Duitse eenheid is test voor EG

ROTTERDAM, 24 febr. - 'Het is sensationeel dat die dingen waar men vroeger in Europa oorlog om voerde - gebiedsuitbreiding, verandering van grenzen, wijziging van machtsverhoudingen - nu op een redelijk geordende manier tot stand komen.'

De Westeuropese diplomaat van wie dit citaat is doelt op de diplomatieke schermutselingen rondom de onherroepelijke nadering van de Duitse eenheid. Hij erkent dat nationale sentimenten hierbij, ondanks meer dan veertig jaar Westeuropese integratie, de kop opsteken: 'Als ik het recente gekissebis zie van staten, dan lijkt het wel op het ouderwetse Europese gezelschapsspel om elkaar over allerlei zaken in de haren te vliegen.' Maar groter dan de bezorgdheid over deze reflexen uit een nog niet geheel verwerkt verleden, die volgens hem worden opgewekt door de 'adembenemende omvang en snelheid van de gebeurtenissen', is zijn voldoening over het feit 'dat er voortdurend een zachte landing in een breed kader' op volgt. 'Er is zoiets als een Europese structuur ontstaan, wellicht ook door het houden van al die topconferenties van de Europese Gemeenschap, die ervoor zorgt dat men kwesties door een Europese bril bekijkt, ' aldus de diplomaat, die zich met de vormgeving van het 'nieuwe Europa' bezighoudt.

Zo'n 'zachte landing' had dinsdag plaats in Dublin, waar de ministers van buitenlandse zaken van de EG overleg voerden in het kader van de Europese Politieke Samenwerking. Hier verwoordde de Westduitse minister Hans-Dietrich Genscher in een betoog van bijna een uur precies wat zijn EG-collega's wilden horen. 'Er gebeurt niets achter de rug om van de vier grote mogendheden en er gebeurt niets achter de rug om van onze Europese partners', had Genscher gezegd. De EG zal direct bij de ontwikkelingen worden betrokken: 'Wij stellen er belang in dat het proces van vereniging zich in samenspraak met onze partners voltrekt'. Binnen de Gemeenschap was irritatie ontstaan over de snelheid waarmee de regering in Bonn de laatste twee maanden naar Duitse eenheid koerst. Het ongenoegen in de EG was nog versterkt door de vorige week gemaakte afspraak dat de twee Duitslanden na de verkiezingen in de DDR van 18 maart onderhandelingen zullen beginnen over de praktische aspecten van hun vereniging, waarna de Oost- en Westduitse ministers van buitenlandse zaken hun ambtgenoten van de vier bezettingsmachten zullen treffen. De zes zullen vooral spreken over 'externe aspecten van het proces naar Duitse eenheid, inclusief de vraagstukken van de veiligheid van de buurlanden'.

Het resultaat van dit 'twee-plus-vier'-overleg zal komend najaar worden voorgelegd aan de top van de CVSE, de 35 deelnemers tellende Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa. Het leek er even op of de EG - het produkt van de Europese eenwording en het raamwerk waarbinnen de Bondsrepubliek haar huidige machtspositie heeft kunnen verwerven - op het moment supreme van de Europese geschiedenis genoegen moest nemen met een plaatsje in de coulissen. Het leek er even op dat de steeds door Bonn herhaalde Europese geloofsbelijdenis - 'ook het verenigde Duitsland zal in de EG zijn verankerd' - gelegenheidstaal was. Het leek er zelfs even op dat de vrees over het destabiliserende effect van de Duitse eenheid op de verhoudingen in Europa, zeker wat de EG betreft, gegrond was.

Eind vorig jaar zag het er voor de Gemeenschap nog zo gunstig uit. De omwentelingen in Oost-Europa, en vooral het slechten van de Muur, hadden haar weliswaar even uit balans gebracht maar zij leek innerlijk versterkt uit de turbulenties tevoorschijn te zijn gekomen. De Europese Commissie, de uitvoerende arm van de EG, kreeg de vererende opdracht om de Westerse hulpverlening aan democratiserende Oosteuropese landen te coordineren. Washington had de Gemeenschap het etiket 'grote mogendheid in wording' opgeplakt. Moskou zag haar als onmisbare steunpilaar van het 'Europese huis' in aanbouw.

Bovendien hadden de Twaalf op de EG-top van Straatsburg onder Frans voorzitterschap overeenstemming bereikt over de voorwaarden waaraan de Duitse eenwording zou moeten voldoen en hadden zij de Economische en Monetaire Unie (EMU) een stapje dichterbij gebracht. Hoewel de revoluties in het Oosten voor de Gemeenschap eigenlijk te vroeg kwamen - met een voltooide 'interne markt', monetaire eenwording en, indien mogelijk, een politieke unie had de EG immers beter op de nieuwe situatie kunnen inspelen - leek zij toch zelfbewust het nieuwe jaar en een nieuw tijdperk in te gaan.

