Justitie blokkeert project minderheden

AMSTERDAM, 26 febr. - Een Marokkaan zonder verblijfsvergunning die was aangenomen voor een onderwijzersopleiding voor vreemdelingen opgezet door drie ministeries, moet Nederland toch verlaten. Dat heeft de president van de Amsterdamse rechtbank vorige week bepaald. Volgens de rechter dient zijn verblijf in Nederland geen wezenlijk belang.

Hassan El Maimouni was in 1987 naar Amsterdam gekomen om scheikunde te studeren. Op een aanvraag voor een verblijfsvergunning kreeg hij geen antwoord. Tijdens zijn verblijf liep een wervingsactie opgezet door drie ministeries (Onderwijs, Binnenlandse Zaken en Sociale Zaken) om 75 in Nederland wonende Marokkanen en Turken te vinden, die in staat moesten worden geacht om binnen twee jaar te worden opgeleid tot onderwijzer op een Nederlandse school met een hoog percentage leerlingen uit hetzelfde land. Aan deze onderwijskrachten bestaat dringend behoefte. De campagne kostte bijna een miljoen gulden. El Maimouni werd uit 500 kandidaten gekozen voor een van de 75 beschikbare plaatsen. De Universiteit van Amsterdam toetste El Maimouni op zijn beheersing van de Nederlandse taal en liet hem toe.

De Amsterdamse rechtbank wees de Marokkaan uit met het argument dat eerst onder legaal in Nederland verblijvende Marokkanen en Turken moet worden geworven voor de opleiding. Pleidooien van prof. W. Albeda, directeur van het steunpunt voor Innovatieprojecten ten behoeve van Etnische Minderheden op het snijvlak van Onderwijs en Arbeidsmarkt (IMOA), en staatssecretaris Wallage van onderwijs hebben niet mogen baten. Zijn raadsvrouwe, mr. T. L. Tan, noemde het standpunt van staatssecretaris Kosto van justitie om op grond van het geldende restrictieve toelatingsbeleid voor vreemdelingen haar client niet tot de opleiding toe te laten 'onzorgvuldig'. Zij gaat in hoger beroep, ondanks het feit dat de rechter schorsende werking afwees en El Maimouni uit Nederland moet worden verwijderd.