Vele rampen jagen verzekeraars schrik aan

ROTTERDAM, 27 febr. - Verzekeraars maken zich ernstig zorgen over de schadeclaims die op hen afkomen als gevolg van de vele rampen in het jaar 1989. Tegenover de steeds grotere claims staan volgens hen te lage premies.

Het Institute of London Underwriters, een vereniging van 118 verzekeringsmaatschappijen, meent dat de olieramp in Alaska, veroorzaakt door de tanker Exxon Valdez, de grootste schadeclaims voor de verzekeraars zal opleveren. John Parton, voormalig voorzitter van het instituut en senior member, noemt 1989 zelfs een rampjaar voor de verzekeringswereld.

De orkaan Hugo richtte dat jaar in het Caraibische gebied en in delen van de Verenigde Staten een schade aan van bijna acht miljard gulden. De aardbeving in San Francisco kostte de verzekeraars twee miljard gulden aan claims. Voor de olieramp in Alaska is tot nu toe een miljard gulden aan claims uitgekeerd. Een woordvoerder van het Institute of London Underwriters (ILU) zegt dat het rampjaar de verzekeraars nog enkele jaren geld zal blijven kosten. Alleen al het opruimen van de olie van de Exxon Valdez heeft tot eind 1989 drie miljard gulden gekost. Volgens John Parton zijn de premies te laag gebleven door een overcapaciteit in de branche. In 1989 ontvingen de firma's aangesloten bij het Londense instituut gezamenlijk een bedrag van 5,2 miljard gulden aan premies. De gehonoreerde claims in dat jaar bedroegen 7,3 miljard gulden. Het ILU verwacht dat het in de toekomst niet veel beter zal gaan. In de transport over zee zal de situatie voor de verzekeraars nog slechter worden. Door de lage vrachtkosten zijn weinig nieuwe schepen gebouwd en zijn investeringen achtergebleven. Het gebruiken van verouderde schepen en tankers maakt, zo vrezen de verzekeraars, de kans op een nieuwe ramp zoals met de Exxon Valdez groot.