ECHTE VELDLOPER ZET ZAKEN RECHT

De ware veldloper zegevierde op de nationale titelstrijd, maar Tonnie Dirks wilde niets weten van een strafexpeditie tegen Marti ten Kate. Hoe hard de nederlaag, een jaar geleden op de draf- en renbaan van het Limburgse Landgraaf, ook was aangekomen. Dirks immers, een specialist in de modderige winterdiscipline, was indertijd danig te kijk gezet door een pure wegatleet, die de cross slechts als tussendoortje ziet.

In de bossen rond het Brabantse dorp Deurne zette Dirks gistermiddag de zaken recht. Met het allergrootste gemak demarreerde de voormalige hovenier weg van het veld, waarin ook Ten Kate het antwoord schuldig moest blijven. De ontketende expert finishte uiteindelijk na 12.400 meter met ruime voorsprong. 'Nee hoor, ik had helemaal geen revanchegevoelens', zo beweerde hij enkele minuten na het beeindigen van zijn zegetocht. 'Waarom zou ik ook? Ten Kate was vorig jaar toch een prima winnaar?' De verslagen titelhouder, die in 1989 een einde maakte aan een ononderbroken zegereeks van Dirks (deze greep drie jaar achtereen het crosskampioenschap), toonde zich na zijn onttroning in Deurne uiterst bescheiden. Ten Kate, met opvallend gevoel voor realiteit: 'Vorig jaar was er natuurlijk geen sprake van een echte veldloop. Het parcours in Limburg was veel te gemakkelijk. Eigenlijk was ik ook de verkeerde kampioen. Die titel past beter bij Tonnie, want hij is de enige echte crosser in Nederland.'

Ploeteren

Het nationaal kampioenschap veldloop ziet Ten Kate ieder jaar als een aardig intermezzo. Niet meer en niet minder. 'Het onderbreekt het trainingsritme. Ik beschouw het als een aangename bezigheid in de wintermaanden. Een beetje ploeteren door zwaar terrein, af en toe een heuveltje nemen. Het komt je inhoud als wegatleet alleen maar ten goede.' Op Dirks na, die zich inmiddels ook al op de marathon heeft gestort, is er in Nederland vrijwel niemand die zich serieus met het veldlopen bezighoudt. Dat gebrek aan erkenning in eigen kring is mede bepalend voor het niveau van de Nederlandse veldlooptop, dat internationaal gezien maar bitter weinig voorstelt. Ten Kate is het daar volmondig mee eens: 'Vorig jaar moest ik er tijdens het wereldkampioenschap in Stavanger alles aan doen om bij de eerste honderd te eindigen. We tellen internationaal absoluut niet mee. Dat komt vooral, omdat het veldlopen in ons land niet echt serieus wordt genomen. De meeste jongens doen het er wel even bij. Bij mij is dat niet anders.' In dat licht moet ook de overstap van Tonnie Dirks naar het zwaarder gewaardeerde wegcircuit worden gezien. De in eenvoud uitblinkende atleet uit het Brabantse dorp Zeeland liep vorig jaar in het Westland zijn eerste marathon en hoopt de komende zomer van de partij te zijn op de Europese titelstrijd in Split. Dirks moet zich echter nog kwalificeren voor dat toernooi, een krachtproef die Marti ten Kate zich kan besparen. Hij bleef afgelopen jaar in de marathon van Enschede immers al ruimschoots binnen de EK-limiet. 'Wat dat betreft ga ik een ontspannen seizoen tegemoet. Ik hoef eigenlijk tot aan het Europees kampioenschap niets te presteren', beweert Ten Kate. 'Toch wil ik de komende lente voluit gaan. In de marathon van Rotterdam, in april, hoop ik een goede tijd neer te zetten. Mogelijk ga ik mee met de buitenlandse toplopers, gewoon om te kijken hoever ik kan komen. Wie weet, misschien kan ik zelfs het nationale marathonrecord van Gerard Nijboer (die vele jaren geleden in de marathon van Amsterdam een toptijd van 2.9.01 liet noteren, red.) pakken. Ik weet namelijk dat het in me zit. Het is alleen maar de vraag wanneer het er eens uitkomt.'

Sprong

Met zijn persoonlijke recordtijd van 2.10.4, die hij vorig jaar in Rotterdam vestigde, maakte Ten Kate een fikse sprong op de wereldranglijst. Bivakkeerde de Twent in 1988 nog op de 55ste plaats, bij het afsluiten van 1989 mocht hij zich de nummer 16 noemen van het mondiale klassement. 'Die progressie geeft me moed voor het Europees kampioenschap. Ik durf zelfs te beweren dat ik niet kansloos ben voor het behalen van een medaille op 1 september', klinkt het optimistisch. Een blik op de marathonranglijst van 1989 leert bovendien dat er slechts drie Europese atleten (de Italiaan Gelindo Bordin, de Portugees Manuel Mattyas en de Brit Tony Milovserov) boven de Nederlandse topper prijken.

Minder hooggestemde verwachtingen heeft Ten Kate van zijn optreden op de wereldtitel veldloop, die over vier weken in Aix-les-Bains wordt gehouden. Hij beweert al gelukkig te zijn met een klassering bij de eerste twintig. Daarmee zou hij overigens een prestatie van formaat leveren, want de afgelopen jaren slaagde nimmer een Nederlander in die opzet. Het parcours zal bij dat streven een belangrijke rol spelen. Is de ondergrond hard en niet aangetast door regen of sneeuw, dan maakt de wegatleet een goede kans om relatief hoog in het klassement te eindigen. 'Op een modderig parcours, zoals vorig jaar in Noorwegen, kan ik het wel vergeten', stelt Ten Kate vast. Dat werk is meer geschikt voor de echte specialisten, die gewend zijn om in de bagger te lopen. Ik moet het meer heben van een hoog ritme, een strak tempo. Vooral op de laatste kilometers kan ik dan, met mijn inhoud en ervaring als marathonloper, toeslaan. De typische crossers zijn op dat moment aan het eind van hun latijn.' Hoewel donderdag aanstaande pas de definitieve selectie wordt bekendgemaakt, is het aan te nemen dat Tonnie Dirks, Marti ten Kate, Herman Hofstee en Marcel Versteeg in Aix-les-Bains van de partij zullen zijn. Zij vormden immers het kwartet lopers dat op de nationale titelstrijd de eerste plaatsen innam. Bij de vrouwen mogen de eerste drie van het Nederlands kampioenschap naar Frankrijk afreizen. Calamiteiten daargelaten zal dit trio bestaan uit Marjan Freriks, Carlien Harms en Christien Toonstra.

Overigens zag het er gisteren in Deurne enige tijd naar uit dat Freriks op knullige wijze buiten die WK-selectie zou vallen. De nationale kampioene dreigde namelijk gediskwalificeerd te worden, omdat zij tijdens de race niet gekleed was in het voorgeschreven clubtenue. Haar witte loopbroekje werd door een zwarte maillot aan het oog onttrokken van de overijverige juryleden, die meteen na de wedstrijd met het wapen van uitsluiting zwaaiden. Na ampel beraad voorkwam de wedstrijdleiding echter dat zij zich volstrekt belachelijk zou maken en kreeg Freriks de gouden medaille, die haar toekwam.