Fysiotherapie breidt instrumentarium uit; Laser helpt, maar hoe?

De fysiotherapie staat in Nederland op een hoog peil. De opleiding is goed, de organisatiegraad hoog en er zijn wettelijke maatregelen die de beroepsuitoefening regelen. Er worden in ons land zoveel fysiotherapeuten opgeleid dat we ze exporteren. Tussen 1975 en 1987 is het aantal fysiotherapeuten gegroeid van 1900 tot 9000. Honderden werken er in de Bondsrepubliek en in andere Europese landen. In de Verenigde Staten ontdekt men net de mogelijkheden van de Nederlandse fysiotherapie. Ook daarheen komt de export op gang. De kosten voor fysiotherapie zijn na 1973 in tien jaar tijd meer dan vijfmaal zo hoog geworden.

Parallel met de opkomst van de Nederlandse fysiotherapie verliep die van het deel van het Delftse bedrijf Enraf Nonius dat fysiotherapeutische apparatuur produceert. In Nederland ontbreken de produkten uit Delft in vrijwel geen enkele fysiotherapiepraktijk. Buiten Nederland is de marktpositie sterk in het Verenigd Koninkrijk, Belgie, Australie en Zwitserland. De omzet wereldwijd is 50 miljoen gulden, goed voor een kwart van de concernomzet van Enraf Nonius, een instrumentenfabrikant die verder rontgenapparatuur, regelsystemen voor de olie-industrie en laboratoriumapparatuur produceert.

Als fysiotherapeuten naar een apparaat grijpen doen ze dat meestal om huid, pezen of spieren van hun patienten te stimuleren met ultrageluid, hoogfrequente elektromagnetische straling, elektriciteit of licht. Het doel is onder meer om verkrampte spieren los te maken, of wonden en kwetsuren sneller te laten helen. Produktmanager K. J. Wagenaar: 'De fysiotherapie verschilt sterk per land, daarom is het erg moeilijk om een apparaat te bouwen dat in alle landen kan worden verkocht. In Duitsland bijvoorbeeld is de arts verantwoordelijk voor toepassing van fysiotherapie, maar hij wordt er niet voor opgeleid. Het gevolg is dat de apparaten voor de Duitse markt knoppen moeten hebben waar ziektebeelden bij staan. Een Krankengymnast of een Badenmeister die onder toezicht van de arts werkt hoeft dan alleen de elektroden of stralers te plaatsen, de juiste knop in te drukken en het apparaat geeft een standaardbehandeling. Maar de Nederlandse fysiotherapeuten zijn opgeleid om zelf behandelparameters als tijdsduur, frequentie en intensiteit van een behandeling vast te stellen en die willen dus een ander apparaat.' In de toekomst hoopt Enraf-Nonius dit probleem te ondervangen door alle apparaten van computerbesturing te voorzien. Door de programmatuur aan te passen is hetzelfde apparaat dan toch in verschillende landen te gebruiken.

Een ander voorbeeld van internationale verschillen is de opkomst van de bij veel kwalen ingezette laser. Wagenaar: 'Ons Franse kantoor vroeg om een laser omdat Franse en Italiaanse firma's in heel Zuid-Europa de praktijken volstouwden met laserapparatuur. De eerste lasers verschenen twaalf jaar geleden al in de fysiotherapie. Dat waren helium-neonlasers waarbij het licht werd opgewekt in een glazen buis die erg kwetsbaar bleek te zijn. Pas met de komst van de halfgeleiderlasers en de massaproduktie ervan voor compact-discspelers en laserprinters, zijn wij de produktie gaan overwegen. Zelf lasers ontwikkelen is niet te betalen.' Het model dat Enraf momenteel op de markt brengt kost 7500 gulden en werkt standaard bij een golflengte van 830 nm (nano(ER)meter). Op verzoek is een probe (sonde) leverbaar die 780 nm produceert. De meeste concurrenten leveren lasers die licht van 904 nm produceren. Het apparaat bestaat uit een kastje waar een draad uitkomt met aan het einde ervan de kleine behandelprobe. Omdat de laser in de probe zit is de draad niet meer zoals vroeger een kwetsbare glasfiberkabel, maar een simpele elektriciteitsdraad die de laser voedt die in de probe zit.

De standaarduitvoering levert maximaal 30 milliWatt vermogen. De dosering wordt uitgedrukt in Joule per vierkante centimeter behandeld oppervlak. De aanbevolen doseringen lopen uiteen van 0,1 tot 6 Joule per cm, wat overeenkomt met een behandeltijd van 3 seconden tot 3 minuten per cm. Het vermogen is overigens ook lager in te stellen.

Welke toepassingen zijn er nu voor de laser. En zijn die onderbouwd? Wagenaar: 'De wetenschappelijke onderbouwing is nogzwak, maar praktijkervaring in de fysiotherapie levert positieve resultaten op. Van de laserbehandeling weten we dat behandeling van littekens een veel beter weefsel oplevert. Voor de rest zijn er veel hypothesen: over stimulering van enzymproduktie en van het afweermechanisme. Of dat waar is weten we niet, maar we werken wel aan een antwoord' Een net uitgekomen rapport over de fysiotherapeutische laser, van het Studiecentrum voor Technologie en Beleid van TNO, is harder: 'Voor het patientenonderzoek geldt dat de studies waarop methodologisch gezien de minste kritiek te leveren valt, geen aanwijzingen bieden voor een positief effect van de laser, anders dan een placebo-effect.'

Het rapport is een technology assesment studie naar de introductie van de laser in de fysotherapiepraktijk. Wie het leest krijgt makkelijk het idee dat de laser een apparaat is op zoek naar een behandelbare patient. Veel bezwaren die er in worden genoemd, bijvoorbeeld op het punt van veiligheid en de mogelijkheid het licht juist te doseren, slaan op een oudere typen halfgeleiderlasers die een veel hoger vermogen kunnen afgeven.

Geholpen door een subsidie van Economische Zaken betaalt Enraf Nonius inmiddels een onderzoek dat wordt uitgevoerd aan de Rijksuniversiteit Utrecht, het Academisch Ziekenhuis en de fysiotherapie-opleiding van de Hogeschool Midden Nederland. Daarbij worden onder andere de effecten van laserlicht van verschillende golflengten op de groei van een aantal soorten celkweken bestudeerd. Het onderzoek is in de herfst van 1989 begonnen. Op basis van de resultaten zal de volgende generatie lasers voor de fysiotherapie worden ontwikkeld.