Vakbonden kiezen na kater van vorig jaar over atv voor vluchtnaar voren; CAO-conflict in bouw naar climax

ROTTERDAM, 23 febr. - Het CAO-ritueel in de bouwnijverheid lijkt een beslissende fase te bereiken. De onafhankelijk voorzitter van de onderhandelingen, commissaris van de koningin in Flevoland J. Lammers, heeft werkgevers en vakbonden gevraagd hun opvattingen schriftelijk nog eens toe te lichten. Daarbij gaat het vooral om de wederzijdse opinies over de arbeidstijdverkorting, eigenlijk het enige twistpunt tussen de sociale partners.

De conflicterende partijen zijn onmachtig gebleken om bilateraal tot zaken te komen. Daarvoor hebben zij van de kortere werkweek teveel een principe-kwestie gemaakt. Tot ideologie verheven geschilpunten lenen zich slecht voor compromissen; de dreiging van gezichtsverlies maakt onderhandelaars onbuigzaam. Het wederzijds vertoon van bicepsen - vakbonden gooien werken 'plat' terwijl werkgevers door het opschorten van paritair bouwoverleg voor institutionele vormen van ontregeling kiezen - maakt een handreiking ook al niet makkelijker.

De bouwbonden van FNV en CNV en de categorale vakbond Het Zwarte Corps weigeren een CAO af te sluiten zonder perspectief op een gemiddeld 36-urige werkweek. Ze zijn wel bereid mee te werken aan een soepele vormgeving van de arbeidstijdverkorting. De 36-urige werkweek hoeft niet voor medio 1991 te worden ingevoerd. Arbeidstijdverkorting zou niet alleen in hele of halve dagen opgenomen kunnen worden, maar ook in uren. Op basis van informeel overleg met de CAO-partners kwam Lammers al met een compromis dat een 'flexibele' invulling van 11 roostervrije dagen behelst. Bedrijven zouden zelf kunnen bepalen wanneer de werknemers die dagen opnemen. De overige 11 dagen - een 36 urige werkweek staat voor 22 dagen - worden in de CAO opgenomen.

Voor de werkgevers is verdergaande arbeidstijdverkorting een gruwel, maar ze hebben nog steeds niet het achterste van hun tong laten zien.

Het conflict in de bouwnijverheid is in zekere zin een reprise van de ATV-strijd van vorig jaar. Ook toen stond arbeidstijdverkorting een nieuwe CAO voor de 250.000 bouwvakkers in de weg. Maar toen ging het geschil vooral over de manier waarop vier roostervrije dagen opgenomen konden worden. Na veel touwtrekken namen de CAO-partners de hindernis van de 'flexibilisering' van de atv door drie roostervrije dagen naar de wintervakantie te verschuiven.

De vakbondsleden hielden aan het gevecht wel een kater over want nog geen week daarvoor hadden ze zich collectief uitgesproken 'tegen wijziging van het huidige systeem van roostervrije dagen, als daar geen uitbreiding van werkgelegenheidsbevorderende maatregelen tegenover staat'. Door dat CAO-akkoord, dat overigens voorzag in een behoorlijke loonsverhoging, liep de relatie tussen vooral de Bouw- en Houtbond FNV en de leden averij op.

