Ontwikkelingslanden beschuldigen in Gatt rijke landen vanonwil

GENEVE, 27 febr. - De ontwikkelingslanden die deelnemen aan de Uruguay-ronde binnen de GATT, de algemene overeenkomst inzake tarieven en handel, hebben gisteren een schot voor de boeg gelost van de industrielanden.

Zij waarschuwen voor 'een gebrek aan politieke wil', waardoor de onderhandelingen, die in december moeten leiden tot een halvering van de douanetarieven, in gevaar komen.

In een 'politieke boodschap' aan de GATT-onderhandelaars beschuldigt een informele groep van ontwikkelingslanden de geindustrialiseerde wereld ervan de toegang tot de markt voor traditionele handelsprodukten uit de Derde Wereld te verhinderen, terwijl niettemin vergaande concessies worden verwacht om bijvoorbeeld de Westerse dienstensector te laten penetreren in de markt van de minder welvarende ontwikkelingslanden.

Verhoging van de Westerse quota voor bijvoorbeeld textiel- en tropische produkten blijft nagenoeg buiten beschouwing. De groep, aangevoerd door Brazilie, Argentinie, Uruguay, Singapore, India en Tanzania, vreest dat er niet genoeg tijd overblijft om tot een vergelijk te komen. Een mislukking van de Uruguay-ronde, die drie jaar geleden begon, zou in het verschiet liggen wanneer de industrielanden niet tijdig rekening houden met de wensen van 'de zwakkere handelspartners'. In juli moet een basispakket met beginsel-afspraken op tafel liggen, waarna tussen september en december in de laatste fase van de onderhandelingen ingaat. Tijdens de afrondende top in Brussel in december zullen de ministers de laatste knopen doorhakken.

Ambassadeur Leopoldo Tettamanti van Argentinie ontkende dat de groep erop uit is de besprekingen te saboteren. Hij achtte een herhaling onwaarschijnlijk van de problemen in Montreal, waar halverwege de Uruguay-ronde, afspraken over vier essentiele onderdelen van het overleg voor vier maanden moesten worden opgeschort, omdat de ministers er niet uitkwamen. Tettamanti: 'De ontwikkelingslanden zijn de Uruguay-ronde in goed vertrouwen binnengestapt. Dat blijkt ondermeer uit het uitvoerige voorstel dat elf Latijns-Amerikaanse landen deze week over de dienstensector indienen. Alles is voor ons onderhandelbaar, maar wat gebeurt er met nieuwe GATT-afspraken wanneer de huidige tekortkomingen in de oude afspraken niet worden aangepakt?' Stelliger dan zijn ambtgenoten waarschuwde hij ervoor dat de toenemende frustraties van de groep tot een crisis in de GATT kunnen leiden.

VN-diplomaten bagatelliseren de waarschuwing gedeeltelijk als 'onderhandelingstactiek'. Maar zij zien in dit krachtige en vroegtijdige beroep op de industrielanden ook een blijk van de oprechte bezorgdheid van een meerderheid van de 97 deelnemers aan het overleg, die gevormd wordt door de ontwikkelingslanden.

Reeds bij het begin van de onderhandelingen, in de Uruguayaanse badplaats Punta del Este, verzetten landen als Brazilie en India zich fel tegen het bespreekbaar maken van 'nieuwe handelsontwerpen' terwijl met de oude, gebrekkige afspraken binnen de GATT meer en meer de hand wordt gelicht. De dienstensector en Westerse investeringen behoren tot de vijftien onderwerpen, waarover in Geneve wordt onderhandeld.

De groep maakt zich vooral zorgen over de geplande handhaving van vrijwaring. Dit zijn extra beperkende maatregelen die mogen worden toegepast bij een ongebruikelijk grote toestroom aan invoerprodukten. Selectieve vrijwaring blijft ook in de Uruguay-ronde mogelijk. Dit zou, volgens de groep, de fundamentele beginselen van de GATT ondermijnen.

    • Willem Offenberg