Olie goudmijn voor Shell en Nigeria

LAGOS, 27 febr. - In de zompige moerasdelta van de Niger, in het Westafrikaanse land Nigeria, ligt een van de fundamenten van de Koninklijke/ Shell Groep. De ruwe olie die wordt geproduceerd in de uitgesterkte mangrovebossen en het lage land tussen de honderden, meanderende rivierarmen, levert een belangrijke bijdrage aan de totale ruwe olieproduktie van de Nederlands-Britse oliemaatschappij. Shell verwacht dat de eigen olieproduktie in Nigeria dit jaar nog verder zal toenemen.

Na de Verenigde Staten en Groot-Brittannie, zijn Nigeria, Oman, Maleisie en Brunei de belangrijkste produktielanden van ruwe olie voor Shell. Het afgelopen jaar bedroeg de totale eigen olieproduktie van Shell 1,851 miljoen vaten per dag, waarvan meer dan een kwart afkomstig is uit die vier landen.

Nigeria is dus belangrijk voor Shell, maar Shell is ook belangrijk voor Nigeria. Shell is de uitvoerder, de operator, van een joint venture die meer dan de helft produceert van de totale olieproduktie van Nigeria. In juni 1989 heeft Shell haar belang in deze joint venture met tien procent verhoogd tot dertig procent. De Nigeriaanse staatsoliemaatschappij NNPC heeft nu een belang van zestig procent, het Italiaanse Agip en het Franse Elf bezitten ieder vijf procent.

Nigeria hoort tot de toptien van olieproducerende landen in de wereld en is lid is van de Organisatie van olie exporterende landen (OPEC). De olie-export is verreweg de belangrijkste bron van harde valuta voor het land; deze sector brengt meer dan negentig procent van de deviezen in het laatje. Als leverancier van gas zou de rol van Nigeria zelfs nog veel belangrijker kunnen worden.

De enorme gasreserves die alleen al ontdekt zijn bij het zoeken en produceren van olie, plaatsen Nigeria (met 3,4 biljoen -duizend maal miljard- kubieke meter), op de vijfde plaats in de wereldranglijst van landen met gasreserves. Als men echt naar gas gaat speuren, zo is de verwachting, zal nog veel meer worden gevonden. Het is echter een van de paradoxen van dit arme land, waar de energievoorziening kampt met grote problemen, dat dit reusachtige potentieel tot nu toe vrijwel niet is benut.

Tot enkele jaren geleden werd al het gas dat vrijkwam bij de produktie van olie, als nutteloos nevenprodukt bij de boorput afgefakkeld. De financiele middelen ontbraken om de waardevolle brandstof op een commercieel aantrekkelijke manier in produktie te nemen en af te zetten. De Nigeriaanse industrie is vooral op olie ingesteld en export naar de verre markten in Europa en de Verenigde Staten is een kostbare en gecompliceerde onderneming.

Pas de afgelopen paar jaar is Nigeria begonnen die grootschalige verspilling terug te dringen. Voor iedere duizend afgefakkelde kubieke meters gas moeten de olieproducenten nu een soort strafpremie betalen; een pijpleiding is aangelegd van de Niger-delta naar Lagos, om daar een elektriciteitscentrale van brandstof te voorzien. En langzamerhand komen de lokale petrochemische en kunstmestindustrie op als gasafnemers.

Maar nog altijd wordt jaarlijks ongeveer tweederde van het gewonnen gas afgefakkeld, zo'n 12,25 miljard kubieke meter (ter vergelijking: dat is meer dan een kwart van de jaarlijkse binnenlandse gasbehoefte in Nederland). In het dichte groen van de moerasdelta van de Niger staan dag en nacht fakkels te branden, vanuit de lucht gezien vrolijke flakkerende kaarsjes, van dicht bij woest bulderende vuurspugers.

De Nigeriaanse regering wil dat de gasexport de eenzijdige olie-economie van het land een tweede bron van valuta-imkomsten gaat bieden. Na jaren van vergeefse plannenmakerij, lijkt het nu dan toch te kunnen komen tot de bouw van een fabriek voor het vloeibaar maken van aardgas. In vloeibare vorm kan het in volume sterk gereduceerde gas, LNG genoemd, dan per schip worden vervoerd naar de markten in Europa en de Verenigde Staten.

Eind dit jaar nog moet de definitieve beslissing vallen over het doorgaan van het project, dat begroot is op 2,5 miljard dollar. Over enkele maanden moeten leveringsafspraken met afnemers worden gemaakt, in 1995 moet de levering van start kunnen gaan. Shell kocht begin dit jaar twee LNG-schepen, die vanaf 1995 ingezet moeten worden, en heeft opties op nog vijf andere schepen.

Shell is verantwoordelijk voor de technische voorbereiding en uitvoering van het project. De partners die samenwerken om een en ander van de grond te krijgen - NNPC, Shell, Elf, en Agip - hebben tot nu toe 200 miljoen dollar aan voorbereidingen uitgegeven. Voor de totale financiering willen de partners ongeveer tweederde betrekken van externe financiers.

Terwijl de technische en financiele voorbereidingen in hoog tempo voortgaan, wordt bij Bonny, in het zuidoosten van Nigeria, waar de fabriek, de opslagtanks en de aanlegsteiger voor de schepen moeten komen, al druk gewerkt aan de egalisering van de grond.