Uitgevers dagbladen zien geld in bedrijven van regionaleomroep

DEN HAAG, 23 febr. - De dagbladuitgevers willen op regionaal en lokaal niveau aan omroep gaan doen. Ze willen een deel van de zendtijd van de omroepen die nu provincies of nog kleinere regio's bedienen. Daarnaast willen ze de reclame voor deze omroepen gaan exploiteren. De strijd om de regionale en lokale reclameguldens lijkt geopend.

Volgens cijfers over 1988 adverteerde de detailhandel dat jaar voor 348 miljoen gulden in de regionale dagbladen. Daarvan ging 186 miljoen naar de nieuwsbladen, 765 miljoen naar de huis-aan-huisbladen. Voor de kabelkranten waren geen goede cijfers beschikbaar, bij de piratenzenders werd naar schatting voor 100 miljoen gulden omgezet. Dat brengt het totaal op 1350 miljoen gulden, nog zonder het bedrag mee te tellen dat het midden- en kleinbedrijf in deze media adverteert. J. H. Boom van de Koninklijke Boom Pers in Meppel berekent in zijn boekje 'De knuppel in het hoenderhok' dat daarvan ruim 20 procent (ongeveer 300 miljoen) naar de regionale omroep (radio en televisie) zal gaan.

Boom verwacht dat de kabelkranten het zwaarst zullen lijden onder deze verschuiving, gevolgd door de huis-aan-huisbladen en nieuwsbladen. De 'kwetsbaarheidsfactor' is het laagst bij de regionale dagbladen. Zij verliezen volgens Boom bijna vier procent van hun omzet. Hij stelt voor de uitgevers de reclamezendtijd van de omroepen te laten overnemen - voor de helft van een op basis van bereik en luisterdichtheid vast te stellen prijs - om die vervolgens te verkopen. De uitgevers dragen dan het risico.

De regionale omroepen blijven in dit voorstel zelfstandige, deels uit reclame gefinancierde stichtingen. Publieke omroep dus, met een aan de kleine schaal aangepaste eenvoudige oplossing voor reclame-activiteiten. Het andere uiterste zou zijn, de omroepen volledig aan het markmechanisme over te leveren en op commerciele basis te laten werken. Overheid en uitgevers vrezen echter dat daardoor het maatschappelijke belang van de regionale pers in het gedrang zou komen.

Tussen de uitersten liggen andere mogelijkheden. De overheid heeft zich voorlopig beperkt tot de toezegging dat regionale omroepreclame mogelijk wordt. Minister d'Ancona wil half maart een notitie over het onderwerp naar de Kamer zenden. De regionale omroepen hebben in een voorgesteld samen met de uitgevers de reclame te exploiteren. De uitgevers hebben daar nu een verdergaand voorstel naast gelegd: zij willen een deel van de zendtijd van de regionale omroepen, dus zelf omroep gaan maken, en daarnaast de reclame-exploitatie verzorgen. Hoe dit ingewikkelde voorstel in de praktijk zal uitwerken, moet uit experimenten blijken, aldus C. Spaan, directeur van het Utrechts Nieuwsblad en voorzitter van de werkgroep regionale en lokale omroep van de georganiseerde uitgevers.

Al in 1982 drong de WRR erop aan de uitgevers de mogelijkheid te geven deel te nemen aan lokale omroep. De Medianota van 1983 koos echter voor scheiding van pers en omroep. De regionale omroep moest zelfstandig en representatief zijn en mocht geen reclame uitzenden. De pers mocht op haar beurt niet aan omroep doen, maar kreeg als troostprijs het nieuwe medium kabelkrant. Dat mocht, om de omroep niet in de wielen te rijden, geen bewegend beeld bevatten.

Met de invoering van omroepreclame op regionaal niveau staat deze strenge scheiding tussen pers en omroep nu op de tocht. De dagbladuitgevers zijn duidelijk over wat ze willen: meedoen. Ze willen dat de beperkingen die nu voor de kabelkranten gelden worden opgeheven zodat er bewegend beeld en, bij voldoende advertentie-inkomsten, zelfs een beetje echte televisie uit kan komen. Een soort duaal 'bestelletje' waarin publieke en commerciele omroep de zender delen.

    • Wilma Cornelisse