Hout en ijzer voeren een stil gevecht tegen de kou

In de keuze uit het werk van de zeventigjarige Enno Brokke, die op het ogenblik in het Arnhems Gemeentemuseum is te zien, ligt de nadruk op zijn schilderijen uit de jaren zeventig en vooral tachtig. Het zijn in dunne lagen fijngeschilderde, fotografisch nauwkeurig gedetailleerde voorstellingen die frappant verschillen van de enkele getoonde voorbeelden uit eerdere perioden. Een toendralandschap uit 1960 en een Vos in Lapland uit 1965 bijvoorbeeld zijn enigszins materie-achtige impressies waarin de steppe, rendieren, een poolvos, de wolken en de zon figureren in een schematische natuurbeleving.

Het is mooi werk maar lijkt afkomstig van een andere man dan de latere doeken. De stijlbreuk in het werk van Brokke ligt in 1965 toen een oogaandoening zijn kunstenaarschap bedreigde. De genezing duurde enkele jaren en sindsdien lijkt Brokke zijn herkregen gezichtsvermogen te willen uitbuiten in een gretige waarneming en verwerking van ook het geringste detail in een nieuwe visie op dezelfde thematiek. Een dergelijke schoksgewijze ontwikkeling was een jaar of tien geleden ook aanwezig in het werk van de Betuweschilder, wijlen Jan van Anrooy. Toen deze na een staaroperatie een kunstlens geimplanteerd kreeg veranderde zijn kijk in de letterlijke zin, zijn voordien enigszins traditionele landschappen gingen over in een contrastrijk expressionisme met emotionele kleurstellingen. Zijn latere oeuvre werd persoonlijker en rijker. Bij Van Anrooy leidde de schok tot verontachtzaming van het detail, bij Brokke daarentegen tot een toepassing ervan in een op bizarre natuurbeleving gebaseerde variant van het magisch realisme. Enno Brokke kon daarbij terugvallen op zijn handvaardigheid van technisch tekenaar, die hij in zijn jeugd had opgedaan bij een Haagse carosseriefabriek. Toen al overigens - hij was een jaar of zestien - viel zijn talent dermate op dat het bedrijf hem per week twee middagen gelegenheid gaf om vrij te werken. In de oorlog week Brokke uit naar Limburg, waar hij in Milsbeek decorateur werd in een pottenbakkerij. Ook daar was gelegenheid tot een vrije ontwikkeling, samen met andere kunstenaars die zich na de oorlog in Cuyk zelfs verenigden in een soort kolonie. Er volgden de voor schilders min of meer gebruikelijke reizen naar Frankrijk. Wat Brokkes kunstenaarschap echter voorgoed zou bepalen werd een verblijf, samen met zijn vrouw, de fotografe Elisabeth Mulder, van vijf jaar in het hoge noorden van Europa, in Noorwegen en in de binnengebieden van Lapland. Zij keerden er tot voor kort vele malen terug, de kou, primitieve leefomstandigheden en de verlatenheid in een barre natuur trotserend. Een groot deel van het in Arnhem geexposeerde werk heeft te maken met de daar doorleefde emoties en opgedane indrukken. En met herinneringen aan reizen naar andere ongebruikelijke gebieden, zoals onder meer de Himalaya en Ladakh.

Brokke concentreert zich vooral op de in moeilijk toegankelijke landschappen aan te treffen sporen van menselijke aanwezigheid, in het bijzonder van vergeefse pogingen er blijvend in door te dringen. Een verlaten, verzakt houten huis met half ingestort dak, zich nog verwerend tegen de door een lichtpaarse lucht aangeduide immense vorst, details van verroeste bruggen, een uit een omgekeerde boot vervaardigde hut, de verweerde golfplaten van een in de steek gelaten loods, eenzame treinwagons op in de barre verlatenheid vastlopende stukken rails, composities met aangespoelde scheepskatrollen en de drijfkurken van stukgeslagen visnetten. De ingehouden kleuren van de naar hallucinaties neigende detail-figuraties spreken van niet wijkend ijskoud licht over een eindeloze verlatenheid, hier en daar slechts gemarkeerd door rondgeslepen stukken rots: waarschijnlijk de enig overgebleven landschappen waar de natuur zich met succes tegen menselijk opdringen te weer kan stellen. Treinwagons, brugfragmenten, omwaaiende loodsen en een in de steek gelaten tractor met als opbouw een verroeste autocarosserie zijn de tekens van een verloren strijd.

Brokke staat in zijn pijnlijk nauwkeurige registraties duidelijk aan de kant van de zich in een bastion van onherbergzaamheid terugtrekkende natuur. Mensen zijn, behalve als hij van de reclame op weggeworpen dozen een schilderij maakt, in zijn werk zelden aanwezig. Ze zijn gevlucht of verbergen zich achter de houten gevel in het schilderij Confrontatie uit 1986, die met schots en scheef overtimmerde planken bijeengehouden moet worden. Er is zelfs een ladder tegen aan genageld. Brokke laat geen lat en geen spijker in het stille gevecht onvermeld en daardoor wordt het gevelfragment weer een verhaal van vergeefse ontbering. De expositie, die ook geschilderde en in houtsneden uitgevoerde dierfiguren omvat, behelst het van verrukking vervulde ontzag voor stil natuurgeweld dat Brokke beheerst. Met steun van het rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Rheden kon een reeks van zijn schilderijen worden gereproduceerd in een catalogus (f. 30,00).

Tentoonstelling: Enno Brokke, schilderijen en houtsneden. Gemeentemuseum Arnhem; t/m 1/4; open: di t/m za 10-17 uur, zo 11-17 uur.