Schelmenstuk in schouwburg wordt een politiek treurspel

Leiden beleeft, vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen, de premiere van een financieel en politiek drama. Plaats van handeling is de Leidse Schouwburg, in de hoofdrollen de directeur en adjunt-directeur van het theater, alsmede VVD-wethouder Kuijers van culturele zaken en PvdA-wethouder Bordewijk van financien. De regie is in handen van CDA-fractieleider Walenkamp.

Centraal in het treurspel staat de financiele wanorde bij de Leidse schouwburg, al enkele jaren bron van kopzorgen voor de stadsbestuurders. Zo overschreed de schouwburg in drie jaar tijd zijn begroting met bijna een miljoen gulden, werd het theater onder een soort curatele gesteld - al is nooit duidelijk geworden wie optrad als curator - en werd het budget, ondanks waarschuwende woorden van de gemeenteraad, in 1989 opnieuw met 600.000 gulden overschreden.

De zaak kreeg trekken van een schelmenstuk toen begin januari de adjunct-directeur van het theater werd aangehouden op verdenking van verduistering van 132.000 gulden, onder meer door het instellen van een zogenoemde 13de rij bij een uitverkochte zaal. Het geld dat deze rij opbracht verdween in potjes ten bate van het personeel. Tijdens het onderzoek dat daarop werd ingesteld rezen al gauw ook verdenkingen tegen de directeur. Deze bekende vorige week onjuiste declaraties te hebben ingediend.

Het verhaal kreeg een politieke dimensie toen onlangs een geheim rapport van het verificatiebureau van de vereniging van Nederlandse gemeenten uitlekte. Het bureau onderzocht vorig jaar in opdracht van B en W de administratie van de schouwburg en kwam in zijn rapport tot de vernietigende conclusie dat het financieel beheer bij het theater een enorme chaos was. Een chaos van het unieke soort, zo liet een van de samenstellers van het rapport weten aan de plaatselijke pers.

Spannende tijden braken aan in de Leidse gemeenteraad toen het rapport deze maand op tafel kwam en wethouder Kuijers al geruime tijd op de hoogte bleek van de financiele perikelen bij de schouwburg. In juli vorig jaar al was hem een tekort van 115.000 gulden gemeld. Hij wachtte twee maanden en lichtte de raad noch B en W in. Toen het tekort in september bleek te zijn opgelopen tot 128.000 gulden kreeg de rec tie van de schouwburg van Kuijers twee weken de tijd om zich nader te verklaren. Toen het verificatiebureau in oktober wederom werd ingeschakeld bedroeg het tekort inmiddels 132.000 gulden.

Tijdens een extra raadsvergadering, twee weken geleden, vielen de fracties als een man over de wethouder heen. Hij kon niet aannemelijk maken, zo meenden zij, waarom hij de raadsleden niet eerder had ingelicht over het schouwburgdebacle en de Socialistiese partij eiste het hoofd van de wethouder. Bovendien, vond de raad, was het toch hoogst merkwaardig dat niemand de noodklok had geluid toen de schouwburg in 1989 acht maanden lang zijn recettes niet meer overmaakte naar de gemeente - een maatregel die was genomen in de hoop op die manier iets te doen tegen de herhaaldelijke overschrijding van het budget. Besloten werd dat alleen een gemeentelijke 'parlementaire' enquete klaarheid in de gecompliceerde zaak kon brengen en CDA-fractieleider Walenkamp, tevens oppositieleider, werd aangezocht om leiding te geven aan de 'commissie voor de rekeningen'. Walenkamp cum suis moesten maar eens uitzoeken waarom Kuijers de raad niet eerder had ingelicht over de chaos bij de schouwburg en welke maatregelen Kuijers en zijn collega Bordewijk van financien hadden genomen om het tij te keren.

De verkiezingstrijd in Leiden belooft extra spannend te worden nu de commissie-Walenkamp heeft toegezegd volgende week al met haar rapport te komen. In een speciale raadsvergadering, vijf dagen voor de verkiezingen, zullen de Leidenaren getuige kunnen zijn van de laatste acte van het drama. Een happy end lijkt uitgesloten, maar dat kan van een treurspel ook moeilijk worden verwacht.