Mijnwerkers in Petrosani waren niet meer te houden

PETROSANI, 26 febr. - De zon geeft deze grauwe Roemeense mijnstad zowaar iets vrolijks. Menigeen is bij zijn zondagmiddagwandeling door de Straat van de Revolutie het genot van alcoholische versnaperingen al aan te zien. De vrije zondagmiddag is een van de vruchten van de revolutie in Petrosani. Hier en daar loopt een mijnwerker in uitgaansuniform, strepen op de manchet, gestileerde kolenschoppen op de pet. Een idyllisch tafereel - en niets wijst erop dat het deze zelfde mijnwerkers zijn die de bevolking van de hoofdstad Boekarest de afgelopen weken al twee keer de stuipen op het lijf hebben gejaagd. 'Dat was helemaal spontaan, niemand heeft de mijnwerkers gezegd dat zij naar Boekarest moesten gaan', vertelt een 29-jarige ingenieur, lid van het sinds drie weken bestaande vrije vakbondscomite in de kolenmijn. 'Ze waren gewoon niet meer te houden, toen ze op de televisie hoorden dat vandalen het hoofdkwartier van het Front voor Nationale Redding hadden bestormd. Ze namen pikhouwelen mee, en om een beetje op ze te letten zijn ook de directeur en de voorzitter van de vrije vakbond, Puju Horia, maar ingestapt in een van de twee treinen die de mijnwerkers op het station hadden aangetroffen en in bezit genomen.'

'Op het station van Carbonesti, aan de andere kant van de bergen, heeft een per helikopter aangevlogen delegatie van het Front nog geprobeerd hen ervan te overtuigen dat het niet nodig was, maar dat hielp niet. Laaiend waren ze, het Front in gevaar! Toen de stationschef van Carbonesti weigerde de twee treinen te laten vertrekken, hebben ze gedreigd zijn station te vernielen.' En zo kwamen op maandag 19 februari duizenden mijnwerkers in Boekarest aan voor een luidruchtig eerbetoon aan het regerende Front, met leuzen als: 'Iliescu, als je wilt, rekenen we af met de vagebonden'. De boodschap was duidelijk: de mijnwerkers zien de intellectuelen, de oppositiepartijen en anderen die in Boekarest, Timisoara en andere Roemeense steden het Front bevechten als een herleving van de communistische partij in een nieuw jasje met autoritaire trekken, als een storend verschijnsel. Zij waren al eerder naar aanleiding van anti-Front demonstraties naar de hoofdstad getogen, op 29 januari. 'Als het nog een derde keer moet, dan zorgen we ervoor dat het daarna nooit meer hoeft', heet het grimmig onder voorbijgangers in deze zonnige hoofdstraat. 'Er is geen andere revolutie dan die van het Front', menen de inwoners van Petrosani, bijna allen werkzaam bij de mijn. 'Vertegenwoordigers van het Front kwamen hier op 23 en 24 december met ons praten, die andere partijen die nu zo'n grote mond hebben hebben we toen niet gezien.'

Het Front willigde eind december onmiddellijk een aantal lang gekoesterde wensen in: een vijfdaagse - in plaats van zevendaagse - werkweek, een vierploegendienst van zes uur in plaats van drie van acht. En verder is er nu in Petrosani ook weer volop vlees in de winkels, wordt de elektriciteit in de 23.000 inwoners tellende stad niet meer om de haverklap afgesloten, en heeft het Front beloofd zich in te spannen voor betere woonomstandigheden en reparatie van de stadsverwarming.

Tevredenheid

De vrije vakbond van de mijn werkt nog aan het opstellen van een lijst met eisen, maar ziet zich op het moment nog overstroomd door een massale toevloed van individuele gevallen van onrecht en ellende. De partijsecretaris van de stad heeft op 22 december de wijk genomen, naar verluidt naar Frankrijk. Het Front regeert Petrosani, maar in feite vormt de vrije vakbond de belangrijkste macht, menen de mijnwerkers. Tevredenheid alom.

