'Smokkelen is de enige weg naar welvaart'

Politie en douane hebben in Spanje de afgelopen jaren enige duizenden kilo's heroine en cocaine in beslag genomen. Honderden kilometers vrijwel onbewaakt kustgebied en een oeroude smokkeltraditie dragen ertoe bij dat het Iberisch schiereiland zich aan het ontwikkelen is tot het belangrijkste overslaggebied voor verdovende middelen in het toekomstige Europa zonder grenzen.

NOYA (Galicie), 24 febr. - 'Is het niet net een film?', herhaalt de burgemeester op een toon die geen tegenspraak verdraagt. De politiecommissaris staat er in zijn lederen jekker zwijgend, doch instemmend bij. Met brede armgebaren wijzen de beide notabelen op een klein eiland in de Ria de Muros y Noya, een van de vele stille baaien in het onoverzichtelijke noordwesten van Spanje. Op het eiland staat een landhuis met een bunkerachtige uitbouw, er is een lange pier en er wordt aan een nieuwe haven gebouwd. Een man in trainingspak met aan de lijn een herdershond komt naar buiten om te laten merken dat hij ons in de gaten houdt. Het is inderdaad onwaarschijnlijk dat aan de bezitters van deze fortificatie de avonturen van James Bond onopgemerkt voorbij zijn gegaan.

Burgemeester Pastor Alonso van de gemeente Noya beschouwt de toegenomen activiteit van drugssmokkelaars in zijn ambtsgebied echter niet als amusement. 'De smokkelaars hebben de plaatselijke economie geheel ontwricht', zegt hij. 'De prijzen voor huizen zijn enorm gestegen sinds er zo makkelijk geld wordt verdiend. Maar ook levensmiddelen zijn duurder geworden. De enige manier om te delen in die welvaart is ook gaan smokkelen. Wanneer je kinderen op de lagere school hier vraagt wat ze later willen worden, zeggen de meesten: 'smokkelaar, want wij willen veel geld verdienen'.' Alonso, die voor zijn ambtsaanvaarding als arts werkte, maakt zich ook zorgen over de gezondheid van zijn burgers. 'Negen mensen die aan Aids lijden en tientallen gevallen van hepatitis-b - dat is abnormaal veel voor een plattelandsgemeente van vijftienduizend zielen. We zijn nu bezig een ontwenningskliniek op te zetten, maar als er niet ook andere maatregelen worden genomen is het vechten tegen de bierkaai. Je kunt hier op straat alles krijgen wat God en de wet verboden hebben.'

Pag.4: Vervolg

Politiecommissaris Manuel Gonzalez glimlacht op de vraag waarom de sterke arm der wet niet wat strenger optreedt tegen het vervoeren en verkopen van verdovende middelen. Voor hij in dienst trad bij de gemeentepolitie was hij officier in de (nationaal opererende) Guardia Civil. Na vijftien dienstjaren liet zijn commandant hem overplaatsen, omdat hij zich had beklaagd over de corruptie onder zijn collega's. Daarop nam hij liever zelf ontslag. Sindsdien zijn hij en de burgemeester herhaaldelijk met de dood bedreigd om hen te bewegen hun campagne tegen drugs te beeindigen. Vorig jaar duwde een van de officieren van de plaatselijke Guardia Civil in het bijzijn van getuigen zijn pistool in de buik van de burgervader en siste hem toe dat hij niet meer lang te leven had. De officier werd niet veroordeeld of ontslagen, maar slechts overgeplaatst. 'De smokkelaars vormen een staat in de staat', verzucht Alonso, die zich als hij 's avonds over straat moet door een kleine garde van gezagsgetrouwe burgers laat begeleiden en nooit in zijn auto stapt zonder te hebben gecontroleerd of er geen bom onder hangt. 'Iedere avond komen de baaien en inhammen van deze kust tot leven', zegt de commissaris en wijst weer naar het water en het smokkeleiland. 'Over de kleine binnenwegen rijden vrachtwagens, zogenaamd geladen met vis en schaaldieren maar in werkelijkheid vol tabak, hasjies en zwaardere middelen.'

Goede reputatie

Een woordvoerder van de provinciale overheid in de stad Pontevedra bevestigt dat het verhaal van de autoriteiten in Noya niet op zichzelf staat. Hij vertelt dat het smokkelen een lange traditie heeft in Galicie en dat de smokkelaars van oudsher een goede reputatie genieten. Ze brachten bijvoorbeeld peniciline het land in toen die in Spanje nog niet te verkrijgen was en schaarse goederen zoals Philips-radio's in de jaren vijftig. Meest lucratief was echter in de afgelopen decennia het ontduiken van het staatsmonopolie op de import van tabak. Pas sinds enkele jaren wordt de bestaande infrastructuur gebruikt voor het vervoer van verdovende middelen.

Tot ongenoegen van een oudere generatie 'eerlijke smokkelaars' heeft de jeugd ontdekt dat zo met een veel kleiner volume een veel hogere winst te behalen is. Volgens een recente schatting van de Spaanse douane is een kwart van de tweehonderdduizend inwoners tellende kuststreek van Galicie economisch afhankelijk van de smokkelarij.

