Minister van justitie Hirsch Ballin; Een burgerlijkevangelist

Met minister Hirsch Ballin (justitie) valt over alles te praten, behalve over hemzelf. Sinds hij in het kabinet zit zijn de bijvoeglijk naamwoorden hem per strekkende meter krantepapier om de oren gevlogen: abstract, bevlogen, theoreticus, ideoloog, kruisridder. De voormalig hoogleraar staats- en bestuursrecht uit Tilburg kan er niet wakker van liggen. ' Karakteristieken moet je niet over jezelf geven en je moet ze ook niet becommentarieren', zegt hij. Daarmee basta.

Twee-en-een half jaar geleden zei hij in deze krant: ' Politieke ambitie? ik zou niet weten waarom ik die moet hebben.'

Na vier maanden ministerschap zegt hij: ' Die vraag stel ik me nog steeds. Ik had me erop ingesteld mijn wetenschappelijke werk voort te zetten. Ik heb nogal wat aarzeling moeten overwinnen voordat ik tot de conclusie kwam dat ik dit moest doen. Dat betekent niet dat ik hier kniezend zit, hoor. In de formatie werd me duidelijk dat ik hier werk kon doen dat cruciaal is voor de rechtsstaat - niet alleen wetgevingsprojecten maar ook de reorganisatie van de politie en de rechterlijke macht. Dat werk zou ook op een vruchtbare bodem vallen. Het is een vorm van engagement met de rechtsstaat. De gedachte daaraan mee vorm te kunnen geven gaf voor mij de doorslag.' Engagement met de rechtsstaat, daar moeten we het mee doen. Rechtsstaat is voor hem een bijzonder begrip, dat immer voorafgegaan wordt door de epitheta ' democratisch en sociaal'. Democratisch, omdat de overheid gebonden is aan het recht, de burger kiesrecht heeft en zijn vrijheid niet anders dan door de wet kan worden beperkt. Sociaal, omdat de mens in de rechtsstaat niet alleen vrij is omdat de overheid geen dwang uitoefent, maar ook omdat sociale en maatschappelijke oorzaken van onvrijheid niet op hun beloop worden gelaten.

Een vraag naar zijn politieke profiel in de komende jaren wijst hij resoluut van de hand: ' Kan ik niet beantwoorden'.

Na de politicus Korthals Altes lijkt het departement weer een klassieke vakminister te hebben gekregen uit de traditie Donner en De Ruiter. Ook in de rest van het gesprek wint de jurist het meestal van de politicus. Voor Hirsch Ballin liggen die twee zeer dicht bij elkaar: de verklaring van de rechten van de mens had door de CDA programma-commissie geschreven kunnen zijn, zo lijkt het soms.

Tegen de Tweede Kamer zei hij bij de begrotingsbehandeling dat er dit voorjaar een 'globaal plan' komt waarin de ontwikkelingen in de samenleving worden geanalyseerd die de problemen voor Justitie veroorzaken. Uit zijn politieke redes in CDA-kring de afgelopen maanden kan worden afgeleid welke kant dat zal opgaan. Hirsch Ballin wil het CDA-pleidooi voor de versterking van het maatschappelijke middenveld in praktijk brengen. Hij hoopt een herstel van levensbeschouwelijke waarden te veroorzaken; de sociale en culturele leemte uit de jaren zestig en zeventig, de jaren van politisering en democratisering, dient te worden opgevuld. Centrale begrippen: herstel van normbevestiging, gemeenschapsgevoel en burgerschap. Sindsdien heeft hij de reputatie van een burgerlijk evangelist - in een karikatuur werd hij onlangs afgebeeld in toga met weegschaal in de ene hand en een kruis in de andere hand. De arm met het christelijke symbool gebiedend geheven.

