In Rusland moet je geloven - maar wat?

De Sovjet-Unie blijft bij uitstek een land van de mythes en mystificaties en dat maakt het niet eenvoudig te doorgronden wat er eigenlijk aan de hand is. Neem bij voorbeeld alle kouwe drukte, stemmingmakerij en paniekzaaierij rondom de demonstratie van afgelopen zondag. Wanneer de vraagtekens op mijn gezicht te groot worden plegen Russen vaak hun toevlucht te nemen tot het vierregelige gedicht van Fjodor Tjoettsjev, dat luidt: Rusland het verstand te boven, dat meet je met geenellemaat: het is een heel aparte staat - in Rusland kun je slechts geloven.

Ik heb een hekel aan dat gedicht, omdat het je voortdurend met je neus op je tekortschieten drukt en ieder gesprek doodslaat, maar ook omdat ik door de bank genomen niet geloof in de uniciteit van welk volk dan ook.

Toch kan ik niet anders dan toegeven dat de vier regels voor de Sovjet-Unie in haar geheel nog steeds opgaan. Dit is het land van de mythes en mystificaties en dat maakt het niet eenvoudig te doorgronden wat er eigenlijk aan de hand is. De hele kouwe drukte, stemmingmakerij en paniekzaaierij rondom de demonstratie van afgelopen zondag zijn daar een goed voorbeeld van.

Hersenspinsels

Er ontstaat een plan om een demonstratie te organiseren voor een goed doel. Rondom dit plan vormt zich onmiddellijk een heel netwerk van geruchten, verzinsels en hersenspinsels, die god weet waar vandaan komen en god weet met welk doel worden verspreid. De autoriteiten beginnen waarschuwende taal uit te slaan en daardoor de spanning op te voeren. De organisatoren worden zenuwachtig en spelen de bal terug. De vermeende tegenstander, in dit geval de rechtse Russische nationalisten, begint zich op zijn beurt te organiseren en dreigende gebaren te maken. En dit alles wordt begeleid door een zeer mystificerend en bezwerend taalgebruik waarin voortdurend sprake is van 'extremistische elementen', 'provocaties', die 'resoluut het hoofd moeten worden geboden', 'maatschappelijke krachten' met duistere doeleinden en 'samenzweringen' om het hervormingsproces de das om te doen. Man noch paard worden genoemd en iedereen danst om elkaar en de hete brei heen. En zo gaat het steeds.

Wanneer in Bakoe anti-Armeense pogroms plaatsvinden en het leger de Azerbajdzjaanse hoofdstad binnenvalt is het vanuit Moskou praktisch onmogelijk om een normaal beeld van de situatie te krijgen, want iedereen doet mee aan het schimmenspel.

Complottheorie

Op de Sovjet-pers kun je absoluut niet afgaan, want de ene keer geeft ze een geflatteerd beeld van de situatie en de volgende keer zweept ze om de een of andere reden de gemoederen op. Hetzelfde geldt voor de autoriteiten: de ene keer zwijgen ze bepaalde gebeurtenissen dood en de volgende keer stellen ze een ietwat uit de hand gelopen demonstratie voor als een poging tot staatsgreep. Ook de Volksfronten spreken voortdurend van het complot van Moskou, of het nu tegen de Azerbajdzjani, de Armeniers, de Gagaoezen, de Osseten of de Tsjoektsjen is gericht. Bewijzen worden voor beschuldigingen zelden of nooit geleverd. Veel zo niet alles wordt verklaard met de stereotiepe frase 'Komoe-to eto vygodno' ('Iemand heeft er kennelijk belang bij'). Wanneer de mijnwerkers en masse staken, wordt er een crisissfeer geschapen in verband met een dreigend kolengebrek voor de aanstormende winter. Als de spoorwegen in Armenie geblokkeerd worden, stelt men het zo voor alsof de economische gevolgen door het hele land merkbaar zijn. Als er niets te koop is in de winkels ontdekt men een samenzwering in de voedseldepots, waar treinen niet in- of uitgeladen worden. En overal en onmiddellijk valt de term 'sabotage'. Afhankelijk van de sociale groep waar men toe behoort zoekt men de schuldigen bij a) het partijapparaat, b) de 'anti-perestrojkakrachten', c) extremistische elementen, demagogen en politikasters, die naar de macht streven, d) joden en vrijmetselaars, e) een lobby van een gehaat naburig volk, f) de bureaucraten, g) de mafia en criminele elementen. Nooit wordt er een bewijs geleverd, iedereen roept maar wat.