Dat vertrouwen in eigen kracht rustte echter voor een belangrijk deel op de verwachting dat de Oosteuropese gebeurtenissen hun onstuimige karakter wat zouden verliezen en dat er dus meer tijd zou zijn een adequaat antwoord te vinden. Typerend was de uitspraak die de Britse premier, Margaret Thatcher, kort voor Kerstmis deed. Volgens haar stond de Duitse vereniging 'niet op de agenda' en ze suggereerde dat het proces vijftien tot twintig jaar in beslag zou nemen. Dat bleek een verkeerde inschatting. Afgelopen zondag moest zij erkennen: 'Er is geen twijfel aan dat het samengaan van de twee delen van Duitsland op stapel staat'. In plaats van vaart te minderen denderde de trein richting Duitse eenheid sneller dan ooit door het Europese landschap. Een van de eersten die hieruit zijn consequenties trok was de voorzitter van de Europese Commissie, Jacques Delors. Tot vreugde van de regering in Bonn zei hij half januari in het Europese Parlement dat de DDR 'een geval apart' is en daarom 'als zij er om vraagt' voor 1993 kan toetreden tot de EG. Volledig Oostduits lidmaatschap zou bereikt kunnen worden via vereniging met de Bondsrepubliek of als dertiende lid.

Delors' uitlating wekte de ergernis van Nederland, Belgie en Groot-Brittannie, zo bleek het daaropvolgende weekeinde tijdens ingelast informeel overleg van EG-ministers van buitenlandse zaken. Minister Van den Broek zei toen 'niet in te zien waarom over een lidmaatschap van de DDR wordt gesproken terwijl de EG zelf steeds beweert dat zij voor 1993, de voltooiing van de interne markt, geen uitbreiding wil'.

Hij sprak over een 'academische discussie'.

Nauwelijks een maand later gaat men in Den Haag, net als in alle andere regeringscentra van de Gemeenschap, ervan uit dat de DDR dit jaar nog als deel van een verenigd Duitsland bij de EG zal horen.

De verbazingwekkend snelle politieke en economische ineenstorting van de DDR in de eerste weken van februari en de Westduitse reactie daarop stelden de spankracht van de Gemeenschap zwaar op de proef. Genscher deelde zijn EG-ambtgenoten op 5 februari mee dat de Duitse eenheid geen kwestie meer is van jaren of maanden maar al heel snel na de verkiezingen van 18 maart een feit zou kunnen zijn. Kort daarna kwam Kohl, zonder te overleggen met andere EG-landen, met het plan voor een monetaire unie tussen de Duitslanden, gaf Sovjet-leider Gorbatsjov zijn zegen aan een snelle eenwording, waarbij hij volgens Kohl zelfs afstand zou hebben gedaan van Moskous aloude eis van Duitse neutraliteit, en werd in de marge van de conferentie van NAVO en Warschaupact in Ottawa de 'twee-plus-vier'-formule overeengekomen.

De Twaalf bleven in verwarring achter. Zeker drie grote debatten moeten tegelijkertijd worden gevoerd: hoe moet de DDR in de EG worden opgenomen, in hoeverre zal een Duits-Duitse monetaire unie de eigen plannen van de Twaalf voor nauwere economische en monetaire samenwerking ondermijnen, en wat moet de Gemeenschap aan met een gebied waar wellicht Sovjet-troepen zijn gelegerd? Op de wat langere termijn zal de discussie niet meer kunnen worden ontweken over militaire samenwerking binnen West-Europa na de aanstaande terugtrekking van Amerikaanse troepen en de verzwakking van het Warschaupact.

Opnieuw nam Jacques Delors het initiatief. Hij opperde vorige week om kort na de Oostduitse verkiezingen een extra EG-top te houden over de Duitse eenheid en de gevolgen daarvan voor Europa. Het Ierse voorzitterschap, onaangenaam verrast door Delors' daadkracht, maakte bekend de bijeenkomst in de tweede helft van april te zullen beleggen. Die ontmoeting zal moeten uitwijzen of het Europese integratieproces al voorbij het omslagpunt is, waar het als een vliegwiel niet anders kan dan doorgaan, of dat, zoals een Haagse zegsman opmerkte, 'het mooie speelgoed toch nog kapot kan worden gemaakt'.

Veel zal afhangen van de houding die de drie grote acteurs op het EG-toneel zullen aannemen.

Voor Duitsland blijft inbedding van zijn politieke en economische beleid in de EG een voor de hand liggende keuze. De Europese integratie heeft de Duitsers tot nu toe vrijwel alleen voordelen gebracht. Vervreemding van West-Europa zou het wantrouwen tegenover Duitsland doen toenemen, wat zijn positie in de wereld zou schaden. Voor de Duitse economie is de ene Europese markt zonder binnengrenzen, waarvoor de noodzakelijke richtlijnen - Duitse eenheid of niet - in straf tempo uit de Brusselse machinerie blijven rollen, van even grote betekenis als voor de andere EG-landen.

