Oeteldonker laat zich niet van de wijs brengen doorafgelasten optocht

OETELDONK, 27 febr. - Het was niet 11 minuten over 11, maar wel windkracht 11 toen gistermorgen op de Bossche Markt met donderend geraas het meters hoge symbool van het carnaval, Knillis, alias 'd'n urste boer d'n beste', van zijn sokkel viel. Ik ben in een dan nog goeddeels verlaten stad, op weg naar het politiebureau. Een man in een clownsplak, die zich door het vasthouden van twee glazen bier staande weet te houden in het natuurgeweld, buigt zich meewarig over de pop van papier mache en probeert met het vocht de levensgeesten terug te roepen. Oeteldonker Wim Viguurs, die ik later in het secretariaat van de Oeteldonksche Club met anderen bitter, maar vooral luidkeels wenend op de knieen rond een tafel met glaasjes brandewijn aantref: 'We hebben nog mond- op mondbeademing toegepast, maar niks mocht meer baten. Overigens is het een misverstand dat Knillis door de storm werd geveld. Hij viel van zijn voetstuk toen hij hoorde dat de optocht niet doorging'. Tot dat ingrijpende besluit werd gistermorgen rond half twaalf besloten. Uit angst voor ongelukken met de praalwagens werd de optocht afgelast. 'Intriest voor de bouwers', zegt minister Weck voor protocolaire zaken van het Oeteldonkse carnaval, 'want die zijn er soms een half jaar of nog langer mee bezig geweest en moeten nu het applaus missen. Maar voor het feest zelf maakt het niet zoveel uit. Carnavalvieren zit uiteindelijk toch voornamelijk in jezelf, optocht of niet. En wij van de organisatie kunnen ons nu ook eens onder het gewone volk mengen.'

In het cafe de Unie ziet men hoogwaardigheidsbekleders nu midden op de dag met 'de hendjes in de lucht', zoals de eerste strofe luidt van het weergaloze Bossche carnavalslied, hossen.

Nadat men de eerste schrik van de afgelasting te boven is en men wat doelloos met de ziel onder arm heeft rondgelopen, herneemt het feest in minder dan een uur zijn normale loop. Wel moet men de zogenoemde 'buitenlanders', zoals mensen worden genoemd die niet uit de stad of de provincie komen, ontberen, maar de meeste Bosschenaren betreuren dat allerminst. 'Die komen toch alleen maar om te vuule en te pakken', aldus een Bosschenaar, die vervolgens plastisch voordoet wat daarmee wordt bedoeld: het oneerbaar benaderen van voornamelijk vrouwen. Alleen een enkele uitbater van een horecagelegenheid en de man die op de Parade vis verkoopt, klaagt zijn nood. De visboer: 'Als de optocht uittrekt, komen er zeker 100.000 mensen van buiten naar Den Bosch. Die klandizie zal ik vandaag moeten missen.'

In de cafe's, die voor en na de optocht uitpuilen, zijn nu wat lege plekken. Volgens de politie bedroeg de hoeveelheid 'buitenlanders' gisteren hooguit 'tien procent'. 'Op straat was het minder druk, maar voor de cafe's maakte het niet zoveel uit, omdat de mensen beschutting zochten voor het slechte weer.' Als we in de late middag in hotel Central op de markt braafjes aan de thee met Bossche bollen zitten, staat Wim Viguurs met een zekere plechtigheid op en wendt zich tot zijn gevolg, dat dan bestaat uit een groepje muzikanten met een dikke trom op het oude onderstel van een kinderwagen. 'Zondag halfvasten zal de grote optocht van Den Bosch uittrekken', zegt Viguur. 'Ik voel me genoodzaakt daaraan deel te nemen.' Iedereen van het groepje belooft bij het hoofd van Knillis die 25ste maart present te zijn. Heel Oeteldonk verkneukelt zich nu al op de onverwachte prolongatie van een festijn, dat allerminst in de knop werd gebroken. Er blijkt meer nodig te zijn dan een harde bries om een carnavalsvierder van zijn apropos af te brengen.

Een Bredase praalwagen. Ook daar werd de carnavalsoptocht afgelast wegens de harde wind. (Foto NRC Handelsblad/ Rien Zilvold)

    • Max Paumen