Kaifu herkozen tot premier van Japan na strijd binnen de LDP

TOKIO, 27 febr. - Toshiki Kaifu is vandaag herkozen tot premier van Japan, terwijl de oppositie overeenstemming probeerde te bereiken over een gezamelijke, bij voorbaat kansloze kandidaat. Binnen de regerende LDP is felle strijd gevoerd over de verdeling van de ministersposten. De samenstelling van het kabinet dat Kaifu zal presenteren toont de sporen van het conflict tussen de premier en zijn rivalen in de partij. Shintaro Abe, de leider van een van de habatsu (de klieken waaruit de LDP bestaat), ambieerde de post van minister van buitenlandse zaken voor Yoshiro Mori, een van de senioren in zijn habatsu. Kaifu heeft Mori uit zijn kabinet geweerd op grond van zijn betrokkenheid bij het Recruit-schandaal. Taro Nakayama - ook uit Abe's kliek - behoudt zijn post op buitenlandse zaken in het tweede kabinet Kaifu.

Ruichiro Hashimoto, na Takeshita de belangrijkste man in de kliek van deze oud-premier, begint aan zijn tweede termijn op financien. De overige van de twintig ministersposten worden keurig verdeeld over de verschillende habatsu in verhouding tot hun sterkte.

Met Kaifu's nadrukkelijke verlangen een kabinet samen te dat vrij is van mensen die betrokken zijn geweest bij het 'Recruit-schandaal', treedt zijn ambitie en wilskracht aan het licht. Dit tot grote ergernis van de veel machtiger Abe, die zichzelf ziet als de rechtmatige kandidaat voor het premierschap. Zonder het Recruit-schandaal zou Abe hoogstwaarschijnlijk al lang premier zijn geweest en zou Kaifu nooit een rol van belang hebben gespeeld in de Japanse politiek. Maar de 286 zetels waarmee de LDP nu in het Lagerhuis is vertegenwoordigd ondermijnen de plannen van zijn tegenstanders om hem de laan uit te sturen.

Het oorspronkelijk scenario was om Kaifu, die niet eens een eigen habatsu in de LDP aanvoert, de herziening van de controversiele consumptiebelasting af te laten handelen. Daarna zou hij hebben moeten plaatsmaken voor Abe, die wegens zijn jarenlange ervaring, onder andere als minister van buitenlandse zaken, veel beter is toegerust om Japan op het internationale toneel te vertegenwoordigen.

Hierop vooruitlopend ging Abe in januari naar Moskou om namens de LDP de banden met de communistische partij aan te halen. Zijn bezoek won nog aan glans, en overschaduwde Kaifu's gelijktijdige Europese reis geheel, toen Michail Gorbatsjov wegens ongeregeldheden in Armenie afspraken met andere buitenlandse leiders in diezelfde week afzegde. Moskou lijkt bereid tot nieuwe voorstellen inzake het territoriale geschil over de zogenaamde Noordelijke Eilanden ten noorden van Hokkaido, die in de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog door de Sovjet-Unie zijn bezet. Abe presenteert zich als de aangewezen man om dit gebied voor Japan terug te winnen. Abe vindt, net als alle door het Recruit-schandaal in opspraak gekomen politici, dat de stem van de kiezers hem geheel heeft bevrijd van elke smet. Maar Kaifu verrast iedereen door Recruit aan te grijpen om er zijn tegenstanders mee op afstand te houden. Gezien de geringe omvang van de kliek waartoe hij behoort, is dit zijn voornaamste wapen in de interne machtsstrijd van de LDP. Kaifu's nieuwe vastberadenheid contrasteert sterk met de meegaande manier waarop hij tot dusverre werkelijke partij-politieke beslissingen overliet aan machtiger kopstukken van de partij. Het lot van zijn voorganger Susuke Uno is voor hem blijkbaar een les geweest. Evenals Kaifu hoorde ook Uno niet tot de algemeen aanvaarde kandidaten voor het premierschap. Toen hem het hoge ambt dank zij onverwachte ontwikkelingen in verband met het Recruit-schandaal in de schoot werd geworpen gaf Uno er te duidelijk blijk van langer te willen aanblijven dan de bedoeling was. Gevolg was dat, toen zijn relatie met een 'geisha' in de Japanse roddelpers opdook, zijn machtiger LDP-collega's hem niet beschermden, waardoor het incident de omvang van een schandaal kon aannemen. De machtsstrijd binnen de LDP gaat met het conflict over de verdeling van de kabinetsposten een nieuw stadium in. De laatste keer dat deze al decennia smeulende strijd oplaaide was bij de opvolging van Yasuhiro Nakasone als partijvoorzitter in oktober 1989. De uitkomst was toen dat Noboru Takeshita voorrang werd gegeven. Hij kreeg de steun van de voormalige habatsu van Kakuei Tanaka, die nog steeds de 'Tanaka-strijdmacht' wordt genoemd wegens zijn kolossale omvang. De volgende in de rij voor het premierschap was Abe, gevolgd door Kiishi Mijazawa, beiden leiders van een habatsu.

    • Elbrich Fennema