De heimelijke angst voor Duitsland; ronde-tafeldiscussie overde hereniging

Iedereen heeft zo zijn eigen rol. Nog voordat de sessie goed en wel is begonnen, legt professor Alting von Geusau van de katholieke universiteit in Tilburg zijn materiaal alvast op tafel. Zonder Vierzig Jahre Aussenpolitik, het handboek waarin alle internationale verdragen keurig zijn verzameld, en de Dokumentation zur Aussenpolitik uit Bonn onder handbereik wenst hij, de gestaalde Atlanticus van weleer, niet te beginnen aan het debat over de naderende Duitse eenwording.

Zijn hoofdstedelijke collega Brands, behalve hoogleraar nieuwe geschiedenis ook eerste regeringsadviseur voor vrede en veiligheid, haalt daarop onmiddellijk de Westduitse grondwet uit zijn grote bruine schooltas. ' Dat vindt Scheffer niet goed', roept hij er ter toelichting olijk provocerend bij. Waarop Scheffer, de jonge krullerige sociaal-democratische partijwetenschapper, ostentatief Brands laatste bundel Denkend aan Duitsland (1983) als een vorm van afschrikking op tafel werpt. Er staan kennelijk nog wat oude intellectuele rekeningen open.

De drie anderen hebben ogenschijnlijk meer vertrouwen in hun parate kennis. De journalist Heldring wacht op het moment waarop hij kan reageren op wat anderen zeggen. Staatsraad Van der Stoel vertegenwoordigt in nagenoeg alle opzichten de continuiteit van de verlichte school in Neerlands buitenlandse politiek: Europees maar ook Amerikaans georienteerd. En Halberstadt komt na een kwartiertje amicaal zwaaiend binnen, met slechts een velletje met aantekeningen bij zich waarop hij alvast zijn debunking notities heeft geschreven. Hij had zich eerder telefonisch geexcuseerd en tegelijkertijd verzocht of we nog even wilden wachten met de definitieve proclamatie van de Duitse eenheid.

Dat was jammer. Want gespreksleider Knapen zaait op de Haagse redactieburelen, waar de bijeenkomst plaatsvindt, meteen al tweespalt met zijn vraag of de heren enig idee hebben hoeveel procent van de Nederlanders denkt dat onze positie zich zal versterken door de Duitse eenwording en hoeveel procent vermoedt dat er niets zal veranderen. Na wat gesteggel over de randvoorwaarden, zetten allen zich aan een prognose. Als ware het een televisie-quiz, zo serieus worden de percentages op de briefjes ingevuld.

Scheffer - Paul voor de meesten - blijkt er het dichtst bij te zitten met zijn voorspelling. Zestien procent vermoedt volgens hem dat ons land er beter van wordt en 54 procent dat er niets verandert. Alting von Geusau geeft zich niet meteen gewonnen - hij vertrouwt de rekenmethode van Knapen niet - maar Brands sust het dreigende conflictje. ' Dat leggen we aan een beroepscommissie voor. Scheffer staat nu eenmaal dichter bij het volk. Mijn god, het is toch niet te geloven!' Scheffer, de sociaal-democraat die de hele avond zal blijven proberen het primaat van de politiek overeind te houden, mag dus beginnen met zijn diagnose van het ziektebeeld.

Scheffer: ' De buitenlandse politiek van Nederland is altijd gekleurd geweest door de opvatting dat Duitsland economisch geintegreerd moest worden omdat zo de bestaande machtspolitieke verschillen, die voor een klein land als het onze nadelig zijn, naar de achtergrond konden worden gedrongen. Volgens ons was dat een afdoende voorwaarde voor de stabiliteit in Europa.

