De intimiteit tussen gevangenen en folteraars; MiGUELBONASSO;

In de onderwereld van de terreur zijn slachtoffers en folteraars op een afschuwlijke manier tot elkaar veroordeeld. Die gedwongen samenleving van gevangenen en bewakers heeft in Argentinie tot een pervers experiment in verwevenheid van misdadigheid en politiek geleid.

Deze Argentijnse variant op Weinrebs Collaboratie en Verzet is het thema van Herinnering aan de dood, het indrukwekkende boek van de Argentijnse journalist Miguel Bonasso over de terreur in Argentinie aan het einde van de jaren zeventig. (3-2-'90 in het Zaterdags Boekenbijvoegsel van het NRC Hbd gerecenseerd). Het boek geeft een onthutsend beeld van het blinde fanatisme van de Montoneros, de 'linkse' Peronistische guerrillabeweging, en over het leven in de geheime foltercentra van de Argentijnse strijdkrachten.

De militairen, die van 1976 tot 1983 aan de macht waren in Argentinie, voerden in de eerste jaren van hun bewind een 'vuile oorlog' tegen de subversie. De meeste slachtoffers waren sympathisanten en militanten van de Montoneros.

Niet alle gevangenen werden na de martelingen vermoord en toegevoegd aan de lijst van 'vermisten'. Een beperkt aantal werd in leven gehouden door de marine en door het leger. Het leger wilde met overgelopen gevangenen de leiding van de Montoneros in ballingschap infiltreren en daarmee onschadelijk maken. De marine had, onder leiding van admiraal Emilio Massera, een nog perfider plan: een select groepje overlevende Montoneros werd in de Technische School van de Marine, het beruchtste foltercentrum in die tijd, gebruikt als een 'denktank' voor de presidentiele en politieke ambities van admiraal Massera. 'Mijn linkse adviseurs' noemde hij zijn gevangenen die al dan niet gespeeld aan het politieke project meewerkten om daarmee hun leven te sparen. Hoe kwam U op het spoor van deze 'onderwereld'?' In 1978 leerde ik Jaime Dri kennen, de hoofdpersoon van het boek, die erin was geslaagd te ontsnappen uit Argentinie. Hij vertelde over de verschrikkelijke intimiteit tussen gevangenen en militairen. Die samenleving tussen folteraars en slachtoffers oefende een morbide fascinatie op me uit. Het was een hel met een loterij. Van de 5000 gevangenen die op zeker moment in de Technische School van de Marine terecht kwamen, werden er 60 uitgepikt die mochten overleven omdat ze in de politieke ambities van de marine van pas kwamen. De rest werd vermoord. In zekere zin was de mentale terreur om de gevangenen tot collaboratie te dwingen nog erger dan de fysieke martelingen.

Sommige gevangenen werden geestelijk geknakt en verloren de drang naar vrijheid. 'Zij weten alles en controleren alles, ' meenden ze. De hoofdpersoon van Herinnering aan de dood was aanvankelijk ook banger voor de vlucht dan voor de dood. Uiteindelijk overwon bij hem de vrijheidsdrang.' De Montoneros hebben met hun militaristische strategie een generatie Argentijnen de dood in gejaagd. Hoe verklaart U de massale aantrekkingskracht van de Montoneros?' De leiding van de Montoneros begreep die plotselinge populariteit zelf ook niet en heeft deze nooit goed politiek vertaald. In 1972 was het niet meer dan een een handjevol activisten en een jaar later hadden we 10.000-den aanhangers. Deze aanhang werd verspeeld omdat de leiding vasthield aan de militaristische strategie van de gewapende strijd. Dat liep uiteindelijk uit op een botsing tussen twee militaire apparaten: de Montoneros en de strijdkrachten. Natuurlijk wonnen de militairen.

Binnen de leiding van de Montoneros, die in Mexico in ballingschap was gegaan, kreeg de stalinistische lijn ondertussen steeds meer de overhand. Herinnering aan de dood gaat over een generatie die is opgeofferd aan de politiek van de Montoneros en over de perversheid waartoe hun strategie uiteindelijk leidde. Mario Firmenich, de leider van de Montoneros, was de Argentijnse Pol Pot van de jaren zeventig.

Het was onze bedoeling om het Peronisme te democratiseren. Het heeft geleid tot een ramp. De beste generatie Argentijnen van deze eeuw is eraan opgeofferd. Veel van ons waren de kleinkinderen van de migranten die naar Argentinie waren gekomen. Eind jaren zestig waren wij de eerste 'Latijnsamerikaanse generatie' in Argentinie met een ongelofelijk gevoel van opofferingsgezindheid. Zo ruimhartig dat we bereid waren ons leven te geven.' Beschouwt U zich nog steeds als een Montonero?' Nee, ik heb in 1979 met de leiding van de Montoneros gebroken. Totaal en definitief. Ik voel me nog wel steeds Peronist, al ben ik ook daar niet meer zeker van. Als Carlos Menem - de Argentijnse president - Peronist is, dan ben ik het niet.'

En de Montoneros?' De restanten van de Montoneros koketteren nu met het fascisme van groepen opstandige militairen in Argentinie. En ze steunen Menem. Ze willen de miljoenen die nog over zijn van hun bankrekeningen in Cuba halen en besteden voor sociale programma's van Menem. Stel je voor, dat geld is afkomstig van de ontvoering van de graanmagnaat Born in 1973 en nu steunen ze het economische beleid dat wordt gedicteerd door diezelfde graanmultinational Bunge en Born.' U heeft nu een project voor een Latijnsamerikaanse krant. Hoe staat het daarmee?' In juni komt in Mexico El Independiente uit, een nieuwe krant die moet uitmunten in degelijke berichtgeving en het politieke debat nieuw leven moet inblazen. Verder zullen er dagelijkse bijdragen in verschijnen van schrijvers zoals Gabriel Garcia Marquez en Carlos Fuentes. We willen na een tijdje een samenwerking aangaan met vier of vijf kranten in andere Latijnsamerikaanse landen. Daaruit moet een wekelijkse gezamelijke bijlage voortkomen. Vervolgens willen we El Independiente voor de Spaanstalige bevolking in de VS uitgeven en uiteindelijk zou er dan een gemeenschappelijke Latijnsamerikaanse krant moeten ontstaan. Dat zal nog wel even duren, maar het is een fantastische uitdaging.'