Westduitse metamorfose in Wenen

WENEN, 24 febr. - In het zicht van de vereniging van de twee Duitslanden is de positie van de Bondsrepubliek op het diplomatieke toneel aanzienlijk aan het veranderen. Er is sprake van een nieuw zelfbewustzijn dat aan de onderhandelingstafel in Wenen niet onder stoelen of banken wordt gestoken. Dat bleek heel duidelijk aan het einde van het seminar over militaire doctrines tussen Oost en West op 5 februari. Aan de Amerikaanse delegatieleider, ambassadeur John Maresca, werd toen de vraag gesteld: 'Minister Genscher heeft op 25 januari in Wenen in zijn rede tot de conferentie over conventionele strijdkrachten in Europa (CFE) een duidelijke deadline aan de conferentie opgelegd waarop een akkoord in Wenen gereed dient te zijn. Genscher noemde als tijdstip zomer 1990. Wat is het standpunt van de Amerikaanse regering?' Maresca antwoordde: 'Ons doel is meer een goed, inhoudelijk CFE-akkoord, zonder dat we deadlines stellen. De verklaring van Genscher is een nieuw element. Washington zal daar rekening mee houden.' Op zichzelf genomen, was het al bijzonder dat een Amerikaanse diplomaat zo open een dergelijk verschil van inzicht tussen de Amerikaanse en de Duitse positie op deze conferentie naar buiten bracht. Maar de eigenlijke explosieve lading zat verborgen in de opmerking 'Washington zal daar rekening mee houden'. Dat betekende dat de Verenigde Staten in het openbaar verklaarden hun politiek door het afwijkende standpunt van de Bondsrepubliek mogelijk te zullen veranderen.

In het interne NAVO-beraad waren dit soort aanvaringen en confrontaties tussen beide landen natuurlijk allang normaal geworden, maar de stap van intern naar openbaar is in de diplomatie altijd een reuzenstap. En binnen twee weken lukte het Genscher zelfs op de 'open skies'-conferentie in Ottawa om de instemming van al zijn NAVO- en Warschaupactcollega's met die deadline te krijgen. De opmerking van Maresca en het snelle succes van Genschers eis toont aan dat de oude leider van het Westelijk bondgenootschap bij de onderhandelingen in Wenen zijn positie aan een nieuwe aanvoerder heeft overgedragen: de Bondsrepubliek.

Voor wie in Wenen het begin van het nieuwe onderhandelingscircuit tussen Oost en West heeft meegemaakt is dat niet minder dan een mirakel. Dat begin lag in oktober 1986 bij de start van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE). De landen in Oost-Europa lagen toen nog geheel onder de ijskorst van het reeel bestaande socialisme en in de Sovjet-Unie waren de hervormingen nog niet veel meer dan een paar aarzelende voornemens, die op papier weliswaar fraai oogden, maar nog bijna op geen enkel gebied in werkelijkheid waren omgezet. De Verenigde Staten waren nog de onbetwiste leider van het Westelijk bondgenootschap en de Amerikaanse diplomaten stelden in talloze persconferenties met veel verve de lange lijst van schendingen van de rechten van de mensen in de Sovjet-Unie aan de kaak. De delegatie van de Bondsrepubliek gaf in die tijd niet of nauwelijks persconferenties. Als de Westduitse ambassadeur al iets werd gevraagd, viel zijn antwoord bijna altijd op door een grote schrikachtigheid om een standpunt, welk dan ook, te formuleren. In hele lange, omzichtige formuleringen verdween iedere duidelijkheid. De enige ondubbelzinnige uitspraken hadden meestal betrekking op Roemenie en de DDR. De Westduitse delegatie verzette zich dan tegen het, naar hun inzicht, te veel in de publiciteit brengen van de schendingen van de rechten van de mens in de DDR en Roemenie. Dat zou de positie van de bevolking in de DDR en die van de Duitse minderheid in Roemenie alleen maar verder verslechteren. De Bondsrepubliek was veel meer voor een politiek van kleine stappen en stille diplomatie om in bilateraal verband ernstige schendingen uit de wereld te helpen, zo heette het.

Toen de correspondent van deze krant begin 1987 eens op een diner aan een Westduitse diplomaat, na het genot van enkele glazen wijn, vroeg waarom zo'n groot land toch met zo'n fluisterstemmetje sprak, zei hij: 'Dat is simpel, dat begrijpt U toch? Dat komt door de Tweede Wereldoorlog.' Van schrikachtigheid, omhaal van woorden en voorzichtigheid is op de talrijke persconferenties van de Westduitse delegatie in Wenen allang geen sprake meer. Zelfverzekerd en in klare taal wordt er gesproken. Als er eens een standpunt verkondigd wordt waarvan duidelijk is dat het niet geheel met de NAVO-lijn strookt, dan is het ook duidelijk dat de Westduitse delegatieleden daar niet de hele nacht van wakker liggen.

Het meest helder komt deze Westduitse gedaanteverwisseling naar voren bij een nauwkeurige analyse van de rede van Genscher op 25 januari tot de CFE-conferentie. Gebruikelijk is dat een minister van een middelgroot NAVO-land, die een gezelschap van diplomaten uit 23 landen toespreekt, zijn verhaal vertelt in de vorm van aanbevelingen en aansporingen aan de conferentie. Daar was bij Genscher geen sprake van. In de 14 pagina's tekst kwamen 29 maal de werkwoorden 'mussen' en 'sollen' voor. Het was een betoog van opdrachten, die zo snel mogelijk vervuld dienden te worden. Enkele citaten: 'Nu moet zonder aarzelen de volgende stap gezet worden.(...) De beslissende problemen moeten voor de zomer opgelost zijn. (...) Er moet aan alle kanten bereidwilligheid zijn om eigen posities in het belang van gemeenschappelijke resultaten te overdenken.'

Dit was de toon, tot in de nuances, van de redevoeringen van minister van buitenlandse zaken Schultz in 1986. Het is deze nieuwe Duitse toon - sommigen houden hem voor een oeroude - die in Wenen grote zorgen baart. Toch wordt daarbij over het hoofd gezien dat de houding van de Westduitse delegatie op de CFE-conferentie een van de drijvende krachten binnen de NAVO is om tot een snelle en verantwoorde ontwapening te komen. Het zijn met name de Duitsers die, door de geo-strategische positie van hun land, het meeste belang hebben bij een zo snel mogelijke stabilisering van de situatie in Europa na de revoluties van 1989. Omdat ze om die reden verplicht zijn om de nieuwe politieke ontspanning in Europa zo vlug als het maar gaat om te zetten in wapenreducties, vormen ze veelal de motor aan westelijke zijde van het Weense overleg.