Dat is het traditionele anti-continentalisme van Nederland, dat leunen op de Verenigde Staten en Groot-Brittannie als tegenwicht tegen de Bondsrepubliek. Maar de Europese politiek gaat zich nu continentaliseren. De status quo van de NAVO zal dus vergaand aangetast worden, hetzij door die merkwaardige oplossing waarbij een deel van Duitsland gedemilitariseerd is en het gehele Duitsland daarmee een aparte status in het bondgenootschap krijgt, hetzij op een andere manier. Een groot deel van de Nederlandse bevolking kan deze verschuivingen echter niet op waarde schatten omdat wij de instabiliteit van Europa permanent hebben onderschat. Dat zie je telkens in de Nederlandse politieke geschiedenis: na belangrijke vredesverdragen - je kunt zelfs teruggaan tot 1648, 1713 en 1815 - geloven we dat nu voortaan de vrede de bovenhand krijgt. Na 1945 hebben we weer onderschat dat de oude natiestaten en het nationalisme door de koude oorlog slechts zijn ingevroren.' Brands: ' Op het ogenblik beleven we een van de alleronduidelijkste toestanden sinds ik weet niet hoelang. Alles komt tegelijk. Maar je zou het niet zeggen in Nederland, niet op de straat en niet in het beleid. De reactie is louw loene. Hoewel er zich toch een paar punten voltrekken. Het is ook een buitengewoon voze toestand. Politici zeggen nog minder dan vroeger wat ze ervan vinden. Iedereen is nu voor die Duitse eenheid. Bovendien zegt elke politicus, en niet alleen wegens zijn onbetrouwbaarheid of beter helemaal niet vanwege zijn onbetrouwbaarheid, elke dag iets anders omdat de toestand dan weer veranderd is.

Ondertussen nemen de Duitsers per dag een commitment aan waar een normale burger niet aan moet denken. Want wie weet wat het allemaal gaat kosten? Een aantal burgers begint zich al behoorlijk te roeren omdat ze direct geraakt worden, of omdat de trottoirs van West-Berlijn niet meer betreden kunnen worden of om de dreigende woningnood in het Westen.' Alting von Geusau: ' Het hele politieke bipolaire of multipolaire evenwicht is veranderd in iets waarvan we de vorm nog helemaal niet kennen. De rol van Nederland zal voornamelijk worden bepaald door de vraag of de westelijke landen in staat zijn zodanig op de Duitse eenwording in te spelen dat Duitsland inderdaad wordt ingebed in een, verder naar het Oosten, verenigd Europa. Als dan niet lukt, zullen we een kleine randstaat worden. Natuurlijk hebben ook de Verenigde Staten daarbij belang. Ik vrees alleen dat, als alle belangrijke beslissingen in de tijd van deze regering-Bush genomen moeten worden, het er wel eens op zou kunnen uitdraaien dat de rol van Amerika heel sterk terugloopt. Er is in de Verenigde Staten, op dit cruciale moment in de Europees-Amerikaanse betrekkingen, geen Marshall.' Het is het eerste moment waarop de oude ideologische fronten zich 180 graden lijken te gaan draaien. Alting van Geusau stond immers bekend om zijn onwankelbare vertrouwen in de transatlantische as. Van der Stoel repliceert meteen. Hij wenst wel vast te houden aan enige continuiteit.

Van der Stoel: ' Je kan ook zeggen dat het andere woorden zijn voor het geleidelijk verdwijnen van de Amerikanen uit Europa. Maar ook al zal de feitelijke ontwikkeling zijn zoals Scheffer die heeft aangegeven, toch zou ik de wenselijkheid willen onderstrepen van een stevige verankering van dat verenigde Duitsland in de EG en in de Navo. Ik vind het erg opvallend dat de Polen, de Hongaarse en de Tsjechische regeringen zeggen: laat dat verenigd Duitsland in de Navo blijven. Kennelijk zien zij daarin een waarborg tegen herleving van een Duits gevaar. Dat moeten wij als westelijke buren terdege in de gaten houden.'

Wat dreigt

Knapen: ' Is het eenvoudig en wordt een groter Duitsland lid van de EG? Of wordt de EG lid van Duitsland en wordt het dus zaak voor de politici in Den Haag om voortaan niet meer alleen naar Brussel te bellen maar op gezette tijden ook naar Berlijn?' Halberstadt: ' Ach, we hadden vierenhalf decennium de Verenigde Staten als onze belangrijkste politieke en economische partner. Nu krijgen we de Verenigde Staten van Duitsland erbij. Dat is het enige bijzondere. Nederland is natuurlijk toch gemarginaliseerd, al vele jaren.