Bij de decemberrevolutie heeft Petrosani 'geluk gehad', vertelt een ingenieur. 'De securisti hebben zonder te schieten hun wapens ingeleverd, toen zij zagen welke kant het uitging. Het stadje was drie dagen in rep en roer, na een door de partij op 21 december belegde vergadering. De werkers van de tweede dagploeg waren toen bijeengeroepen, opdat zij braaf de demonstraties in Timisoara als het werk van 'contra-revolutionaire elementen' zouden veroordelen. Ter inleiding op deze stap luisterde de vergadering via luidsprekers mee naar de laatste toespraak van dictator Ceausescu in Boekarest. Toen via die luidsprekers duidelijk werd dat het in Boekarest anders liep en de demonstranten in plaats van 'Leve Ceausescu' 'Timisoara' begonnen te schreeuwen, kwam er van de beoogde motie weinig meer terecht. Na de vlucht van de dictator, stroomde de mijn leeg en ging de ganse bevolking van Petrosani de straat op. De vierhonderd leden van de Patriottische garde van het stadje, de door Ceausescu ter ondersteuning van zijn eigen regime ingestelde arbeidersmilities, pasten zich moeiteloos aan de nieuwe toestand aan en bewaakten alle ingangen van de mijn, om te verhinderen dat 'contra-revolutionaire krachten' ondergronds hun intrek zouden nemen.

Uit de gesprekken op straat blijkt dat Petrosani verwacht dat het leven beter zal worden, en goedkoper vooral. Begrippen als economische hervorming en markteconomie brengen weinig tekenen van herkenning teweeg, wel is er onmiskenbaar wantrouwen tegen eventuele privatisering van de mijn. De mijnwerkers behoren nu tot de best betaalde werknemers in Roemenie, met maandsalarissen tussen 3.700 lei (ongeveer 500 gulden) tot wel 7.000 lei. Het basisloon is te verwaarlozen, bijna het hele salaris bestaat uit prestatiepremies.

Maar juist op dit punt heeft het hier zozeer geliefde Front al voor enige achterdocht gezorgd. De mijn van Petrosani wordt namelijk losgekoppeld van de andere mijnen in de omgeving. Daardoor zal het niet langer mogelijk zijn dat - zoals vroeger - de directie van het Combinaat teleurstellende resultaten in de ene mijn in de boeken compenseert met de successen uit een andere, zodat aan het eind van de maand iedere werknemer dezelfde som aan prestatiepremies als vorige maand kan ontvangen. De rentabiliteit van de mijnen, die vroeger geen kompel interesseerde, is plotseling een zaak van groot belang geworden.

Dat de mijnwerkers de verrichtingen van het Front kritiekloos zouden volgen of voor ieder karretje te spannen zouden zijn, zoals critici van het Front beweren, is dus niet juist. Zo is het ook menig mijnwerker een doorn in het oog dat de oude directeur nog niet is ontslagen. Een meer algemeen wantrouwen jegens schone beloften is de vrucht van de teleurstellende ervaringen na de mijnwerkersstaking van 1977. Deze bijna legendarische staking in alle mijnen van de Jiu-vallei, een van de weinige daden van verzet tegen het autoritaire bewind van Ceausescu, bracht de mijnwerkers op korte termijn successen: de zes-urendienst, de bouw van een ziekenhuis en de bouw van een textielfabriek zodat de mijnwerkersvrouwen ook een baan konden hebben. 'Maar een jaar later al waren er plotseling infiltranten in ons midden die uit ons aller naam een terugkeer naar de acht-uursdienst voorstelden', herinnert zich een mijnwerker, en weer een jaar later was de drie-ploegendienst weer een feit. De voedselvoorziening, met bonnensysteem, werd door de partij hoe langer hoe meer gebruikt als een instrument voor het zoethouden in tijden van spanning of ongenoegen. Weerspannige arbeiders werden door de directie gestraft met overplaatsing naar minder rendabele mijnschachten (en dus minder premie). De mijnwerkerstrots liep na de schijnoverwinning van 1977 dus een behoorlijke knauw op.

Nu de verschillende kolenmijnen van de Jiu-vallei ieder hun eigen vakbond hebben gevormd, is de tijd voor de stichting van een landelijke mijnwerkersbond pas goed aangebroken. 'En reken maar dat het een machtige vakbond zal zijn', meent een ingenieur. 'Kijk maar naar Polen, daar hebben de mijnwerkers ook heel wat macht binnen Solidariteit.'

Deze ingenieur kan het weten, want hij heeft een jaar in de Silezische mijnstad Katowice stage gelopen. 'Helemaal gaat die vergelijking natuurlijk niet op', meent hij, 'onze jongens zijn natuurlijk heel wat feller.'

    • Raymond van den Boogaard