Het vijandbeeld

De macht van het woord is in de Sovjet-Unie mystiek. De stalinistische cliche's, die destijds gebruikt werden om de halve bevolking te vernietigen, zijn bijna genetisch verankerd geraakt in de Russen, of liever gezegd, ze vielen kennelijk op een vruchtbare voedingsbodem. Ook in de jaren dertig sprak men voortdurend van saboteurs, vijanden en uitvreters, die parasiteren op het onschuldige lichaam van de Russische werkende mens. De Literatoernaja Gazeta heeft een serie interviews afgedrukt waarin een poging wordt gedaan de oorsprong te achterhalen van wat men hier de 'obraz vraga' (het vijandbeeld) noemt. De vijand die hiermee bedoeld wordt is niet alleen de ideologische buitenlandse tegenstander, maar veeleer de vijand die bij je in huis woont of die je op elke straathoek kunt tegenkomen. Hoe kom je af van die ingekankerde achterdocht, die stereotiepe reacties die het bijna onmogelijk maken een nuchtere analytische uitspraak te doen? De laatste in die serie interviews liet Aleksandr Jakovlev aan het woord, de enige intellectueel in het Politburo. Hij verklaarde het vijandbeeld uit eeuwenlang autoritair bestuur. 'Een autoritaire levenswijze doodt in de mens het oorspronkelijke, het zelfstandige, het eigene. Het doodt dat op duizenden manieren. Vanaf de kleuterschool en de school, waar de persoonlijkheid voor het eerst genivelleerd wordt, waarover bij ons al lange tijd met ongerustheid wordt gesproken. Het zet zich voort in het instituut en op de technische school, in het leger en op het werk. En dat alles onder omstandigheden waarin een groot gebrek heerst aan democratie. Dat geldt tot op de dag van vandaag, laten we onszelf niets wijsmaken'.

De mens compenseert dat met een grote dosis eigenliefde, het zoeken van gebreken bij de ander en het aanwijzen van allerlei vijanden, die hem in een dergelijke vernederende positie hebben gebracht, aldus Jakovlev. Met spijt constateert hij dat deze primitieve strijd zelfs in intellectuele kringen is losgebarsten, waar liberalen en conservatieven elkaar voor rotte vis uitmaken, zodra het thema Volk en Vaderland ter sprake komt. (Jakovlev is daar zelf trouwens voortdurend het slachtoffer van, in reactionaire kring mag men hem graag uitmaken voor een gemaskeerde jood die de zionisten de hand boven het hoofd houdt). Het is hoopgevend dat er nu in het Politburo iemand is doorgedrongen, die over deze afwijking een nuchter oordeel heeft. Maar daarmee is deze mentaliteit voorlopig helaas nog niet verdwenen, ook niet in de politieke leiding, getuige de waanzinnige stemmingmakerij rondom de demonstratie van zondag. De Komsomolskaja Pravda publiceerde onlangs een verbijsterend artikel. Aan de Moskouse staatsuniversiteit bestond nog in 1988 een heel netwerk van 'aangevers', studenten die zich geroepen voelden hun medestudenten in de gaten te houden en de universitaire partijfunctionarissen op de hoogte te stellen van 'afwijkend gedrag'. Er is nog een lange weg te gaan.

SCHEURING IN MOSKOU - Een deelnemer aan de protestmars voor democratie gisteren laat zijn afkeer van de huidige Sovjet-staat blijken door het portret van de stichter aan stukken te rijten. (Foto AP).

    • Laura Starink