Beurs van Tokio valt van haar voetstuk; ruzie tussenministerie financien en centrale bank wakkert onrust aan

ROTTERDAM, 26 febr. - Japan verliest haar naam als land van de rijzende koersen. De grafiek van het Nikkei-gemiddelde van 225 meest verhandelde aandelen is sinds de jaarwisseling naar beneden gericht. In een week tijd is de Nikkei ruim 4.000 punten gedaald, een verlies van 10,7 procent. Dit jaar leverde de Nikkei ruim 14 procent in, waarmee de helft van de koersstijging van vorig jaar teniet ging.

Tot aan de jaarwisseling leken koersdalingen aan Tokio voorbij te gaan. Toen op oktober 1987 de beurzen in Europa en de Verenigde Staten met een derde kelderden, bleef de schade in Tokio beperkt. De oktobercrisis van vorig jaar ging al helemaal aan de Japanse beurs voorbij. Tokio was volgens analisten stabiel dankzij de krachtige Japanse economie en de bereidheid tot koerssteun bij de vier grote Japanse effectenhuizen: Nomura, Nikko Securities, Daiwa Securities en Yamaichi Securities. Ook toen eind vorig jaar ander beurzen in een mineurstemming geraakten, bleef Tokio stijgen.

Vorig week werd voor een Japans aandeel ongeveer 50 maal de onderliggende jaarwinst (per aandeel) betaald. Dat is drie tot vier keer zoveel als voor aandelen op Westerse beurzen wordt uitgegeven. Deels komt dat doordat de Japanse boekhoudmethoden de winsten lager doen lijken dan ze in werkelijkheid zijn. Verder hebben de Japanse bedrijven weinig schulden en bezitten ze onroerend goed dat op dit moment in Japan veel waard is. Dat verklaart slechts een deel van het koersverschil met het Westen.

Analisten noemen een koersniveau van 40 tot 45 maal de winst voor Tokio redelijker. Dat was namelijk de verhouding in 1985 toen de Japanse obligaties , net zoals op het moment, een rente van ongeveer zeven procent boden. De vergelijking met het rendement op obligaties is van belang omdat dit voor de beleggers een alternatief vormt voor het beleggen in aandelen.

De koersen zouden ten opzichte van vorige week nog tien tot twintig procent omlaag moeten om uit te komen op een prijs van 40 tot 45 maal de onderliggende bedrijfswinst. De daling van 4,5 procent vandaag zou dan nog niet het einde betekenen.

Wanneer de Japanse rente verder stijgt, wordt rentenieren nog aantrekkelijker en kunnen de aandelenkoersen verder dalen. De Japanse rente stond lange tijd erg laag. Vorig jaar werd het disconto echter driemaal verhoogd van 2,75 procent naar 4,25 procent nu. De vrees voor een nieuwe discontoverhoging droeg bij aan de onrust op de beurs.

De onrust is verder aangewakkerd door een vorige week aan het licht gekomen conflict tusen de Japanse centrale bank en het ministerie van financien. De centrale bank is bang voor inflatie, onder meer veroorzaakt door de krapte op de arbeidsmarkt. Met een hogere rente wil de bank de bestedingen beperken.

Het minsterie van financien is bang dat daarmee de groei van de economie wordt afgeremd. Volgens een vuistregel betekent een disconto-verhoging met een procent (naar 5,25 procent) dat het Bruto Nationaal Produkt 0,2 tot 0,3 procent moet inleveren. Vorig jaar groeide het BNP met 5 procent.

De zwakkere positie van de yen ten opzichte van de dollar is ook een bron van onrust. De Japanse centrale bank steunde vorige week met aankopen de yen die desondanks ten opzichte van de dollar bleef dalen. Vandaag kocht de bank volgens waarnemers nog eens voor ongeveer twee miljard dollar aan eigen valuta. Desondanks daalde de munt vandaag ten opzichte van de dollar tot het laagste niveau in ruim acht maanden.

De interventies van de centrale bank werden vorig week gedeeltelijk geneutraliseerd door het ministerie van financien dat vorige week juist yens in de markt bracht door Japanse obligaties op te kopen. Het ministerie wilde daarmee de obligatiemarkt steunen. De onenigheid tussen beide instanties heeft het vertrouwen in de yen aangetast. De beurzen in Europa reageerden vorige week en vanochtend met beperkte dalingen op Tokio. Wall Street liep vorige week nog minder schade op. Handelaren zijn weliswaar ongerust over de internationale rentestijgingen, maar beschouwen de beurscrisis in Tokio voorlopig als een Japans probleem. De Japanse beurs gaat al jaren haar eigen weg. Dr. J. J. van Duijn, directeur beleggingen bij Robeco, heeft voor de afgelopen 60 maanden de zogeheten correlatie-coefficient berekend, een norm voor de mate waarin de koersschommelingen tussen twee beurzen gelijk met elkaar opgaan. Voor Tokio bedraagt de index ten opzichte van andere beurzen slecht 0,2 tot 0,4. Dat is ongeveer de helft van de correlatie die Amsterdam en Wall Street met andere beurzen vertonen.

Van Duijn: 'Wel dient bedacht te worden dat het berekend is over een lange periode. Een grote uitschieter zoals vandaag is een gebeurtenis die wel grote invloed op de andere beurzen kan hebben'.

Vanochtend hielden de Europese beurzen zich in ieder rustig.