusief de Sovjet-leiding, ziet ook in Albanie graag een contra-revolutie, aldus het plenum. 'Daar is en wordt veel druk voor uitgeoefend. Het doel is de omverwerping van de autoriteit van het volk en de liquidering van onze onafhankelijkheid, ons dierbaarste bezit. Maar ons volk heeft de weg van zijn ontwikkeling zelf gekozen en laat bemoeienis niet toe. De Albanezen zijn meesters in hun eigen land. Zij en zij alleen zijn meester over hun lot.' Niettemin besloot het Centraal Comite enkele 'lessen' te trekken uit 'het bittere fenomeen van het contra-revolutionaire reformisme'.

Lessen

De belangrijkste liggen in de propagandasfeer. De partij, zo werd gesteld, moet het volk opheldering verschaffen over 'de ware doeleinden van de vijand, de essentie van de strijd, de aard van de demagogische slogans over mensenrechten, pluralisme, democratie enzovoorts'. Daartoe moeten de banden tussen stad en platteland worden geintensiveerd, alle uitingen van formalisme en 'arrogante' bureaucratie worden bestreden, en 'de pers, radio en tv hun werk verbeteren, niet met leuzen en fraseologie, maar met overtuigende argumenten'.

Het ontbreken van andere partijen, zo stelde het Centraal Comite, 'betekent geen ontbreken van democratie: dat wordt door onze eigen werkelijkheid aangetoond. Onze partij wordt gevoed door de wijsheid en gedachten van de massa's en met name door de directe deelname van het volk aan het politieke leven'. In concreto komen de maatregelen neer op een heel voorzichtige democratisering: partijbijeenkomsten moeten open staan voor niet-leden, bij verkiezingen voor directeuren van bedrijven, instituten en scholen moeten meer kandidaten optreden, het centrum - de ministeries in Tirana - heeft niet het recht leidinggevend personeel te benoemen of te ontslaan zonder toestemming van 'het collectief', het aantal ambtstermijnen wordt beperkt tot maximaal twee of drie en er komt zowaar een ministerie van justitie, want dat heeft Albanie nooit gehad: justitie was hier altijd de justitie van het volk. Alia zelf stelde tijdens het plenum onomwonden dat het partijlidmaatschap geen voorwaarde is voor iemands benoeming op welke post dan ook, en dat 'eerlijkheid en loyaliteit aan het vaderland en het socialisme, kennis en capaciteiten' belangrijker zijn dan het 'absoluut onbelangrijke lidmaatschap van de partij'. De kleine hervormingen komen voor Albanie neer op aanzienlijke koerscorrecties: hier, in deze trotse burcht van het marxisme-leninisme, is immers heel lang helemaal niets veranderd. En nog altijd - tenslotte hebben de Albanezen 45 jaar lang van de kleuterschool tot hun dood te horen gekregen dat Enver Hoxha en de partij altijd gelijk hebben - moeten de kleine correcties gepaard gaan met overdoses verbaal eerbewijs aan de erfenis van Hoxha, diens wijsheid, diens beleid, want zonder Hoxha was Albanie al lang opgeslokt door zijn buren of gecorrumpeerd door kapitalisme of revisionisme, maar die klassieke strengheid en dat eerbetoon aan wijlen de strenge bovenmeester kan worden afgewisseld met kleine tekenen van flexibiliteit. Ramiz Alia zoekt naar het antwoord op een dilemma waarmee de rest van de socialistische wereld al in eerdere instantie mee te maken kreeg: hoe het model te wijzigen zonder de controle op te geven. De collega's in het Oosten hebben dat antwoord niet gevonden.

Dit is het eerste van tweeartikelen over Albanie

    • Peter Michielsen