Duitse monetaire unie eiste op obligatiemarkt zijn tol

UTRECHT, 24 febr. - Ook deze week eiste de in aantocht zijnde Duitse monetaire unie zijn tol. Maandag en dinsdag liep de obligatiemarkt opnieuw behoorlijke schade op welke in het verdere verloop van de week maar ten dele kon worden gerepareerd. Daarbij deed zich binnen de looptijdsegmenten een opvallende ontwikkeling voor. In weerwil van een, door een betere gulden/D-mark verhouding gesteunde, verlaging van geldmarkttarieven steeg op weekbasis het effectief rendement van staatsleningen met looptijden korter dan 10 jaar.

Binnen het 10-jaarssegment trad evenwel na dinsdag een dusdanig herstel op dat uiteindelijk het niveau van vorige week vrijdag weer werd bereikt. Het vermoeden rijst aldus dat zich een technisch bepaalde inhaalmanoeuvre bij minder actief verhandelde segmenten heeft voorgedaan en dat er per saldo van een stabilisatie kan worden gesproken.

Vermeldenswaard bij dit alles is dat, in lijn met de tot beneden de fl.1,1267 spilkoers verzwakte D-mark, het rendementsverschil tussen Duitse en Nederlandse staatsleningen deze week duidelijk afnam en in het middellange looptijdsegment zelfs geheel verdwenen is. Binnen het 10-jaarssegment halveerde het verschil tot 0,2 procentpunt. Inmiddels zijn de eerste officiele prognoses van de invloed van de monetaire unie gepubliceerd. Het CPB verwacht onder meer dat de inflatie in ons land erdoor dit en volgend jaar met achtereenvolgens 0,1 procent en 0,5 procent extra zal toenemen. In de Bondsrepubliek zal de inflatie dit jaar slechts 2,75 procent bedragen, en oplopen tot hooguit 3,5 procent in 1990. De markt blijkt echter op heel andere cijfers te rekenen. Voor 1991 wordt door diverse banken een inflatieniveau van 5 procent als prognose gegeven. De Duitse aandelenmarkt, die van eind oktober tot eind vorige week met bijna 30 procent was gestegen, betaalde deze week 5 procent tol. De wat zwakke D-mark valt voor een belangrijk deel hiermee te verklaren. De mogelijkheid tot handhaving door De Nederlandsche Bank van haar speciale beleningstarief op 8,4 procent eveneens.

Eurokapitaalmarkt

Ook deze week werden de koersen op de internationale kapitaalmarkten weer gekenmerkt door grote fluctuaties. In een dergelijk klimaat richten beleggers en emittenten hun aandacht op de binnenlandse markten in de hoop richtingbepalende signalen op te kunnen vangen. Geen goede voedingsbodem dus voor een levendige handel op de eurokapitaalmarkt. Potentiele emittenten in het euro-D-mark-segment werden afgelopen maandag bovendien ontmoedigd door het besluit een binnenlandse emissie van Sonnelgaz, groot 100 miljoen D-mark, uit te stellen wegens ongunstige marktcondities. Ook in de andere segmenten van de eurokapitaalmarkt was het sentiment dusdanig dat de meeste emissies konden rekenen op een matige ontvangst. De Europese Investeringsbank kon dit woensdag aan den lijve ondervinden toen een slecht onthaal werd geboden aan een 40 miljard yen grote 10-jaars lening met een coupon van 6 5/8 procent. Vrees voor een verhoging van het Japanse officiele disconto ten gevolge van de snelle stijging in de geldhoeveelheid (11,5 procent in januari) leidde tot een onrustige markt met stijgende rentestanden.

De grootste klap op de kapitaalmarkten werd in Amerika uitgedeeld. Fed voorzitter Alan Greenspan ontnam de markt afgelopen dinsdag de hoop op een spoedige verlaging van de Fed-funds rate. Greenspan verklaarde tijdens zijn halfjaarlijkse 'Humphrey-Hawkins testimony' voor het Amerikaanse Huis van afgevaardigden dat het recessie-gevaar grotendeels geweken is en dat inflatiebestrijding uitgangspunt blijft bij de beleidsbepaling van de Fed. Samen met het tot 45 basispunten opgelopen negatieve rente-ecart ten opzichte van de 10-jaars Duitse Bundesanleihen, leidde deze uitspraak er dinsdag toe dat het rendement voor 10-jaars treasuries met 21 basispunten toenam tot een niveau van 8,63 procent. In de loop van de week (tot gisteren kon dit rendement ondanks de tegenvallende inflatiecijfers (1,1 procent in januari) weer iets teruglopen.

Bron: Rabobank Nederland Beleggingsonderzoek