Huilen over de ondergang van het boek is in elk gevalvoorbarig; Een renaissance van het woord

De essayist Cyrille Offermans moet vrijdagmiddag enige moeilijke momenten hebben doorgemaakt. De Stichting CPNB, die zich bezig houdt met de Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek, had hem gevraagd op te treden als co-referent bij een lezing over de toekomst van het boek. De lezing zou worden gehouden door de Duits-Amerikaanse cultuurfilosoof George Steiner ter gelegenheid van het zestigjarig bestaan van de Stichting.

Een eerste probleem voor Offermans was dat de lezing van Steiner niet op schrift stond. Steiner houdt de laatste jaren aan de lopende band voordrachten over diverse thema's waarbij hij gewend is om hier en daar wat te improviseren en hij had de organisatie alleen geschreven dat hij zijn bekende betoog over de ondergang van het boek als cultuurdrager nog eens zou herhalen.

Op basis van die summiere aankondiging had Cyrille Offermans zijn co-referaat moeten voorbereiden. Hij had dan ook een grondige redenering op schrift gesteld waarin hij vele kritische kanttekeningen plaatste bij Steiners nogal eenzijdige pessimistische wereldbeeld. Zo bracht hij naar voren dat de visie van George Steiner naar zijn smaak te veel deed denken aan sommige 19de eeuwse schrijvers, die een paranoide angst hadden voor de terreur van de straat en het vulgus. Steiner zag volgens Offermans over het hoofd dat - naast een traditie van gedegen, naar zichzelf verwijzende klassieke literatuur - een even oude en even waardevolle traditie bestaat van luchtiger literatuur die meer op zichzelf staat of naar de actualiteit verwijst. Tegenover de traditie van Cicero stelde Offermans de traditie van Seneca. Tegenover Steiners 'zware' literatuur, die alleen in stilte kan worden geproefd, plaatste hij een 'lichte' literatuur die raakvlakken heeft met amusement en die zich juist voor de gewone, dagelijkse dingen interesseert. Ook de herhaaldelijk door Steiner gewraakte massa-educatie, ontstaan in het midden van de vorige eeuw, en de democratisering moeten volgens Offermans niet als een ramp worden beschouwd. Ze hebben juist een belangrijke impuls gegeven aan de moderne, anti-ascetische en anti-burgerlijke literatuur. Steiner, zo had Offermans zijn referaat willen beginnen, was een grote pessimist zonder dat daarvoor veel reden was.

Komisch

Maar wat betoogde Steiner in zijn feestrede voor de CPNB? Dat er alle reden was voor optimisme. Er wordt nog steeds veel waardevolle literatuur gelezen, er zijn nog steeds mensen die veel aandacht opbrengen voor de manier waarop iets geschreven is, en de toekomst voor het literaire boek ziet er beter uit dan lange tijd het geval was. Cyrille Offermans las na deze woorden toch maar netjes zijn tevoren geprepareerde co-referaat voor. Maar hij zag zelf het komische van de situatie in. Wie Steiner als een cultuurpessimist wil aanduiden moet voortaan voorzichtig zijn. Aanvankelijk was George Steiner begonnen met een nogal somber verhaal over de verdwenen stilte en persoonlijke levenssfeer waarin complexe boeken tot hun recht kunnen komen. Hij verwees naar bekende schilderijen van lezende mensen die laten zien hoe veel gunstiger de voor ons liggende eeuwen waren voor liefhebbers van het woord. Hij klaagde aanvankelijk ook nog eens over de moderne jeugd die te lui om te lezen is. Het bekende verhaal over studenten die moe worden van een pagina tekst, die precies willen horen welke bladzijden ze moeten lezen, en vooral niet meer doen dan nodig is. Maar daarna maakte zijn voordracht een onverwachte wending. Hij was geen pessimist. Integendeel! Hij zag de laatste tijd overal tekenen dat de door hem gewaardeerde klassieke literatuur niet verloren zou gaan. Weliswaar werd er veel te veel televisie gekeken en was er een internationale ongeinteresseerde bestseller-cultuur ontstaan waarin grote voorschotten werden betaald voor boeken die nog geschreven moesten worden. Maar zijn ervaring met studenten aan de Universiteit van Geneve leerde dat de invloed hiervan beperkt bleef. Nog altijd zijn er, zo had hij gemerkt, studenten die in naamvallen zijn geinteresseerd. En nog altijd worden er, een stokpaardje van Steiner, dichtregels uit het hoofd geleerd.

Perspectieven

Belangrijker in Steiners betoog is dat zich ook buiten de Universiteit van Geneve een renaissance van het woord lijkt te voltrekken. Recente berichten uit de Franse uitgeverswereld maken duidelijk dat juist de kleinere uitgevers die gespecialiseerd zijn in 'moeilijke' literatuur op dit moment in opkomst zijn. Steeds meer grote bureaucratische concerns beginnen de laatste jaren in moeilijkheden te raken terwijl de perspectieven voor de door Steiner gewaardeerde literatuur nu beter zijn dan ze lange tijd waren.