Waarom is zo'n reveil van levensbeschouwelijke waarden nodig?' Dat is nodig omdat het de kern betreft van de verhouding tussen ons recht en de samenleving. Als we achter alle projecten en projectjes kijken die we bij Justitie onder handen hebben, is dat de cruciale kwestie. Wat kan ons recht voor deze 'post-moderne', technologisch zeer ontwikkelde samenleving betekenen. Voor deze cultuur en onder deze economische omstandigheden.' Hirsch Ballin geeft een analyse van de volgens hem paradoxale situatie van justitie in de jaren negentig. Enerzijds heeft het recht te weinig greep op de samenleving: er is ernstige criminaliteit en normloosheid. Anderzijds is er teveel recht: er is een woud van regels ontstaan en er wordt een enorm beroep op de rechter gedaan. De samenleving is sterk gejuridiseerd. ' Zijn dat nu los van elkaar staande fenomenen of niet? Als we hier meer willen doen dan brandjes blussen dan moeten we ons dergelijke vragen stellen. Op dit departement worden we immers met de gevolgen geconfronteerd. Politie en justitie kunnen het werk niet aan. En aan de andere kant moeten we juist strijden tegen nog intensievere bemoeienis van de overheid met de samenleving. Dat leidt tot de vraag wat er dan met deze samenleving aan de hand is, waarin deze twee verschijnselen zich kunnen voordoen.' Als hoofdoorzaken wijst hij enerzijds de ontzuiling en anderzijds de verrijking van Nederland aan. Een voortgezette verstedelijking, een daarmee gepaard gaande anonimisering, het losser worden van traditionele samenlevingsverbanden en de grotere beschikbaarheid van kostbare goederen. Met enige nostalgie lijkt hij terug te kijken naar de stabiele, hechte jaren vijftig. Het wordt het tijd voor een ' minder eenzijdig negatieve kijk op de verzuiling', zo zei hij tot een CDA-gehoor in Tilburg.

Bepleit U een restauratie van de verzuiling?' Nee, dat is onmogelijk en niet begerenswaardig. Ik waardeer de openheid die we ontwikkeld hebben.'

De jaren vijftig zijn voor hem ook een periode waarin de patronen van levensbeschouwelijke identificatie verstard waren. Nu kan er vrijer en vrijmoediger met elkaar gesproken worden, maar desalniettemin is er sprake van een ' maatschappelijk tekort'.

Het lijkt de mensen aan een inhoudelijke overtuiging te ontbreken, aan ' orientatie- en zingevingskaders'. ' De vraag moet aan de orde komen of een zinvolle inrichting van de samenleving niet om een herwaardering daarvan vraagt'.

Welke overtuiging dat is, doet er voor Hirsch Ballin niet veel toe: christelijk, humanistisch of ' een engagement met kwetsbare belangen zoals bijvoorbeeld het milieu. Zolang men maar niet vervalt in een niet-genormeerde egoistische instelling of alle heil verwacht van de overheid alleen.'

Volgens hem begint in de jaren negentig een dergelijk reveil van integrerende culturele waarden binnen maatschappelijke groepen spontaan te groeien. Binnen het onderwijs en het bedrijfsleven is meer aandacht gekomen voor eigen identiteit, zegt hij. Als minister van Justitie wil Hirsch Ballin die ontwikkeling dienstbaar maken aan de criminaliteitspreventie. Binnen de eigen kring moeten bedrijven, lagere overheden, scholen en verenigingen zich bezighouden met normbevestiging. Dat is dan ook wat Hirsch Ballin verstaat onder sociale vernieuwing voor zijn departement. Het bevorderen van een geintegreerde samenleving waarin ' de individuele burgers weer inhoud aan hun burgerschap kunnen geven'. Corrigerend, normbevestigend optreden is daar een belangrijk onderdeel van. De overheid noch de markt (onder meer de particuliere beveiliging) zijn er de afgelopen jaren in geslaagd die lacune te vullen.

Een bijzondere rol is weggelegd voor het gezin, door Hirsch Ballin aangeduid als 'het driehoeksoverleg'. ' De ouders zijn daarbij het bevoegd gezag - hun levenservaring geeft ze die bevoegdheid. Het kind weet wat het wil, en dient als serieuze overlegpartner te worden gezien. De ouders hebben gezamenlijk het laatste richtinggevende woord.'

Bij preventie van criminaliteit, aldus de minister ' zou de ouderlijke opvoeding centraal moeten staan'.

