'Ik krijg door dit gesprek toch geen last met mijnbaas?' ; Vrouwen in tuinbouw kennen CAO niet

ROTTERDAM, 24 febr. - 'Je hoort de vakbond eigenlijk alleen als er een staking is.'

Mandy Coca Moreno, agrarisch medewerker in de tuinbouw, kijkt verbaasd bij de vraag of ze vakbondslid wil worden. 'Ik ben tevreden met mijn werkgever. Waarom heb je dan een bond nodig. Ik heb ook helemaal geen verstand van zaken als een CAO.' Mandy (35) werkt al zes maanden op een tomatenteeltbedrijf in het Westland. Ze heeft nu nog een contract van een half jaar, maar binnenkort wordt dat - zo hoopt ze - omgezet in een vaste baan. Dan moet ze om half zeven beginnen. 'Nee, dat is volgens mij niet te vroeg.' Een woordvoerder van de Industrie- en Voedingsbond CNV beaamt dit. De uren die voor zeven uur worden gewerkt, moet de werkgever volgens hem echter wel als overwerk betalen. Mandy heeft nog geen kaderlid van een vakbond op het bedrijf gezien, die haar zulke details kwam vertellen. Mandy: 'Als er problemen zijn, moet je gewoon voor je eigen mening uitkomen.' De Industrie- en Voedingsbond CNV is naar aanleiding van een eigen onderzoek waaruit bleek dat vrouwen in de tuinbouw zijn achtergesteld, begonnen met een voorlichtingscampagne. De organisatiegraad is met vijf procent erg laag. De bond gaat bijeenkomsten organiseren om de vrouwen te laten zien wat een bond voor hen kan betekenen.

Tuinder Wim Rijn is op zijn potplantenkwekerij in Schipluiden al bezig met projecten die de betrokkenheid van zijn werknemers moet vergroten. Hij wil overleggroepen voor al zijn 33 werknemers invoeren.

Wim Rijn ondervindt grote problemen bij het vinden van het juiste personeel. 'Je probeert je werknemers het daarom naar de zin te maken.'

In het enorme kassencomplex van de potplantenkwekerij zijn overal fietsen voor het vervoer neergezet. Verder schalt er muziek in alle kassen uit een intern systeem van luidsprekers. 'Godzijdank, dat we die radio hebben, ' verzucht tuinbouwmedewerker Petra Kuiper (42). Zij heeft niets gehoord over het plan van haar werkgever overleggroepen in te stellen, maar vindt het een goed idee. Eerder was ze filiaalleider bij een winkelketen. 'Daar hadden we heel vaak personeelsvergaderingen. Het is echt een goede manier de betrokkenheid te stimuleren.' De CAO Tuinbouw is bij haar onbekend. 'Ik heb er nooit echt bij stilgestaan, ' zegt ze. De voorlichtingscampagne van de CNV is dan ook volgens haar een goed plan. Ze is van mening dat iedereen moet weten waar hij recht op heeft. 'Nee, zelf weet ik de rechten ook niet, ' geeft ze glimlachend toe.

Ook haar collega Diny Duijvestein (39) weet niet te vertellen onder welke CAO ze valt. 'Daarvoor moet je op het kantoor van de baas zijn. Als verdienende moeder wil je niet al te lastig zijn. Er zijn meer mensen die dit werk wel willen doen.' Een slechte positie van vrouwen in de tuinbouw? 'Dat ligt aan de vrouwen zelf, aan hun instelling, ' meent Diny. 'Ja, een leidinggevende functie krijg je nooit. Dat is wel jammer. Maar voor vrouwen met kinderen is dit werk heel geschikt.' Van de overleggroepen die haar werkgever wil opzetten heeft ze nog niet gehoord. 'Ik ben daarover nog niet persoonlijk benaderd. Wij vrouwen horen dat niet, ' grapt Diny. Over de arbeidsomstandigheden valt volgens haar weinig te klagen. 'Je moet je werk wel zelf interessant weten te maken, ' zegt ze, terwijl ze doorgaat met haar werk: het uitsorteren van roseo's op grootte.

Lid worden van een vakbond ziet ze niet zitten. 'Dat is ook wel moeilijk in het Westland.'

Waarom dat zo is, legt ze niet uit. 'Ik krijg door dit gesprek toch geen problemen met mijn baas?' In een aangebouwde schuur, een kas verder, zijn vijf vrouwen bezig met het sorteren en verspenen van plantjes. De meeste willen niet over een CAO praten. 'Vraag dat maar aan een ander' of 'Daar weet ik niets van' worden als verklaring gegeven.

De eigenaar van het nabijliggende potplantbedrijf Van Ruijven vindt het onderzoek van de Industrie- en Voedingsbond CNV te negatief. 'Ik heb nu twee vrouwen in vaste dienst - u mag natuurlijk met ze gaan praten - en ik heb nog nooit problemen gehad. Als ik iets doe dat niet deugt en dat wordt rondgesproken, zal dat een weerslag hebben op mijn bedrijf.' Monique Schaareman (19) is een van de zeven medewerkers en werkt al anderhalf jaar op het bedrijf. Ze heeft na de lhno niet verder gestudeerd en is gaan werken. 'Toen ik zestien jaar was, werkte ik al op een chrysantenkwekerij. Ik ben daar drie jaar gebleven en heb toen zelf ontslag genomen. Ze zagen me daar meer als een knechtje en gaven me eentonig werk.'

De sfeer op de chrysantenkwekerij was volgens haar ronduit slecht. ' Mijn werkdag was van vijf tot vijf. Als je om vijf uur ergens mee bezig was, moest je dat eerst afmaken voordat je naar huis mocht. Wanneer je protesteerde werd je raar aangekeken. En als je een keer niet op zaterdag wilde werken, moest je wel met een goede reden komen. Je werd gewoon onder druk gezet. Er is daar nog niets verbeterd: Ik hoor nog steeds dat er geen personeel te houden is.' Monique heeft na deze ervaringen geleerd meer op de eigen rechten te letten. 'Met mijn huidige baas kan ik veel beter opschieten. Het gaat toch allemaal veel leuker in een klein bedrijf als dit. Bij veel grote kwekerijen staat de kwaliteit van de produkten voorop en niet de mensen die er werken.'