Nederland wordt nu geconfronteerd met de beslissing van Duitsland om zijn grondgebied uit te breiden, zijn economie te vergroten en daarmee ook zijn macht binnen de Europese Gemeenschap. We zijn wat verrast door het moment en de snelheid waarmee het allemaal gebeurt, maar dat het zou gebeuren dat hadden we kunnen voorzien als we bereid waren geweest om ons meer bezig te houden met de politieke ontwikkelingen in Oost-Europa. In Nederland heeft het ons aan iedere verbeeldingskracht ontbroken. Maar het zal onze positie niet veranderen. Wij hebben er het afgelopen decennium bewust voor gekozen geen rol te spelen in de instituties van Europa. Het is reuze interessant dat geen enkele nationale politicus in Europa op het ogenblik een dominante rol speelt. Alleen de Duitsers doen dat.' Heldring: ' Wanneer hadden we bijvoorbeeld een rol kunnen spelen?' Halberstadt: ' Vorig najaar toen het duidelijk werd dat er een grote versnelling zou optreden! Toen hadden wij onze bereidheid kunnen tonen om de economische monetaire unie, die er de facto al is tussen Oost en West-Duitsland, te versnellen in ruil voor de prijs dat de Duitsers zich sneller zouden invoegen in de Europese monetaire unie. Waarom we dat niet gedaan hebben is mij ontgaan en ontgaat mij vandaag nog.' Brands: ' Nou, dat is betrekkelijk makkelijk uit te leggen.'

Halberstadt: ' Graag!' Brands: ' De hemel kwam op aarde vallen. Er deed zich een politiek betrekkelijkonbestuurbaar proces voor. Ook de Bondsregering stond met de handen omhoog. Ik heb nog nooit zo'n snelle wending gezien als van zowel meneer Kohl als meneer Bohme [de leider van de Oostduitse SPD, red.] ten aanzien van die monetaire unie. Ze waren eerst mordicus tegen, een week later waren ze voor.' Alting von Geusau: ' Ik geloof dat iedereen overrompeld is en dat iedereen, van Washington tot Moskou, nu achter de feiten aanloopt. Ook Kohl. Ik kwam gisteren uit Polen terug. Geremek [de voorzitter van de fractie van Solidariteit in het Poolse parlement, red.] vertelde me dat hij op 8 november Kohl gewaarschuwd had dat de Muur wel eens in zou kunnen storten na de ontwikkelingen die zich in Polen en Hongarije hadden voorgedaan. Dat werd toen door Kohl nog heftig ontkend.'

Scheffer: 'Het is altijd makkelijk om achteraf gelijk te hebben, om alles te reconstrueren en te zeggen: het was duidelijk dat het op Duitse eenheid zou uitlopen. Maar in november en december was het overheersende sentiment helemaal niet dat er direct gekozen moest worden voor eenheid en zeker niet voor een versnelling daarvan. De houding was toen redelijk afwachtend. De Oostduitse partijen, van links tot rechts, waren uberhaupt allemaal tegen hereniging. En in West-Duitsland heerste er een enorme verwarring. Mijn grote vraag is eigenlijk: onttrekt de Duitse hereniging zich, zoals Brands suggereert, inderdaad voor een belangrijk deel aan de politieke wil? Of is het een combinatie? Voor dat laatste zou ik toch willen pleiten. Het is een politieke keuze van Kohl om op dit moment economische steun aan de DDR te onthouden, om de politieke elite in de DDR over de hele breedte niet als legitiem te beschouwen en om zelfs na de verkiezingen van 18 maart de nieuwe politici, die daar dan met grote legitimiteit zitten, nog steeds niet te erkennen. Hij wil van het momentum, van de economische en staatspolitieke desintegratie van de DDR, gebruik maken door de nieuwe regering van de DDR pas te erkennen als ze zich dwingend vastlegt op zijn scenario.' Halberstadt: ' Wat is nu Duitse eenwording? Is het de overeenstemming die er vermoedelijk binnen enkele weken of misschien een maand of twee wordt bereikt over die vijf landsdelen die daar in Oost-Duitsland liggen? Dat is pas het begin.'

Scheffer: ' Maar zal de Bondsrepubliek de legitimiteit van de DDR-regering na 18 maart wel erkennen?' Halberstadt: ' Ik denk dat ze die legitimiteit wel erkennen. De vraag of straks na de verkiezingen op 18 maart de nieuwe politieke meerderheid in Oost-Duitsland erg veel moeite zal hebben met de Wiedervereinigung lijkt mij alleen niet zo interessant. Straks kunnen gewoon die Ostmarken ingeruild worden voor D-marken. De nieuwe marken zijn net dezer dagen gedrukt, de muntjes liggen ook gereed. Dat is allemaal keurig klaar.

