VN-rapport nuanceert eerdere kritiek op mensenrechten Iran

GENEVE, 27 feb. - In Iran worden, in tegenstelling tot wat de oppositie beweert, geen politieke gevangenen onder het mom van drugshandelaars terechtgesteld. De laatste vijf maanden zijn geen gevangenen in het openbaar geexecuteerd. Dit schrijft de speciale rapporteur van de Verenigde Naties die de schendingen van de rechten van de mens in Iran onderzoekt.

Hij heeft na een bezoek aan dit land de ernstige kritiek in vorige rapporten sterk genuanceerd. Weliswaar citeert hij meldingen van 1529 executies, 1450 gevallen van foltering en gegevens over 815 verdwijningen die zijn binnengekomen tussen 16 november 1989, de datum van de Iraanse uitnodiging, en zijn bezoek aan Iran van 21 tot 28 januari dit jaar, maar hij prijst de autoriteiten in Teheran voor hun welwillendheid. Teheran zou open staan voor zijn suggesties en aanbevelingen.

Het rapport van de Salvadoraan Reynaldo Galindo Pohl is bedoeld om een voet tussen de deur te houden bij de moeizaam tot stand gekomen delicate dialoog tussen de VN en Teheran. Pohl wil zijn onderzoek ter plekke voortzetten nu de Iraanse regering, voor het eerst in zeven jaar van VN-rapportage over Iran, bereid is met de rapporteur samen te werken. Hij schrijft: 'Volgende bezoeken zijn wenselijk, en zelfs noodzakelijk, teneinde het onderzoek te verdiepen'. Beschuldigingen als zou hij het met de regering op een akkoordje hebben gegooid wijst Pohl in zijn verslag van de missie categorisch af. Hij dekt zich bij voorbaat in tegen aantijgingen in de pers als zou hij een milder rapport dan voorheen hebben beloofd in ruil voor een spoedige vrijlating van Westerse gijzelaars in Libanon.

Pohl geeft toe dat de missie te kort was om alle personen met klachten te horen. Voor het kantoor van het UNDP, het Ontwikkelingsprogramma van de VN, liep tijdens zijn bezoek een grote menigte te hoop. 'Om allen aan te horen had het bezoek niet met enkele dagen maar waarschijnlijk met enkele weken moeten worden verlengd.' In zijn verslag van 75 pagina's, aangevuld met namen van honderden recente slachtoffers, bevestigt Pohl de meldingen van onwettige executies, martelingen, verdere opsluiting of executie nadat een gevangene zijn straf reeds heeft uitgezeten, op grond van wat hij noemt 'spontane besluiten door functionarissen van lage rang, bij afwezigheid van enige rechtsbijstand of verdediging'. Zijn rapport kan moeilijk als vergoeilijkend worden uitgelegd, al schrijft Pohl in zijn verantwoording: 'Een onderzoek van getuigenissen, met twee verschillende soorten persoonlijke ervaringen en gezichtspunten is op zichzelf verhelderend'.

Ook maakt hij melding van de voorwaarde die Teheran aan zijn toelating verbond. Pohl moest een verklaring van drie punten opnemen in zijn rapport. Daarin ontkent Teheran allereerst dat politieke motiveringen meespelen bij de veroordeling van drughandelaren. Verder noemt de Iraanse regering de aanklacht dat onder het mom van drughandelaren politieke excuties plaatsvinden 'volledig onjuist'.

En tenslotte wordt onderstreept dat de amnestie begin vorig jaar voor 2500 gevangenen moet worden uitgelegd als 'een oprechte clementie'.

'Alle vrijgelatenen konden naar huis terugkeren', aldus Teheran.

Uitgebreid citeren uit regeringsverklaringen, zoals Pohl doet, is niet ongewoon. Anders dan in rapporten van Amnesty International is het in VN-rapporten gebruikelijk dat uitvoerig de standpunten van de betrokken lidstaat worden weergegeven.

De Iraanse oppositiegroepering Mujahideen Khalq heeft het rapport van Pohl fel van de hand gewezen. In een persbericht van de Mujahideen wordt zijn rapportage 'volledig gemanipuleerd' en 'gespeend van elke geloofwaardigheid' genoemd. Het zou onderdeel uitmaken van een 'handeltje achter de schermen' ten gunste van het regime in Teheran. Volgens Mujahideen Khalq heeft het Iraanse bewind de afgelopen vijf maanden zelf gemeld dat er openbare executies zijn geweest en is Pohl niet serieus ingegaan op de door de oppositie aangemelde gevallen waarbij politieke gevangenen als drugshandelaars waren terechtgesteld.

    • Willem Offenberg