De hardnekkigheid waarmee de FNV-bond nu opnieuw atv eist is opmerkelijk tegen de achtergrond van wat er elders in het bedrijfsleven op CAO-gebied gebeurt. Een andere FNV-bond, de grote Industriebond, wil dit jaar vooral de relatie met de leden versterken en eist daarom loonsverhoging. De twee CAO's in de metaal - bijna een half miljoen werknemers - duiden daarop. Bij Unilever is een CAO afgesloten, voor een deel van het personeel, met een loonsverhoging van maar liefst zes procent. Ook de loonparagrafen in de recente CAO's bij Hoogovens en Heineken mogen er zijn, hoewel in deze contracten ook werkgelegenheidsafspraken met een defensief karakter - geen gedwongen ontslagen bij reorganisaties - zijn opgenomen. Een substantiele vergroting van het werkgelegenheidsvolume, door middel van banendistributie via atv is nergens aan de orde geweest. Dat de bouw tegen deze trend ingaat is wellicht deels te verklaren uit de frustraties van het CAO-gevecht in 1989. Volgens kenners van de vakbeweging heeft de bondsleiding van de Bouw- en Houtbond FNV, voor de 'vlucht naar voren' gekozen. De bond zou er verstandiger aan doen om nog een keer een hard atv-offensief te ontketenen met het risico van een 'tweede bloedneus' - dan zich bij voorbaat bij de status quo neer te leggen. Merkwaardig genoeg zijn de leden opnieuw op betrekkelijk grote schaal in actie gekomen terwijl het thema van de arbeidstijdverkorting op de steigers bepaald niet sterk leeft. De vakbondsleden zelf leggen namelijk meer prioriteit bij loonsverhoging en arbeidsomstandigheden te leggen.

De vakbonden zijn bovendien wat ambivalent over het doel van de 36-urige werkweek: het gaat zowel om creatie en behoud van werkgelegenheid in de bedrijfstak als om de verbetering van de arbeidsvoorwaarden. Voor beide doelen is wat te zeggen. In de bouwnijverheid is de werkzekerheid relatief beperkt: jaarlijks doen zich 40.000 werkloosheidsmeldingen voor, wat betekent dat een aanmerkelijk deel van de werknemers gedurende enige tijd zonder werk zit. Van de 30.000 werknemers die de bouw jaarlijks verlaten, komen er 6.500 in de WW en 6.500 in de WAO. De werkzekerheid komt in de nabije toekomst extra onder druk te staan. De vooruitzichten voor de bouw zijn bepaald niet gunstig.

De arbeidsomstandigheden in de 'bedrijfstak der zwervende fabrieken' zijn nog altijd zwaar; het ziekteverzuim is hoog. Het gevolg is dat de bouw op de arbeidsmarkt moeilijk kan concurreren met andere bedrijfstakken. Onder jongeren heeft de bouw nog altijd een negatief imago. De instroom van jonge bouwvakkers, die vroeger milieubepaald was, blijft achter bij de vraag naar personeel.

De bouwondernemers verzetten zich met hand en tand tegen verdergaande arbeidstijdverkorting omdat zij onvoldoende geschoolde vakmensen kunnen krijgen. Bovendien verdraagt de kortere werkweek in de vorm van roostervrije dagen zich niet met een flexibele bedrijfsvoering, vinden ze.

De bedrijfstak is sterk gefragmenteerd. Van de 18.000 ondernemingen hebben er slechts 600 een ondernemingsraad (meer dan honderd werknemers en zogeheten 35 plus bedrijven), de gemiddelde aannemer heeft 12 of 13 werknemers in dienst. Juist de kleine bouwondernemingen, verenigd in de NVOB, verzetten zich tegen atv. Uitbreiding van roostervrije dagen lijkt in deze categorie vooral tot grotere werkdruk en minder tot herbezetting te leiden.

De kemphanen in het bouwconflict verschillen ook ernstig van mening over de directe inzetbaarheid van werkloze bouwvakkers. Volgens de werkgevers zijn hooguit een paar duizend werklozen bruikbaar, de vakbonden schatten het courante arbeidsreservoir op ruim tienduizend mensen.

Overigens hebben werkkgevers en werknemers in deze bedrijfstak samen veel opgebouwd op het gebied van scholing en werk. Het gezamenlijke project Bouw Vak Werk, dat tweeduizend werklozen scholing geeft met een werkgarantie en wordt algemeen gezien als een veelbelovend voorbeeld van een beter arbeidsmarktbeleid. De partners in de bouwnijverheid hebben de afgelopen jaren ook op andere terreinen aangevoeld waar het 'wederzijds belang' lag. Lammers zal nu moeten uitzoeken waar de lijnen bij de atv elkaar snijden.

    • Onze Harry Meijer