Het gezin is dus ook hoeksteen van de criminaliteitspreventie. In het onderwijs gaat het volgens hem al de goeie kant op. Spijbelen is geen vanzelfsprekendheid meer. Er worden al lessen gegeven op scholen over de negatieve effecten van vandalisme en winkeldiefstal. Hirsch Ballin: ' Ik zou graag als beleidsdoelstelling willen formuleren dat dit soort elementaire lessen in burgerzin systematisch op alle Nederlandse basisscholen worden gegeven'. Het gaat hem om normen waarover in Nederland consensus bestaat: inbreken, stelen, vernielen en mishandelen mogen niet worden geduld. Ook in buurt- en clubhuiswerk moet stelselmatig corrigerend worden opgetreden als gedragsnormen worden overschreden. Daar zouden ook minder beroepskrachten moeten werken, meent de minister, en meer vrijwilligers. Die werken namelijk eerder vanuit een levensbeschouwelijke of idealistische basis en dat heeft volgens Hirsch Ballin meer succes. ' De professionalisering in de hulpverlening is te ver doorgeschoten.'

Slachtofferhulp werkt al met vrijwilligers: bij de reclassering en de kinderbescherming zou dat ook moeten. Woningbouwcorporaties hebben niet alleen de verantwoordelijkheid voor woningen maar moeten er ook voor zorgen dat er in het wooncomplex ' een zekere orde' heerst. Ook het bedrijfsleven moet intern normen vaststellen en handhaven. Het gaat daarbij om wat Hirsch Ballin de ' zelfdiscipline van werknemers' noemt. Werknemers moeten zich de beveiliging van het bedrijf aantrekken, ' bijvoorbeeld bij het gebruik van computers'.

De bedrijfsleiding moet zich de bestrijding van de interne criminaliteit tot taak rekenen. Daartoe kan een ' herbezinning op de eigen cultuur van het bedrijf nodig zijn'. Hirsch Ballin wil het maatschappelijke middenveld zelfs een plaatsje gunnen in wat hij ' de generale staf van de lokale strijd tegen de criminaliteit' noemt: het driehoeksoverleg tussen de officier van justitie, politiechef en burgemeester. Van tijd tot tijd zouden er vertegenwoordigers van bedrijven, corporaties, scholen en welzijnsinstellingen aan kunnen deelnemen. Het is een typisch oecumenisch CDA-concept: een protestants vleugje souvereiniteit in eigen kring aangevuld met het katholieke subsidiariteitsprincipe. Er is een gedeelde verantwoordelijkheid tussen staat en samenleving. Of het nu preventieve geneeskunde is of criminaliteitspreventie.

Het valt mij op dat U als CDA-politicus geen voorkeur uitspreekt voor het soort levensbeschouwelijke waarden waar behoefte aan is.' Ik sta er naar mijn eigen overtuiging natuurlijk niet onverschillig tegenover. Maar tot de kenmerken van een democratische en sociale rechtsstaat hoort dat er ruimte moet zijn voor pluriformiteit van overtuigingen. Dat is geen concessie, het is niet 'omdat we daar nu eenmaal mee zitten', maar omdat ik ervan overtuigd ben dat dit behoort tot de kenmerken van de rechtsstaat. Het CDA is christelijk geinspireerd en wil gestalte geven aan de rechtsstaat met eerbiediging van fundamentele rechten van de mens. Dat betekent dat een christen-democraat zich evenzeer sterk maakt voor de vrijheid van de godsdienstig of levensbeschouwelijk andersdenkende als voor de christen.' Wat ziet U als de centrale taak van Justitie?' Om een goede infrastructuur van de rechtsstaat te bieden. Maar dat doe je dus incompleet als je alleen de problemen van het apparaat oplost. Ik hoop duidelijk te hebben gemaakt dat het werk dat ik hier doe wel een ideele achtergrond heeft, maar niet primair gestalte krijgt in het doen van appellen op de samenleving of zo. Het moet handen en voeten krijgen in wetgevingsbeleid, in de toerusting van politie en openbaar ministerie, in de executie van strafvonnissen, in de inrichting van ons strafstelsel. We kunnen bijvoorbeeld de vrijheidsstraf en de geldboete niet missen, maar het mag ook niet alleen komen van celstraf en boeten.

