Sandinisten rouwen op dag die als feestdag was gepland

MANAGUA, 27 febr. - Rouwen op een feestdag, dat is wat de sandinisten gisteren in Nicaragua tot hun eigen verbazing deden. Voor het rouwbeklag was alle reden een dag na de verrassende nederlaag van het Frente Sandinista en zijn leider Daniel Ortega tegen de centrum-rechtse UNO-coalitie en de aanstaande president Violeta Barrios de Chamorro.

Toen het Frente vorige week namelijk zijn grote slotbijeenkomst organiseerde in Centraal-Managua en Daniel Ortega uitriep: 'Wij hebben al gewonnen' gaf hij de Nicaraguanen voor maandag vast vrij af om de prolongatie van zijn presidentschap gepast te kunnen vieren. Het bleef gisteren dan ook rustig op straat want de meeste UNO-fiestas hadden al in de nacht van zondag op maandag gewoed terwijl de meeste sandinisten er de voorkeur aan gaven hun katers binnenshuis te verteren. Op het campagnehoofdkwartier van het Frente Sandinista waar de muren zijn opgesierd met talrijke foto's van de negen sandinistische comandantes en met duizenden handtekeningen van 'internationalisten' uit de hele wereld, was de stemming gisteren natuurlijk teneer geslagen. Medewerkers staarden somber voor zich uit, keken lusteloos naar een Amerikaanse videotape of maakten tot twee keer toe de voorbereidingen ongedaan voor persconferenties die sandinistische kopstukken hadden beloofd maar die op het laatste moment werden afgelast. Naar verluidt waren sandinistische leiders de hele dag in conclaaf om hun onzekere toekomst te bespreken. 'Vreselijk' Een campagnemedewerker, gestoken in de zwart-rode partijkleuren zei geemotioneerd: 'Dit is vreselijk, er komen nu ex-gardisten van Somoza aan de macht, pure moordenaars. Voor mijn gevoel is dat onmogelijk. Ik heb in de nadagen van Somoza gezien hoe een vrouw op straat door gardisten met een bajonet werd doodgestoken. En ik heb enkele goede vrienden die sneuvelden in de strijd tegen de contras'.

Dat het gisteren ook nog nationale feestdag was, had te maken met sandinistische zelfoverschatting.

Terwijl de melancholieke stem van Phil Collins door de campagnezaal galmde, vervolgde hij: 'Ik geloof niet dat zes jaar vreedzame oppositie tegen dat soort mensen mogelijk is. Wij hadden de vrede binnen bereik, maar helaas voorzie ik nu meer problemen'.

In de 'Pueblo de los Pescadores' (het dorp van de vissers), een armzalige krottenwijk aan de oevers van het Meer van Managua was de stemming veel beter. Tot een echte fiesta kwam het daar niet; de mensen hebben nauwelijks kleren aan het lijf en moeten elke cordoba omzetten in voedsel. Maar zij staan de bezoeker die komt vragen naar hun reacties enthousiast te woord. 'Natuurlijk zijn wij blij', zei Carlos Martinez, een los-arbeider in de bouw. 'Nu dona Violeta aan de macht komt, zijn wij er zeker van dat de patriottische dienstplicht voor het sandinistische volksleger verdwijnt. In mei 1985 plukten ze mijn vijftienjarige zoon Mario zo maar van de straat. Hij moest als soldaat naar het noorden om tegen de contras te vechten. Op 12 november 1985 kwamen ze vertellen dat hij dood was.'

Zijn vrouw vertelt: 'We hebben nu nog vijf kinderen en ik hoop niet dat er nog ooit een in dienst moet'. Wrakhout Een buurvrouw, die Theresa heet en met haar drie kleine kinderen in een minuscuul klein hutje woont dat is gemaakt van aangespoeld wrakhout, is er zeker van dat de tijden nu gaan verbeteren. Een vaste man heeft zij niet en overdag verkoopt zij sigaretten. 'Wij leven hier eigenlijk als beesten', zegt ze. 'In 1984 stemde ik nog op Daniel Ortega maar van alle mooie beloften kwam niets terecht. Wij werden steeds armer. Als ik meer dan twintig sigaretten verkoop, kan ik brood en wat groenten kopen. Anders lijden we honger.'

Haar grote hoop: 'Als dona Violeta president wordt, zullen er meer fabrieken komen en kan ik daar misschien een baan krijgen'.

Een langslopende man, die een paar vissen in het meer heeft gevangen, laat weten: 'Eigenlijk mogen we dit niet eten, want het Meer van Managua is ernstig vervuild. Alle rommel van de stad gaat er zo in'.

Hij wijst me naar een kale strook grond die naar het meer loopt en zegt: 'Daar loopt zo'n rioolbuis. Maar wat moet je? Eten moet en beter iets dan niets'. Partij voor armen? De UNO is in de 'Pueblo de los Pescadores' verreweg de grootste partij. Hoe kan dat? Het Frente Sandinista is toch allereerst een partij die voor de armen opkomt? 'De sandinisten weten niet meer wat er onder de bevolking leeft', zegt de visser. 'De armen en de rijken zijn nu tegen hen. Alleen de mensen die van het sandinisme eten zijn het nog trouw.' Na wat zoeken in de pueblo vind ik ook nog een man die door zijn buren wordt beschreven als sandinist. Maar als ik hem vraag hoe hij zich voelt na de tegenslag van zondag, zegt hij opgeruimd: 'Ach, wij waren eigenlijk toe aan een grote verandering. Ik ben blij dat dona Violeta aan de macht komt. De buren zullen mij wel niet geloven, maar ik heb zondag op haar gestemd'. Rosaria Murillo, de vrouw van de sandinistische leider Daniel Ortega drukt met haar armen uit wat haar man, gezeten achter een batterij microfoons in het partijhoofdkwartier, denkt. (Foto AFP)

    • Ferry Versteeg