Ontvoerde artsen terug uit Soedan

ROTTERDAM, 26 febr. - De twee artsen van de hulporganisatie Artsen zonder Grenzen, die drie weken geleden door het Soedanese Volksbevrijdingsleger SPLA werden ontvoerd, zijn zaterdagmorgen in Brussel teruggekeerd. De artsen, de Nederlander M. Ruppert en de Belgische C. van Haegenborgh, werden donderdag bij de grens tussen Soedan en Kenia aan vertegenwoordigers van Artsen zonder Grenzen Belgie overgedragen.

De vrijlating geschiedde volgens woordvoerster I. van Velzen van de Belgische afdeling van Artsen zonder Grenzen na intensief overleg van vertegenwoordigers van de Belgische regering, Artsen zonder Grenzen Belgie en de top van het SPLA. Ruppert en Van Haegenborgh werden in de nacht van 2 op 3 februari in Malakal ontvoerd door een eenheid van het SPLA, een dag voordat ze met een vliegtuig door Artsen zonder Grenzen uit het gebied zouden worden teruggehaald. De organisatie had al op 10 januari besloten alle medewerkers van de drie Belgische projecten in Soedan terug te trekken, omdat hun humanitaire hulp, vooral door de Soedanese regering, onmogelijk werd gemaakt.

Het SPLA heeft steeds gezegd dat de ontvoering een 'vergissing' was. Het zou de twee artsen alleen hebben weggevoerd omdat de streek door de gevechten tussen het verzet en het regeringsleger te gevaarlijk zou zijn geworden. Van Velzen twijfelt aan deze uitleg, omdat twee andere mensen van de hulporganisatie in Malakal werden achtergelaten. De twee artsen bereikten de grens met Kenia na een zware tocht van driehonderd kilometer door het zuidwesten van Soedan. Ze zijn volgens Van Velzen goed behandeld en nooit bedreigd.