Verkeersplannen negeren recreatie

DEN HAAG, 26 febr. - Het ministerie van verkeer en waterstaat geeft in zijn verkeersplannen veel te weinig aandacht aan het recreatief en vrijetijdsverkeer, terwijl juist hierbij een verschuiving van autogebruik naar openbaar vervoer en/of fiets mogelijk is.

Dit zeggen de Stichting Recreatie en de Initiatiefgroep Wijs op Weg in een brief die ze vandaag naar minister Maij-Weggen hebben gestuurd. Zij herinneren eraan dat het vrijetijdsverkeer 50 procent omvat van de kilometers die in Nederland worden afgelegd. In de voorlopige verkeers- en vervoersplannen van het departement wordt tot 2010 van de beschikbare 36 miljard gulden slechts tien miljoen specifiek voor het recreatieverkeer gereserveerd.

Volgens beide organisaties bestaan er hardnekkige misverstanden over het recreatief en vrijetijdsverkeer. Behalve dat dit het grootste aandeel in het reizen levert, is slechts een klein gedeelte seizoensgebonden en bestaat het grootste deel uit bezoek aan stad of dorp, sport, familie en kennissen. Waar een overstap van veel automobilisten in het woon-werkverkeer (en dus in de spitsuren) tot een zware belasting van het openbaar vervoer leidt - en extra treinen en bussen vergt - is er juist in de 'daluren' waarin het recreatieve verkeer zich grotendeels afspeelt nog volop capaciteit. Behalve voordelen voor het milieu zou een groter gebruik door het vrijetijdsverkeer van het openbaar vervoer dus ook de exploitatietekorten gunstig beinvloeden. De NS zouden hun opbrengsten met 60 miljoen gulden kunnen vermeerderen.

Dat vergt volgens Stichting Recreatie en Wijs op Weg een forse verbetering van het openbaar vervoer in vooral de nachtelijke uren en op zondag.