Voor wie de literatuur over dit onderwerp de laatste tijd heeft bijgehouden komt de bekering van George Steiner niet geheel onverwacht. In het laatste nummer van de New York Review of Books (1-3-1990) is een artikel opgenomen van Jason Epstein, vice-president van de machtige Amerikaanse uitgeverij Random House, dat dezelfde optimistische eindconclusie heeft. In The Decline and Rise of Publishing geeft Epstein een minutieuze analyse van de veranderingen die de Amerikaanse boekverkoperswereld heeft doorgemaakt. Ook hem hebben deze ontwikkelingen aanvankelijk weinig reden tot juichen gegeven. Epstein beschrijft uitvoerig de fnuikende invloed die de grote bestsellers hebben gehad op het publikatiebeleid van de vooraanstaande uitgevershuizen.

Als oorzaak voor de verloedering noemt Epstein, heel opmerkelijk, niet de houding van de boekenwereld maar de naoorlogse suburbanisatie. Deze had tot gevolg dat steeds meer grote boekwinkels uit de stadscentra moesten verdwijnen. Zij werden vervangen door kleine inloopzaken in de buitenwijken, die in toenemende mate onderdeel gingen uitmaken van samenwerkingsverbanden en winkelketens. Zoals bij dit soort ketens gebruikelijk is, is alle aandacht gericht op de verhoging van het rendement. Dat betekent dat boeken niet te lang op de plank mogen blijven staan. Risico's worden vermeden. De inkoop en de planning geschiedt van hogerhand. En gespecialiseerde boekverkopers worden vervangen door goedkope, ongeschoolde arbeidskrachten.

Epstein signaleert in zijn artikel aan de andere kant de wurgende spiraal waarin de uitgevers daardoor raakten. Zij moesten steeds hogere voorschotten betalen aan schrijvers die een bestseller zouden kunnen schrijven. En het gevolg was dat de minder goed verkopende boeken in het gedrang kwamen.

Samizdat

Net als George Steiner ziet Jason Epstein de toekomst ondanks alles optimistisch tegemoet. In de eerste plaats moet hij constateren dat er onder de bestsellers ook moeilijk toegankelijke, waardevolle boeken zijn. De winkelketens nemen tegenover deze boeken eerst een afwachtende houding aan, maar als ze zien dat ze via de 'samizdat' succes hebben, aarzelen ze niet om ze te verkopen, net zoals grote bioscopen arthouse-films draaien en grote theaters marge-theater brengen. Belangrijker is dat naar zijn mening het proces van voortdurende concentratie over zijn hoogtepunt heen is. Halverwege de jaren tachtig waren de meeste winkelketens in Amerika aan de top van hun mogelijkheden. Er zat geen groei meer in de branche, wat er op neerkwam dat het van dat moment af aan alleen maar slechter kon worden. En zo was het ook. Net zoals naast de supermarkten gespecialiseerde delicatessenwinkels onstonden waar je twintig soorten olijfolie kon kopen, zo kwamen er aan het eind van de jaren tachtig door de hele Verenigde Staten weer onafhankelijke boekhandels met een assortiment dat groter was dan ooit tevoren was vertoond. Epstein geeft voorbeelden van winkels met tienduizenden titels op het gebied van literatuur, geschiedenis, wetenschap en filosofie, die daar nu uit voorraad leverbaar zijn. En het gekke is dat deze boeken ook worden verkocht. Terwijl de verkoop van in de ketens georganiseerde winkels steeds meer achterblijft, bloeien nu overal nieuwe onafhankelijke winkels op.

Signaal

Of zich ook in Nederland een dergelijke tendens voordoet kan op dit moment nog niet met zekerheid worden gezegd. Het gehuil over de ondergang van het boek dat sinds kort ook hier af en toe wordt aangeheven lijkt in elk geval voorbarig.

Zeker is dat in ons land grote uitgeversconcerns als Elsevier en Kluwer op dit moment hun belangstelling voor de boekenbranche beginnen te verliezen, terwijl zich tegelijkertijd verschillende kleine ondernemingen aftekenen die een gezonde indruk maken.

Het duidelijkste signaal daarvan is wel dat een van de belangrijke literaire uitgeverijen in Nederland, Bert Bakker, zich enkele weken geleden uit het Kluwerconcern heeft vrijgekocht en nu - met steun van een commerciele geldschieter! - als zelfstandige onderneming doorgaat.

Het wachten is voorlopig op de volgende die het ouderlijk nest verlaat. Veelzeggend is in elk geval dat het boekenvak met de keuze van George Steiner als feestredenaar een allesbehalve populistische intellectueel in huis heeft gehaald. Met een zo krachtig pleitbezorger voor het aandachtig lezen van complexe literatuur is ook in Nederland enige reden om de toekomst van het boek met vertrouwen tegemoet te zien.

    • Reinjan Mulder