Tweede kans universiteit

DE GERUISLOZE COUP waarmee minister Ritzen vorige week de ambtelijke leiding van het ministerie van onderwijs naar zijn hand heeft gezet is in meer dan een opzicht veelzeggend. Een ingeslopen politiek gebruik werd weer eens bevestigd, en een onderwijskundig ideaal voor alle Nederlanders kreeg een uitverkoop-prijsje opgeplakt.

De geringste verrassing was het politieke karakter van de vervanging van de secretaris-generaal. Minister Pais (VVD) had op die hoogste ambtelijke post indertijd een partijgenoot geplaatst, minister Deetman (CDA) tijdens zijn ambtsperiode een christen-democraat en minister Ritzen (PvdA) een topambtenaar van defensie die zijn eigen kleuren heet te zijn toegedaan. Zo gaat dat ook in Nederland, de politiek sijpelt van de hoogste tot steeds lagere ambtelijke rangen door in de departementale organisaties. Zonder het bijbehorende automatische opstappen met de komst van een nieuwe bewindsman overigens. Vandaar dat er iedere keer wat gedoe nodig is om ruimte te maken.

Nee, de snelle manoeuvre was opmerkelijker wegens de instelling die de rekening uiteindelijk moest betalen: de Open Universiteit. Dat ging als volgt: Ritzens partijgenoot op defensie, Ter Beek, kon partijgenoot Kombrink (niet in het kabinet verkozen, noch in B en W van Rotterdam terechtgekomen) op de financiele topbaan van zijn ministerie neerzetten als Ritzen de zittende directeur financien overnam als secretaris-generaal in Zoetermeer. Zo gezegd, zo gedaan. Alleen bleef Ritzen zitten met zijn huidige secretaris-generaal (de partijgenoot van Deetman) die sinds zijn overhaaste benoeming in '88 niet was opgevallen als de man die het door aanhoudende begrotingsoverschrijdingen geplaagde ministerie van onderwijs op poten had gezet. Niet getreurd, de Open Universiteit in Heerlen had later in het jaar weer eens een nieuwe bestuursvoorzitter nodig.

DE PRECIEZE GANG van zaken ligt niet op straat, gelukkig voor betrokkenen. Maar zeker is dat 'Heerlen' niet toe was aan deze benoeming. Men heeft al genoeg ambtelijk-politieke evacues onderdak moeten bieden. De nu naar het zuiden gepromoveerde secretaris-generaal was tot 1988 directeur-generaal voor het basisonderwijs, hij beschikt dus over brede ervaring. Maar minister Ritzen kan niet gedacht hebben dat hij de man afvaardigde om het in Nederland nooit van de grond gekomen idee van het hoger tweede kans onderwijs eindelijk van de grond te tillen. Hij moet gecalculeerd hebben: die hebben geen achterban, die piepen niet. Helaas was die schatting effectiever dan de door hem persoonlijk ter hand genomen onderhandelingen over de invoering van de OV-jaarkaart voor studerenden.

Het is begrijpelijk dat deze minister van onderwijs langzamerhand de ideetjes-fase wil afsluiten en moet vaststellen wat de zaken zijn waar de periode-Ritzen eens aan kan worden herinnerd. Daar heeft hij een slagvaardige ambtelijke top bij nodig. Maar om zo om te springen met de belangen van de minst gewortelde universiteit van het land is ongelukkig. Men hoeft zich maar in te denken wat er zou zijn gebeurd als hij de universiteiten in Amsterdam of Rotterdam zoiets zou hebben aangedaan: moest Heerlen echt 'Ja, dank u' zeggen?