Sobere film over registratie Amsterdamse joden

Begin 1941 woonden er ongeveer 80.000 joden in Amsterdam. Van hen zijn er naar schatting van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie tussen de 72.000 en 73.000 gedeporteerd en zo'n 70.000 vermoord. Na de oorlog keerden ruim 3000 mensen uit de Duitse en Poolse kampen terug.

Wie wil weten hoe het mogelijk is dat een zo groot aantal mensen in betrekkelijk korte tijd geruisloos uit de hoofdstad kon worden weggevoerd moet zondagavond om 22.00 uur kijken naar de film die Hedda van Gennep maakte met de historische onderzoekers Friso Roest en Jos Scheren. Op die dag, 25 februari, is het 49 jaar geleden dat de Februaristaking plaats vond - het Amsterdamse arbeidersprotest tegen de behandeling en de deportatie door de bezetters van de joodse medeburgers.

Per brief van 16 januari 1941 aan de gemeente Amsterdam verzoekt Dr. Hans Bohmcker, Der Beauftragte fur die Stadt Amsterdam, hem zo spoedig mogelijk antwoord te geven op zeven vragen. Zoals: in welke delen van de stad wonen er overwegend joden, met het verzoek 'in vierfacher Ausfertigung' kaarten bij te voegen die de grenzen van de joodse wijken precies aangeven. Ook vraagt hij om de aantallen joodse en niet joodse woningen en huishoudingen in deze wijken, de joodse neringdoenden, het aantal openbare scholen, met daarbij aangegeven of en zo ja welke scholen joden opnemen. Welke ziekenhuizen en instellingen voor invaliden en behoeftigen er zijn, en tenslotte welke bussen en trams er doorheen lopen.

Op 17 januari roept burgemeester De Vlugt een spoedoverleg bij elkaar op het stadhuis om Bohmckers brief te behandelen. Aanwezig zijn de wethouders die gaan over onderwijs, het bevolkingsregister, de maatschappelijke steun en de gezondheidszorg. Aan de hand van archiefmateriaal, met op de achtergrond de lege zalen van het oude stadhuis en de nu veelal geheel gerenoveerde straten in de voormalige 'Judenviertel', maakt Van Gennep een reconstructie van het gebeurde. Sober en zeer doeltreffend.

De kijker valt van de ene verbazing in de andere. Een veelvoud aan kaarten van de stad wordt geproduceerd. Met zorg bestippeld (ELKE STIP = 10 JODEN) of ingekleurd zodat in een oogopslag duidelijk wordt hoeveel vol-, half-, en kwartjoden waar wonen. Instructies worden gegeven om na te gaan of hoofdbewoners joods zijn, en zo niet om dan door te zoeken: het kan immers zijn dat een inwonende dat wel is. Een ander document meldt dat bij de telling van joodse leerlingen is afgegaan op de voor- en achternamen van de leerlingen en hun ouders.

Binnen een maand zijn alle door Bohmcker gewenste gegevens boven tafel. Maar intussen is de situatie gewijzigd. Het gebied waar de meeste joden wonen, is dan al afgezet. Terreur en intimidatie van de WA zijn al volop aan de gang. 'Het was niet zomaar een opdracht', zegt een van de historici. 'Er worden plannen gemaakt, 's avonds vergaderd, er wordt overgewerkt.'

Het is WERK geworden, en zo komen mensen in een situatie dat ze in wezen onmogelijke opdrachten accepteren. Het op een niet moralistische manier aantonen van die onvermijdelijkheid maakt dat de film van Van Gennep zo schokkend is. Want zoals het is gegaan, kan het nu - waar ook ter wereld - weer gebeuren. Elke Stip = Tien Joden, Ned. 3, 22.00 - 22.25 uur