Sprintster Christine Aaftink staat versteld van WK-brons

ROTTERDAM, 26 febr. - Schaatsster Christine Aaftink heeft een beetje geleerd bochten te lopen en prompt eindigde ze in Tromso als derde bij het wereldkampioenschap sprint. Aaftink stond in Noorwegen versteld van haar verrichting. Zij kan in de toekomst bij het WK nog verder komen, zeker als dat, zoals volgend jaar in Inzell, op een schaatsersvriendelijke baan wordt gehouden. De 23-jarige Aaftink tekende afgelopen weekeinde voor twee bijzondere feiten. Zij werd de eerste Nederlandse deelnemer sedert 1974 (Eppie Bleeker), die een afstandszege boekte. De studente werd gisteren ook de eerste nationale sprinter sinds 1983 (Hilbert van der Duim), die bij de eindafrekening het podium mocht beklimmen. De Oostduitse Angela Hauck veroverde de hoofdprijs voor de Amerikaanse Bonnie Blair. Het tweetal zag zich op de laatste 1.000 meter bedreigd door de Nederlandse, die Big Bird wordt genoemd. Haar perspectief op de hoogste positie werd belemmerd door prestaties op de 500 meter, die iets achterbleven. Aaftink: 'De openingen zijn nog niet goed, de bocht is er steeds voor ik het in de gaten heb.' Op de eerste 1.000 meter, die wegens een sneeuwstorm pas zaterdagavond werd verreden, triomfeerde Aaftink. De gedwongen pauze van ruim vier uur had haar niet uit balans gebracht. Scheidsrechter Odd Jens Bjerkeli, gesouffleerd door zijn Nederlandse assistent Jan Charisius, deed er goed aan de kilometer naar de avond te verschuiven.

Hauck, die na drie juniorentitels haar eerste echte wereldkampioenschap behaalde, trachtte Aaftink te intimideren door te melden dat de omstandigheden voor haar tegenstandster veel gunstiger waren. Gisteren moest de Berlijnse erkennen dat zij haar Nederlandse vriendin had onderschat. En Blair? Een week geleden bleef de Amerikaanse Aaftink bij wereldbekerwedstrijden in Butte nog twee seconden voor. Gisteren was de marge niet meer dan vijfhonderdste seconde. Met de kracht van haar afzet compenseert Aaftink haar trage slagfrequentie. De lange rijdster oogt niet als een sprintser. 'Het kan allemaal wel wat pittiger', zegt ze zelf ook.

Vorig jaar had Aaftink wegens het ontbreken van vooruitgang eigenlijk willen stoppen. Nadat haar vader haar overhaalde door te gaan, schoot ze vooruit. Ze voerde de trainingintensiteit op, maar de grens heeft ze nog niet bereikt. 'Dagelijkse oefening was tot voor kort iets geheel nieuws voor mij. Mijn kilometer blijkt hier plotseling veel beter dan ik dacht. Ik veronderstelde altijd dat mijn kracht toch eerder op de 500 meter lag.'

Aaftink, vorig jaar vijfde in Heerenveen en bij haar debuut twee seizoenen geleden negende, placht bij de training te schaatsen achter Tjerk Terpstra, die in het mannentoernooi een marginale rol vervulde. 's Werelds derde sprintster is de Nederlandse kampioen nu zo ongeveer voorbij. 'Misschien moet ik wel uitzien naar een andere partner. Maar voor mij is het gunstig mee te doen met de mindere jongens van de kernploeg. Dat is erg leuk voor een sprintster.'

Mannen

Bij de mannen moet Uwe-Jens Mey, de meest geperfectioneerde sprintmachine onder de schaatsers, nog ten minste een jaar op zijn eerste wereldtitel wachten. Na een sublieme 500 meter besliste de Oostduitser het toernooi in Tromso in zijn nadeel door een val op de 1000 meter. De hoofdprijs had daarna eigenlijk moeten toevallen aan Igor Zjelezovski, de enige die Mey vorig jaar in Heerenveen had kunnen weerstaan. De beer uit Minsk greep gisteren na de 500 meter vertwijfeld naar de rechterlies en kon pas na drie injecties voor de afsluitende kilometer starten.

Die ontwikkeling bracht Zjelezovski's landgenoot Andrej Bachvalov en Ki-Tae Bae in het voorste gelid. In de voorlaatste rit griste de Zuidkoreaan de wereldtitel weg. Het was zijn eerste en meteen zijn laatste. Bae kondigde na het verrassendste sprinttoernooi sinds jaren aan volgend seizoen wegens zijn studie economie niet meer aanwezig te zijn. Beste Nederlander was Arie Loef, die na een goede eerste dag vijf plaatsen zakte en als elfde eindigde.