Het nieuwe Duitsland zou grote risico's lopen als het zijn aandacht van de samenwerking binnen de EG zou verleggen naar nationale problemen. 'Het verlies van de vriendschap met de Fransen en van partners voor vrijhandel en een open financieel stelsel in Groot-Brittannie zou niet alleen een hoogst gewenst politiek evenwicht in Europa bedreigen maar ook vervreemding van de belangrijkste markt van de komende jaren betekenen', schreef Norbert Walter, econoom van de Deutsche Bank, onlangs in de Financial Times. Compensatie in Oost-Europa is er voorlopig niet. 'Zelfs een vijfvoudige toename van de handel met deze landen zou in de komende vijf jaar niet opwegen tegen normale groei van de handel met West-Europa', aldus Walter. Hij pleitte voor de vorming van een 'as' tussen Londen en Bonn naast de bestaande tussen Bonn en Parijs 'om een beter evenwicht in het EG-bouwwerk te brengen'. Thatcher maakt geen aanstalten de band met Duitsland zo stevig aan te halen. Haar opvattingen over de Duitse eenheid weerspiegelen een diep wantrouwen tegenover een verenigde Duitse staat, dat teruggaat op de Tweede Wereldoorlog. Amerikaanse troepen moeten 'voor onbepaalde tijd' op Duitse bodem blijven en Sovjet-troepen 'ten minste gedurende een overgangsperiode', zei ze onlangs. Geen wonder dat de Poolse premier Mazowiecki in Thatcher een steun en toeverlaat denkt te hebben gevonden bij zijn aandringen op deelneming aan de 'twee-plus-vier'-gesprekken.

Om het groeiende gewicht van een verenigd Duitsland in Europa en in de EG tegen te gaan is Londen bezig Parijs te polsen voor nauwere afstemming van het beleid. Er wordt zelfs gesproken over herleving van de oude Brits-Franse 'Entente Cordiale'. Vooral op defensiegebied lopen de belangen van beide Europese nucleaire mogendheden parallel. Zowel Frankrijk als Groot-Brittannie is bang bij de ontwapeningsbesprekingen tussen Oost en West onmisbaar geachte slagkracht te moeten inleveren. Maar waar het de Europese integratie betreft vormen Fransen en Britten tegenpolen: president Mitterrand is de aanvoerder van hen die 'verdieping' van de Europese samenwerking als hoogste prioriteit zien, terwijl Thatcher vooral van 'verbreding' haar heil verwacht.

Tot nu toe is de Europese eenwording gedragen door de Duits-Franse as. Volgens de vroegere Westduitse bondskanselier Helmut Schmidt en ex-president Valery Giscard d'Estaing van Frankrijk past bij de handhaving van de Frans-Duitse vriendschap en samenwerking maar een benadering: de eenwording van de Duitslanden onderdeel te laten zijn van een strategie die als einddoel heeft een federale unie van de EG-lidstaten. Zo'n federatie houdt volgens een recent artikel van Schmidt en Giscard in een aantal Europese kranten niet alleen een economische en monetaire unie in 'maar ook de integratie van het militaire en het veiligheidsbeleid, waarin Frankrijk en Duitsland gezamenlijk een speciale rol moeten spelen'. Tijdens een diner met Mitterrand verzekerde Kohl eind vorige week in Parijs dat de Duits-Franse verhouding wegens de ontwikkeling naar Duitse eenheid nog belangrijker geworden is dan zij al was. Deze hechte relatie en de Europese eenwording scheppen volgens de kanselier de beste voorwaarden 'het spook van een Vierde Rijk' niet te laten verschijnen. Hij was evenwel niet bereid op Mitterrands dringende verzoek in te gaan de zogeheten intergouvernementele conferentie (IGC) van de EG die nodig is voor het opzetten van de EMU te vervroegen. Kohls agenda stond zelfs het in de tijd naar voren schuiven van de IGC met veertien dagen niet toe.

Beslissend voor het voortbestaan van de as Bonn-Parijs en dus voor het lot van de EG zal zijn dat Frankrijk kan aanvaarden dat zijn traditionele positie van spelbepaler op het Europese veld aan invloed zal inboeten en dat Duitsland de zelfbeheersing zal kunnen betrachten zich niet al te uitdagend te manifesteren als machtigste lidstaat in de EG. De vroegere Franse minister van buitenlandse zaken Jean-Francois Poncet waarschuwde Bonn en Parijs vorige week via een artikel in Die Zeit niet in de oude fouten te vervallen. Duitsland moet ervan overtuigd worden dat 'iedere verbreking van het Europese evenwicht ten gunste van een macht, nu net als vroeger, tot allianties zal leiden die deze in toom zullen houden'.

En Frankrijk moet weten 'dat het huidige Duitsland niet dat van vroeger is en dat zijn economische en financiele macht een kans voor Europa betekent'. Duitse eenheid als versterkend medicijn om van de EG een echte wereldmacht te maken, of als gif dat Europa naar donkere tijden kan terugvoeren. Dat is de keuze waar de Twaalf voor staan.

    • W. H. Weenink