Opschudding rond Sellafield; verband leukemie enstralingsdosis vaders aangetoond maar niet verklaard

ROTTERDAM, 24 febr. - Het advies aan bezorgde stralingswerkers om maar geen kinderen te nemen, gegeven door de veiligheidsdirecteur van het kernenergiecomplex Sellafield, heeft het Verenigd Koninkrijk de afgelopen dagen in rep en roer gebracht. Dr. Roger Berry deed zijn omstreden uitspraak woensdag op een persconferentie over het onderzoek waarin een statistisch verband is aangetoond tussen het aantal leukemiegevallen bij kinderen en de hoeveelheid straling die hun vaders in de loop der jaren bij hun werk in Sellafield opliepen. Op het complex in Sellafield is, naast een in 1981 gesloten kerncentrale, een opwerkingsfabriek voor kernsplijtstof in bedrijf. Dat er rond Sellafield meer leukemie dan gemiddeld voorkomt was al langer bekend. Sellafield, vroeger bekend onder de naam Windscale, is mede daardoor al jaren een slagveld voor de strijd tussen voor- en tegenstanders van kernenergie.

Het geruchtmakende onderzoek is uitgevoerd door de epidemioloog prof. dr. M. J. Gardner en zijn medewerkers van de universiteit van Southampton. Zij onderzochten de details van 74 lymfeklierkanker- en leukemiepatienten. Het ging om kinderen bij wie de ziekte voor hun 25ste levensjaar, in de periode tussen 1950 en 1985, aan het licht kwam en die in de buurt van het Sellafieldcomplex waren geboren. De belangrijkste conclusie van Gardner was dat kinderen van vaders die werknemer waren van British Nuclear Fuels een verhoogde kans hadden op leukemie en lymfeklierkanker. Het verband is afhankelijk van de stralingsdosis. Vaders die tijdens hun werk, in de jaren voor ze hun kind verwekten, aan meer dan 100 milliSievert (mSv) straling waren blootgesteld hadden een zesmaal grotere kans dat hun kinderen leukemie kregen.

Niet extreem hoog

Die dosis van 100mSv is fors, maar niet extreem hoog voor stralingswerkers. Een van de vaders had bijvoorbeeld in zes jaar tijd een dosis van 162mSv opgelopen, een gemiddelde van 27mSv per jaar. Het toegestane maximum voor stralingswerkers ligt zowel in het Verenigd Koninkrijk als in ons land op 50mSv per jaar. Over een verlaging van de norm tot 15mSv wordt overigens in beide landen gepraat.

Eerder onderzoek legde vooral een verband tussen leukemie en de nabijheid tot de centrale. In het dunbevolkte gebied in een straal van vijf kilometer rond de centrale kwamen vijf leukemiegevallen voor, vier meer dan op grond van de statistische verdeling te verwachten was. Nu blijkt dat de vaders van drie van die kinderen tot de groep werknemers behoorden die de hoogste stralingsdosis van meer dan 100mSv opliepen; de vierde zat boven in de middengroep (97mSv) en van de vijfde vader waren de gegevens niet compleet. Zeker is dat ook hij op Sellafield heeft gewerkt.

Niet alleen de vraag of de vader op Sellafield werkte werd in deze studie als risicofactor beschouwd. Ook levensgewoonten als het eten van vis uit de ter plaatse met radioactief afval vervuilde Ierse Zee en het al of niet vaak op het strand spelen werden onderzocht. Daarnaast werden risicofactoren bij de moeder onderzocht. Maar er bestond alleen een statistisch verband tussen het beroep van de vader en de stralingsdosis die ze bij hun werk opliepen.

Volstrekte tegenspraak

Deze resultaten zijn niet alleen alarmerend voor stralingswerkers maar houden tevens een geheel nieuwe wetenschappelijke hypothese in - ze zijn in volstrekte tegenspraak met eerder onderzoek. Onder de nakomelingen van ruim 7.000 Japanners die bij de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki gemiddeld 492mSv stralingsbelasting kregen, kwam net zoveel leukemie voor als onder de rest van de bevolking - stralingsschade leek bij mensen dus niet erfelijk. De verschillende onderzoeken zijn echter moeilijk vergelijkbaar omdat de Japanners de stralingsdosis in een keer opliepen en de Britten die dosis in de loop der jaren kregen. De Engelse onderzoekers merken op dat er ook niet-genetische verklaringen mogelijk zijn, maar noemen die wel minder waarschijnlijk.

Veel onderzoekers zijn van mening dat het verhoogde aantal leukemiegevallen rondom Sellafield op toeval berust. Ook elders in het Verenigd Koninkrijk zijn leukemieconcentraties, terwijl daar geen nucleaire installaties staan. Onlangs werd nog als verklaring gesuggereerd dat deze altijd dunbevolkte en landelijke streken met elkaar gemeen hebben dat de adelaarsvaren er voorkomt. De sporen daarvan zouden kankerverwekkende eigenschappen hebben.

De hypothese van Gardner en zijn collega's is nu dat de ioniserende straling kiemcellen in de testikels van de vaders heeft beschadigd. Uit de kiemcellen ontstaan door herhaalde deling de spermacellen. Een verandering in een gen in een kiemcel kan dus nog vele jaren in miljoenen spermacellen terecht komen.

Niet bekend

    • Wim Köhler