Eerste lichting 'inspecteurs voor verificatie' begintopleiding; Ontspanning vergt meer controle

DEN HAAG, 24 febr. - Er is een onderdeel van de Nederlandse krijgsmacht dat door de ontspanning tussen Oost en West groeit en belangstelling ervoor is zeer groot. Op 19 maart begint de eerste lichting 'inspecteurs voor verificatie' aan een opleiding in Ede. Dat gebeurt nog voor er in Wenen een akkoord is gesloten over conventionele wapenbeperking tussen landen van het Warschau-Pact en de NAVO. Elk van de 23 landen is zelf verantwoordelijk voor inspecties om na te gaan of het verdrag wordt nageleefd. De nieuwe Afdeling Verificatie werd op 1 januari bij het ministerie van Defensie opgericht. Vorige week kondigde Nederland aan samen met Polen wederzijdse militaire inspecties te willen beginnen om zo ervaring op te doen en 'de vertrouwenwekkende maatregelen' tussen staten in Europa te vergroten.

Het vergroten van vertrouwen was een van de doelstellingen van de Slotakkoorden van Helsinki. Polen overweegt nog of het op het Nederlandse voorstel wil ingaan. Wordt het voor Warschau te duur dan is Nederland bereid bij te springen.

De NAVO stelt dit voorjaar in Brussel vast hoeveel inspecties ieder land moet uitvoeren. Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Canada eisen het leeuwedeel op. Voor Nederland komt het straks waarschijnlijk neer op het bezoeken van 60 legerplaatsen en oefenterreinen, vliegvelden en opslagplaatsen in Oost-Europa. Daar hebben de teams, samengesteld uit zes man, vier a vijf dagen nodig voor hun opdracht. In de eerste maanden na een akkoord in Wenen gaat het om het controleren van de getallen die de landen van het Warschaupact over hun sterkte hebben opgegeven. Daarna moeten inspecteurs drie jaar lang toezien of reducties ook worden uitgevoerd. Tot slot zijn er routine-inspecties en onaangekondigd onderzoek.

Voor de komende vier jaar denkt Defensie aan 80 man voldoende te hebben. De operatie kost voorlopig 40 miljoen gulden. De inspecteurs worden uit de verschillende krijgsmachtdelen gehaald; de meesten bij de Landmacht. Sommige militairen krijgen een vaste aanstelling als inspecteur, anderen worden tijdelijk ingeschakeld. Bij de opleiding, die vier weken duurt, komen verdragskennis, inspectietechnieken, gedragsregels, kennis van organisatie en materieel van Warschaupactstrijdkrachten en slagorde, kaartlezen en gebruik van geluids- en videoapparatuur aan de orde. Deze zomer wil Nederland samen met Belgie proefinspecties houden. Tolken worden voorlopig van buitenaf aangetrokken maar straks zullen er ook militairen tot tolk worden opgeleid.

Flexibiliteit

Brigade-generaal M. van Breemen van de Defensiestaf wil een flexibele organisatie en geen log lichaam. Nu het vijandbeeld afneemt noemt hij het van groot belang dat beroepsofficieren zich ook op ander terrein kunnen bekwamen. Samenwerking met andere Westeuropese landen verzekert een grotere kennis en bekwaamheid. Op dit nieuwe terrein valt veel van elkaars ervaringen te leren, meent hij. Bij de uitvoering van het verdrag over het weghalen van raketten voor de middellange afstand (INF) werd slechts geringe ervaring opgedaan. In Nederland moeten ook teams worden opgeleid die inspecteurs uit Oost-Europa hier begeleiden.

Tijdens een studiedag gisteren op Clingendael, het Nederlands Instituut voor internationale betrekkingen, bleek dat na het sluiten van een akkoord in Wenen alleen aan Sovjet-zijde al gekeken moet worden naar de terugtrekking van 380.000 man en het weghalen van 131.000 wapensystemen. Voorlopig beschikken alleen de VS en de Sovjet-Unie over satellietsystemen die de troepenverplaatsingen en opslag kunnen controleren. Dat wordt door de meeste andere landen van NAVO en Warschaupact als een hinderpaal gezien.

Satellietsystemen

Het hoofd van het centrum voor verificatietechnologie van de Vrije Universiteit, H. van der Graaf, vroeg zich af of Europa gezamenlijk wel met een eigen satellietsysteem kan komen. Hij ziet meer in satellietsystemen van West- en Oost-Europa afzonderlijk. Zo'n systeem kost 500 miljoen gulden per jaar en het zal zes a zeven jaar duren voor de satellieten kunnen worden gelanceerd. Binnen de Westeuropese Unie (WEU), het politieke en militaire samenwerkingsverband van negen Westeuropese landen, wordt een studie verricht naar de wenselijkheid en de kosten van Westeuropese waarnemingssatellieten. Voorlopig moeten de 21 landen zich dus verlaten op het uitsturen van teams en waarneming met vliegtuigen.

Van der Graaf ziet voor Nederland een speciale rol door een deel van de 13 Orion-patrouillevliegtuigen van de marine, gestationeerd op Valkenburg, uit te rusten met infra-rood sensors en ter beschikking te stellen van andere NAVO-landen voor inspectie-vluchten. Landen die daarin geinteresseerd zijn kunnen bijdragen aan de kosten van de vluchten en ook personeel ter beschikking stellen.

Moderne technieken zullen het onderzoek naar het naleven van nieuwe wapenakkoorden vergemakkelijken. Garnizoenen en wapendepots kunnen met geavanceerde elektronische apparatuur worden bewaakt. Op wapensystemen kunnen speciale elektronische schilden worden aangebracht zodat op afstand, ook met satellieten in de ruimte en met vliegtuigen naast inspectie op de grond, kan worden nagegaan of de wapensystemen uit de depots of kazernes verdwijnen en elders worden ingezet.

Kritiek was er tijdens de studiedag op Clingendael op de laatste voorstellen van de NAVO deze week in Wenen, waarbij de zestien NAVO-landen toch in de mogelijkheid willen behouden om bepaalde verrassingsinspecties te weigeren. De NAVO is ook verdeeld over de wenselijkheid om fabrieken, waar militair materieel wordt gemaakt, te laten inspecteren. Als dat niet gebeurt zou het verdrag omzeild kunnen worden. Natuurlijk moeten er waarborgen zijn zodat er geen mogelijkheden zijn voor bedrijfsspionnage, maar dat kan door inspectie die buiten de fabrieken gebeurt worden ondervangen, zo menen deskundigen.

De gegevens die de afzonderlijke Westeuropese landen in het Warschaupact vergaren zouden ook door een centraal agentschap moeten worden verwerkt. Zo'n bureau en het opzetten van een Westeuropees waarnemeningssatelliet-systeem kost ongeveer 900 miljoen gulden per jaar. De landen van de NAVO beperken zich dan wel bij de aanschaf van electronische apparatuur; anders zou het bedrag veel hoger worden. Het bedrag om het naleven van wapenakkoorden te controleren lijkt hoog maar het gaat om slechts eenduizendste van de 900 miljard gulden die het Westen nu jaarlijks aan defensie uitgeeft.

    • Willebrord Nieuwenhuis