Nieuwe CAO bij timmerfabrieken met 36 uur in '92

UTRECHT, 27 febr. - Werkgevers en vakbonden hebben afgelopen nacht een principe-akkoord gesloten over een nieuwe, tweejarige CAO voor de ruim 8.000 werknemers bij de timmerfabrieken. Daarin is de geleidelijk invoering van een gemiddelde werkweek van 36 uur in 1992 vastgelegd.

Ook zijn afspraken gemaakt over handhaving van de prijscompensatie en over een loonsverhoging van 1,5 procent per 9 april 1990 en van een procent per 1 januari 1991. De bouwbonden van FNV en CNV zullen het akkoord met een positief advies aan de leden voorleggen, zo hebben woordvoerders meegedeeld.

Vanaf 9 april (het begin van het nieuwe vakantierechtwaardenjaar) zal er in de timmerfabrieken een reele werkweek zijn van 37,5 uur. Naast de verkorting van de werkweek zal de arbeidstijd dit jaar worden verminderd door vier roostervrije dagen en twee scholingsdagen. Per 31 december 1990, 31 decmeber 1991 en 31 december 1992 zal er steeds een roostervrije dag bijkomen.

Voor de scholingsdagen komt er een coordinator die zich bezighoudt met de bijscholing van werkenden en de plaatsing van langdurig werklozen op werkervaringsplaatsen. Speciale aandacht daarbij gaat naar vrouwen, allochtonen en gedeeltelijk gehandicapten. In de nieuwe CAO is ook een aanvulling op de WAO-uitkering tot tachtig procent opgenomen. De Vut-leeftijd blijft 59 jaar.

Bouw

De acties in de bouw zullen morgen weer op volle kracht verder gaan, na de twee rustige carnavalsdagen, aldus het actiecentrum van de bouwbonden. Het aantal stakers is de laatste dagen, ook door de vakantie, nauwelijks gestegen. Ook zit er nog steeds geen schot in eventuele nieuwe onderhandelingen, zo meldde een woordvoerder van de bonden. Het wachten is op een uitnodiging van J. Lammers die in de CAO-onderhandelingen optreedt als onafhankelijk voorzitter. Vandaag staakten in totaal 14.150 bouwvakkers op in totaal 1.225 objecten. De woordvoerder van onafhankelijk voorzitter Lammers liet vanmorgen weten dat er nog geen ontwikkelingen op het onderhandelingsfront zijn. Volgens de bouwbonden wordt het indirecte effect van de stakingen steeds groter. Naarmate de bouwstaking langer duurt, komt het werk van toeleveringsbedrijven, afwerkingsbedrijven en installateurs stil te liggen.