In iedere haven van de streek zijn de planeadoras te zien: smalle boten van tien tot vijftien meter lang en voorzien van vier, vijf of zes enorme buitenboordmotoren, samen goed voor vijftienhonderd paardekrachten of meer. Deze schepen halen hun lading van grotere motorjachten, lanzaderas, of rechtstreeks van buiten de teritoriale wateren liggende vrachtschepen, om ze al of niet met de hulp van vletjes (cabezonas) aan land te brengen.

Sinds het afgelopen najaar poogt de centrale overheid de smokkel aan banden te leggen door registratie te eisen voor het in- en uitvaren van de planeadoras. De vertegenwoordiger van de regionale autoriteiten moet echter toegeven dat de maatregel maar een beperkt effect heeft gehad. 'We hebben veel te weinig mensen en materieel om een doeltreffende controle uit te voeren. Voor veertig kilometer kust zijn er niet meer dan twee Guardias, die bovendien niet kunnen beschikken over de zelfde perfecte radio's, auto's en schepen als de smokkelaars. Tussen Zuid-Galicie en Santander zijn er slechts drie kustwachtstations en al houden we de grote havens in de gaten, aan de tientallen jachthavens komen we niet toe. We hebben bovendien aanwijzingen dat veel planeadoras tegenwoordig vanuit Portugese havens opereren. En de Portugese kustwacht... die heeft niet eens radar.' De trieste opsomming van de ambtenaar mondt uit in een pleidooi voor internationale samenwerking zodat straks, bij het wegvallen van de binnengrenzen, de 'weke onderbuik van Europa' niet onbeschermd is. De Spaanse autoriteiten hebben de indruk dat hun eigen smokkelaars de laatste jaren met de hulp van Grieken, Engelsen en Nederlanders beter georganiseerd en gefinancierd zijn geraakt. 'Wij beschikken over aanwijzingen dat er een 'lijn' tussen Nederland en Galicie bestaat. In mei vorig jaar werd er een Nederlandse vrachtwagenchauffeur hier gepakt met veertienhonderd kilo hasjies. Een paar maanden later vond de politie bij een huiszoeking in het kasteel van een van onze belangrijke smokkelbazen een koffertje met een miljoen Nederlandse guldens in contanten.'

Toegangsweg

Volgens deze woordvoerder heeft de aanvoer van hard drugs via Spanje nog geen hoge vlucht genomen. John Lawn, directeur van de Amerikaanse Drug Enforcement Agency (DEA), verklaarde echter onlangs dat het Iberisch schiereiland voor cocaine de belangrijkste toegangsweg tot Europa is geworden. Het Colombiaanse 'kartel van Medellin', de eveneens Colombiaanse familie Ochoa en de Hondurese familie Matta Ballesteros zouden hierbij de belangrijkste rollen spelen. Volgens Lawn hebben de cocainebazen zich eerst door middel van grote investeringen een belangrijke positie verworven in Spanje en Portugal om vervolgens een organisatie voor de opvang en doorvoer van hun contrabande aan te leggen.

Inderdaad is enige jaren geleden in Galicie Jose Nelson Matta Ballesteros neergestreken, een broer van de onlangs in Miami veroordeelde Hondurees Ramon Matta Ballesteros, een cocainehandelaar wiens persoonlijk kapitaal wordt geschat op twee miljard gulden.

Jose heeft in La Coruna grote hoeveelheden geld belegd in de autohandel en in onroerend goed. Hij onderhoudt regelmatig contact met de gebroeders Fernandez Espina, twee Galliciers die in de jaren zeventig zonder een rooie cent naar Latijns Amerika zijn geemigreerd en nu de eigenaars zijn van een hotelketen met vestigingen in onder andere Venezuela, Panama en Colombia. Toen Jorge Luis Ochoa, een Colombiaanse drugshandelaar in 1984 in Madrid werd gearresteerd droeg hij brieven bij zich, gericht aan een van de broers Espina. En de Gallicier bij wie een miljoen Nederlandse guldens werden gevonden heeft sinds enige tijd twee papieren ondernemingen in Panama-Stad.

Onwil 'In Spanje bestaat de politieke wil niet om verdachte transacties te onderzoeken', beweert burgemeester Pastor Alonso van Noya, wiens plaatselijke organisatie bij de laatste verkiezingen haar voorsprong op de landelijk partijen vergrootte. 'Men is hier veel te blij met nieuwe investeringen. Men heeft veel te veel respect voor rijkdom, zonder naar de herkomst te durven vragen. Wat dat betreft is Spanje een land onder anesthaesie.' De burgemeester wijst ons het meer dan vijftien miljoen gulden kostende landhuis van een in de omgeving bekende smokkelaar. Het onlangs gerenoveerde gebouw heeft de vorm van een middeleeuws kasteel, compleet met torens en kantelen en een vele honderden meters lange muur, waarbinnen nog een wijngaard wordt aangelegd. Dat de eigenaar van al dat moois op dit moment in de gevangenis van Pontevedra verblijft, is volgens de burgemeester eerder uitzondering dan regel. 'Toen hier in het dorp bij een bekende smokkelaar laatst een precisie-weegschaal werd gevonden, zoals door apothekers wordt gebruikt, vertelde de man dat hij die nodig had om zijn aardappels mee te wegen. Daar nam men genoegen mee. Daarmee was de zaak geklaard.' Burgemeester Pastor Alonso (links) en hoofdcommissaris Manuel Gonzalez voeren in Noya een eenzame strijd tegen de steeds harder wordende drugssmokkel. (Foto Jinke Obbema)

    • H. M. van den Brink