Moord

Stel, u heeft iemand vermoord. Het gebeurde halverwege de Tweede Wereldoorlog. U had voor een paar nachten onderdak verschaft aan een jood, maar de man wilde daarna niet vertrekken. Uw gast begon chantage-achtige dreigementen te uiten voor het geval u hem op straat zou zetten. Hij zou u kunnen aangeven bij de politie indien hij gepakt werd. U raakte in paniek, en enkele dagen later vermoordde u de jood met uw blote handen en met voorbedachten rade, terwijl uw zus op de uitkijk stond.

U werd gepakt en veroordeeld, maar na de oorlog kreeg u gratie op grond van uw verweer dat de liquidatie 'in het belang van het verzet' was gebeurd. Toch kon nooit worden vastgesteld tot welke verzetsgroep u had behoord.

Bijna vijftig jaar later. U bent een geacht Nederlander geworden, een bekende filmregisseur. Hoe gaat het met u? Wat doet u? Wordt u door wroeging verscheurd en handelt u daarnaar? Bij voorbeeld door u zo onopvallend mogelijk te gedragen om maar vooral geen aanstoot te geven? Of doet u juist het tegenovergestelde: blijft u welgemoed deelnemen aan het openbare leven, geeft u tal van interviews, en kondigt u zelfs aan dat u een film wilt maken over die vermaledijde moord-affaire? Volgens een andere filmregisseur, Woody Allen, zult u het laatste doen - en ik vermoed dat hij gelijk heeft. Er is een nieuwe film van hem uit, Crimes and misdemeanors, een briljante moraliteit. Een tijd lang rustte er in intellectueel-snobistische kringen een soort taboe op onversneden bewondering voor het genie van Allen. Neurotisch geneuzel van een verwende Amerikaanse poseur, dat was het. Leuk? Aangrijpend zelfs? Komaan, laat je nakijken.

Intussen ging Allen onverstoorbaar door: elk jaar een nieuw meesterwerk, en ook nog allemaal grotendeels zelf bedacht - hij doet alsof er geen Nederlandse romans bestaan. Afgezien van zijn aandeel in New York Stories heb ik hem de laatste tien jaar niet op enige misser kunnen betrappen.

Allen wordt er niet vrolijker op, voor zover hij dat ooit echt geweest is. Crimes and misdemeanors is misschien wel zijn somberste film, al is er altijd die onderstroom van laconieke humor die hem voor het melodrama behoedt. Prachtige grappen. 'De enige vrouw waar ik de laatste jaren in ben geweest, was het Vrijheidsbeeld', zegt Cliff Stern, de door Allen gespeelde schlemiel, als hij de brokstukken van zijn huwelijk overziet. Stern blijft met lege handen achter. Zijn vrouw en vriendin bedriegen hem, zijn goeroe-filosoof pleegt zelfmoord en ten slotte onderneemt een hem onbekende man een vernietigende aanval op zijn rechtvaardigheidsgevoel.

Om die man - een gerespecteerde oogarts - draait de film. Hij laat zijn maitresse uit de weg ruimen, nadat zij chantage-achtige dreigementen had geuit voor het geval hij haar aan de dijk zou zetten. Zij zou hem kunnen aangeven bij de politie in verband met frauduleuze praktijken. Zij dreigt bovendien zijn vrouw over de verhouding in te lichten. De arts raakt in paniek en schakelt zijn broer in om haar te laten vermoorden.

Een tijd later. De man is vrijuit gegaan, hij is een geacht Amerikaan gebleven, een bekende medicus. Hoe gaat het met hem? Wat doet hij? Hij geniet volop van het leven. Hij is het middelpunt van chique feestjes, hij lacht, hij danst, hij grapt. Aan het einde van zo'n feestje loopt hij Stern tegen het lijf die in een hoekje zijn nederlagen telt. Hij vertelt Stern dat de perfecte moord inderdaad bestaat, en de naieve Stern, boordevol joods schuldbesef, stamelt: 'Maar de dader zal toch altijd gekweld worden door enorme schuldgevoelens?' De arts glimlacht. 'Even', zegt hij, 'even - maar dat slijt. Het leven gaat door, en het lukt de schuldige zijn daad weg te rationaliseren. Jij dacht toch niet dat hij zich zou aangeven? Dat gebeurt alleen in Hollywood-films.' Dan stapt hij voldaan met zijn vrouw de nacht in. Je ziet Stern denken: zit het leven zo in elkaar? En je hoort de filmregisseur antwoorden: zo zit het leven in elkaar.

    • Frits Abrahams