Alleen, er is in de DDR niets meer, niets meer! Het is een totaal ontredderde economie. Fabrieken staan stil, kantoren werken niet meer, de dienstverlening bestaat er niet meer, functies worden niet meer vervuld, er is geen politie-agent meer en er is niemand meer die zorgt dat het gemeentelijk energiebedrijf werkt. De mensen lopen weg - [' en het wordt nog erger', roept Brands er tussen door] - en dat zijn niet de zwaksten, dat zijn de werkenden, de kinderen. Knapen: ' Van der Stoel pleitte een anderhalve maand geleden op onze opiniepagina tegen een coalitie van de angst. We zouden samen met Duitsland over dit onderwerp moeten praten. De vraag is: als wij daar met Duitsland over willen praten, vinden we dan nu nog veel gesprekspartners in Bonn. Of is het illustratief dat op de open skies-conferentie in Ottatawa landen als Nederland, Belgie en Italie nog later dan de pers het communique kregen?' Van der Stoel: ' In november was het nog zo dat Kohl en de SPD een keurig driefasenplan ontvouwden. Eerst een Vertragsgemeinschaft, vervolgens een confederatie en dan de eenheid: dat zou vele jaren duren. Ik geloof dat nu in Bonn nog maar een ding prevaleert: hoe kunnen we verdere massale uittocht en daarmee een volledige ineenstorting van die Oostduitse economie voorkomen? De doorbraak daarin is getekend door Gorbatsjov, toen die de onvermijdelijkheid van de eenwording aanvaardde, en in Ottawa waar de formule twee plus vier is opgesteld. Ik denk dat Nederland daar bitter weinig meer aan kan doen. Nederland kan alleen een partij meeblazen in de EG en de Navo. Maar verder? Het lijkt me een dikke kans dat er zich op 12 december in Duitsland verkiezingen voltrekken voor een parlement.'

Brands: ' Maar er zijn nog wel paar zaakjes te regelen. In de eerste plaats natuurlijk zaakjes van de Bondsrepubliek zelf. De grote Mercedessen rijden nu al voor in die agrarische gebieden en dan stapt er iemand uit die zegt: dit is het landgoed van mijn vader. Het punt van de oude bezitstitels, daar is nog geen uitspraak over gedaan. Die claims worden ook in de DDR als bedreigend ervaren' Halberstadt: ' Eerdere ervaringen na de Tweede Wereldoorlog leren dat het de Duitsers lange tijd kost om over dat soort dingen tot genereuze of zelfs maar redelijke uitspraken te komen. Ik zou dat dan ook niet als hoge prioriteit stellen. De sociale onrust zal vermoedelijk niet in de eerste plaats ontstaan in Oost-Duitsland maar toch veel eerder in West-Duitsland. Waar zit het gebrek aan behoorlijke huisvesting, waar het gebrek aan werkgelegenheid, waar misschien ook al die politieke meningverschillen die nog kunnen ontstaan. Die zitten in West-Duitsland.'

Nederland in de luwte

Maar is er temidden van al deze dreigende perspectieven of zelfs onvermijdelijkheden nog iets voor ons te doen? De meesten lijken het hoofd in de schoot te willen houden.

Heldring: ' Wij zijn door de eeuwen heen neutraal geweest en dat is ons altijd het beste bevallen.' Brands: ' Ik voeg er nog een ander element aan toe. Ik heb nog nooit meegemaakt dat Nederlanders, die altijd over hun goede oorlogsverleden spraken, nu ineens zeiden dat zij ontroerd waren door wat er in Duitsland gebeurde. Dat is nog nooit voorgekomen. Het duurde dan ook maar kort.' Heldring: ' Het is een merkwaardig verschijnsel dat wij op de Dam of waar dan ook wel voor Zuid-Afrika en Mandela te hoop lopen maar niet ter ere van wat er in Europa gebeurt.' Halberstadt: ' Onze economische relatie tot de Bondsrepubliek verleidt ons tot het verschuilen achter grote broer. Wij zijn ten dele een bijkantoor. Dat is nu een aantal jaren het geval maar wij plegen daar liever niet over te praten.' Brands: ' Met af en toe een uitbarsting van anti-Duitse gevoelens, waar zelfs een krant als de NRC aan meedeed. In 1977 [op het hoogtepunt van het RAF-terrorisme en de Berufsverbote, red], dat was onvoorstelbaar.' Hofland: ' Is dat niet een paradox: een kleine economie en een grote moralistische kracht? Brands: ' Dat is geen paradox, die twee houdingen hebben naast elkaar bestaan. De Nederlandse regering heeft er in 1945 geen moment twijfel over laten bestaan dat de Duitse economie weer op poten moest komen, anders kon het Nederlandse herstel niet plaatsvinden.

