'Stopera-syndroom' speelt Starke Diekstra in de kaart

AMSTERDAM, 26 febr. - 'Het uit de hand lopen van de kosten bij grote projecten als de bouw van de Stopera heeft de vraag naar de dienstverlening van ingenieursbureaus sterk gestimuleerd. Steeds meer opdrachtgevers willen tegenwoordig kunnen sturen in het bouwproces. Voor de bewaking van de bouwkosten wenden ze zich dan al gauw tot een onafhankelijk adviesbureau als het onze.' Aldus bestuursvoorzitter ing. M. Verwoert van ingenieursbureau Starke Diekstra naar aanleiding van de voorpublicatie van de jaarcijfers. De vorig jaar uit een fusie tussen het vijfentwintig jaar oude bureau Starke IPM en het drie jaar jonge bureau Diekstra ontstane combinatie met thans ruim 100 medewerkers zag dit jaar de omzet stijgen met 24,6 procent tot ruim 14 miljoen gulden.

Starke Diekstra wil in het marktsegment waarin het is gespecialiseerd, te weten bouwkostenadviezen en projektmanagement, zowel bij nieuwbouw als bij 'upgrading' van bestaande gebouwen, in twee tot drie jaar groeien van een marktaandeel van 3,5 naar 10 procent. Het adviesvolume in dat marktsegment bedraagt thans op jaarbasis bijna 400 miljoen gulden.

De totale bouwmarkt groeide vorig jaar met ruim 3 procent tot ongeveer fl.48 miljard. De utiliteitsbouw, de sector waarin Starke Diekstra voornamelijk opereert, steeg echter met niet minder dan 6 procent tot ca fl.13 miljard. Het totale adviesvolume in de bouw is ruim fl.2 miljard, waarvan meer dan de helft in de utiliteitssector.

Starke Diekstra streeft ernaar door hoogwaardige dienstverlening in enkele jaren tot de top drie in haar sector te behoren. Het bureau wil daarbij zijn bruto winstmarge verbeteren door zich vooral te richten op de bovenkant van het marktsegment: bouwprojecten die aan hoge kwaliteitseisen moeten voldoen.

Verwoert: Een snelle groei is mogelijk door onze hoge automatiseringsgraad. Wij hebben veel in computers en gespecialiseerde software geinvesteerd.'

Jaarrapport

Fusiepartner Diekstra was vorig jaar als besloten vennootschap (B. V.) niet verplicht tot het drukken van een jaarrapport. Desondanks investeerde het toen nog maar twee jaar jonge bureau veel geld in een opmerkelijk informatief jaarverslag in kleuren. Dit bevat behalve grafieken en kerngegevens ook veel informatie over marktsectoren en opdrachtgevers. Ongebruikelijk want maar al te vaak wordt in de jaarverslaggeving gedetailleerde informatie uit 'concurrentieoverwegingen' achterwege gelaten. Mevr. M. L. Wijnand-Smit die eerstverantwoordelijk is voor het prestigieuze verslag, komt er openlijk voor uit dat zij mikt op een 'Sijthoff-prijs over enige jaren'.

Zij bestempelt het jaarverslag niet alleen als een verantwoording naar bestaande clienten maar vooral ook als visitekaartje naar toekomstige relaties.

Diekstra die binnen de raad van bestuur de commerciele activiteiten onder zich heeft: 'Om snel te kunnen groeien streven wij naar naamsbekendheid. Die van Twijnstra en Gudde, als tot voor kort op de beurs genoteerde onderneming, is veel groter dan van andere bureaus. Beursnotering rond 1992 is dus een van de doelen die wij ons gesteld hebben. Met ons jaarverslag en de grote openheid die wij daarin betrachten, hebben wij al de voorwaarden geschapen om 'venture capital' aan te kunnen trekken. Daardoor kunnen wij over de grenzen gaan met eigen vestigingen, als onlangs Brussel, en door middel van samenwerkingsverbanden, als kortgeleden met Drees en Sommer in Duitsland. Dat is het begin van wat een Europees netwerk moet worden. In onze groeifilosofie past ook dat ons bureau, hoewel nog geen N. V., nu al een deskundige en multidisciplinair samengestelde raad van commissarissen heeft. Onze overstap vorig jaar van een regionaal werkend accountantskantoor naar een van de grote multinationale accountantsorganisaties geschiedde om dezelfde reden.'

    • Hans Beugel