Er moeten ook meer anti-vandalisme projecten (de 'HALT'-bureaus; red.) en alternatieve straffen komen waarin de mensen op hun verantwoordelijkheid worden aangesproken. Die manier van afdoen kan voor meer soorten delicten worden gebruikt. We moeten samen met het bestuur inwerken op verbanden in de samenleving, maar dan wel met een redelijke zekerheid dat als het niet goed gaat politie en justitie beschikbaar zijn. U mag de rol van justitie best subsidiair noemen, als U maar niet marginaal bedoelt.' De nieuwe minister mag de Staat dan een minder prominente rol bij de ' war on crime' toebedelen, dat betekent niet dat hij geen plannen heeft met het justitie-apparaat. Politie en justitie worden versterkt, zo liet hij de Kamer weten - de nijpende capaciteitsproblemen in de justitiele 'keten' van opsporing, vervolging, veroordeling en executie laat hij in geen toespraak ongenoemd.

Onder het vorige kabinet werd al een bescheiden begin gemaakt met de decriminalisering van lichtere delicten. Een hele reeks verkeersovertredingen wordt binnenkort administratief afgedaan - de rechter komt er alleen aan te pas als de verdachte heeft betaald. Voor juristen: de onschuldpresumptie is naar de achtergrond verdreven. Het paste in de opvatting dat het strafrecht overvraagd is en te kostbaar is geworden. Het strafproces zelf als omslachtig en ouderwets. Ex-minister Korthals Altes legde zelfs een direct verband tussen een 'overdaad' aan rechtsbescherming voor de verdachte en de capaciteitsproblemen van justitie. Het Nederlandse strafproces was dankzij internationale verdragen in een keurslijf van wachttermijnen en controlemiddelen gegoten, zo leek het, waardoor justitie haar werk niet meer naar behoren kon doen. Het was een argumentatie die de advocatuur en de juridische wetenschap in opstand bracht. Hier leken burgerrechten opgeofferd te worden aan een doelmatigheidsstreven - daarmee was het rechtsgehalte van de samenleving in het geding. Hoe denkt de nieuwe minister? Zoekt hij ook alternatieven in het administratieve recht voor delicten of wil hij wellicht de strafprocedures vereenvoudigen? ' Er moeten natuurlijk praktische mogelijkheden zijn om effectief rechtshandhavingsbeleid te voeren, maar aan de andere kant moeten de fundamentele waarborgen van de verdachte in acht worden genomen. Je mag die twee niet van elkaar losmaken en het een prioriteit geven ten opzichte van het ander. Ik ben wel voorstander van meer differentiatie in de procedures. We moeten de procedures inrichten in overeenstemming met het gewicht van de feiten en de ernst van de maatregelen die de overheid neemt. Bij lichtere delicten kan een administratiefrechtelijk systeem. Bij zwaardere feiten moeten de waarborgen dan groter zijn en de rechterlijke controle intensiever.' Als ik uw centrale vraag even terugneem - hoe moet een rechtsstaat functioneren in een samenleving als de onze - kan het antwoord dan niet simpel zijn: efficient?'

Nee, niet zonder meer. Als je de criteria voor efficientie niet kent kun je dat niet beoordelen. Daarvoor moet je eerst weten wat je politiek wilt. Wat wil je doen met mensen in achterstandssituaties of met kwetsbare belangen. Wat doe je aan mensen die zich onveilig voelen als ze 'savonds over straat gaan. Zij hebben niet in juridische, maar in ideele zin recht op een menswaardig bestaan; aan die concrete problemen moet je de criteria voor een efficiente rechtsstaat ontlenen.' Had U niet beter minister van WVC kunnen worden?' Als ik bij WVC politieke verantwoordelijkheid had gedragen zou ik een heel dringende behoefte hebben gehad aan een collega van justitie die aan de rechtsstaat zo inhoud geeft dat ik op WVC het beleid voor een sector kan voeren. De rechtsstaat kun je zien als de bodem onder wat de vakdepartementen doen'.