Wat te doen

De gedachte dat we Duitsland niet alleen mogen laten gaan, komt uiteraard onmiddellijk op. Maar Scheffer bagatelliseert het vertrouwen van de ouderen aan tafel dat Nederland daar iets aan zou kunnen doen.

Scheffer: ' Kohl consulteert zijn naaste omgeving niet eens, zeker de buurlanden niet. Het idee van verankering is een bezweringsformule.' Hofland: ' Of is het schizofrenie?' Halberstadt: ' Die Duitse eenwording kunnen wij niet tegengaan. Dat betekent dat wij ernaar moeten streven om een supranationale Europese Gemeenschap bij op te leggen, voor zover we dat kunnen.' Knapen: ' Is het dan niet praktischer om een deelstaat van Duitsland te worden?' Halberstadt: ' Nee, absoluut niet. Er is toch een gerede kans voor zo'n supranationale EG? In plaats van louter te praten over de marges van wat we aan die Duitsers wel en niet vragen en of ze misschien rekening willen houden met onze verlangens?' Brands: ' Je weet zelf natuurlijk best dat de Nederlandse regering daar nu niet voor is.' Halberstadt: ' Maar Maarten, als onze regering er niet voor is dan moeten wij er hier over praten.'

De chaos rond de tafel begint zich te openbaren. De eerste bilaterale discussies worden aangekaart. Totdat Heldring het woord neemt.

Heldring: ' Ik zou willen waarschuwen tegen al te openbaar en al te luid roepen dat Duitsland verankerd moet worden. Dat is wel waar, maar het is een motie van wantrouwen'. Sampiemon: ' Maar dat is altijd onze geloofsbelijdenis geweest. ' Heldring: ' Je moet het alleen niet al te hardop zeggen.' Scheffer: ' Maar Nederland heeft altijd heel sterk de economische kant van de gemeenschap gekozen en een zekere angst aan de dag heeft gelegd voor een buitenlandse politiek van de EG. Die angst moet overwonnen worden maar dat zou wel een breuk met onze traditie zijn.' Halberstadt: ' Dat is interessant! Dan blijft er niets meer over voor Nederland'. Alting van Geusau: ' Ik denk dat we nu de nadruk moeten leggen op uitbreiding van de EG naar Oost-Europa. Op het ogenblik is het belangrijker dat Polen, Hongarije en Tsjechoslowakije erbij kunnen komen dan dat wij nu over de politieke eenwording gaan praten. Die ligt toch niet meer in het verschiet. We kunnen ook verwijzen naar het Verdrag van 1954 tussen de westelijke grote drie en de Bondsrepubliek - artikel 7, ik heb het meegenomen - daarin staat dat het de doelstelling van de westelijke geallieerden plus Duitsland is om een herenigd Duitsland op democratische grondslag te krijgen, ingebed en geintegreerd in de Europese Gemeenschap. Daar kunnen wij de Bondsrepubliek aan houden. En dan zijn er nog de regelingen rond Oost-Europa. Ik wijs op de Berlijnverklaring van twaalf punten uit 1957 waarin uitdrukkelijk is afgesproken dat de andere bondgenoten geconsulteerd zullen worden.' Brands schudt het hoofd, kijkt Van der Stoel aan en vraagt: ' Wat is dat nou waard' ? Van der Stoel, droogjes, terwijl hij voorzichtig toehapt op een zojuist geserveerd broodje: ' Niks'.

Waarop Brands zijn kans schoon acht. ' Voorzitter, ho, ho, ho... '. Maar Alting von Geusau gaat onverstoorbaar door. ' Mag ik nog even, dan ben ik klaar. Derde punt is dat de Bondsrepubliek bij voortduring hamert op de noodzaak van een vredesverdrag. Dus daar kunnen de bondgenoten, ook Nederland, bij betrokken zijn.' Van der Stoel: ' Hecht verankerd zijn, is niet alleen een Nederlandse slogan. Het is zelfs door de Bondsrepubliek in Straatsburg in december, in de Europese Raad, onderschreven. Maar dat moet ook werkelijk inhoud krijgen. Want anders heeft Maarten Brands natuurlijk gelijk, dan zal Duitsland in wezen de dominerende rol spelen in die Europese Gemeenschap. De eerste stap in die richting zou de economisch monetaire unie ook op Europees niveau moeten zijn. Ik vind dat voor de hele stabiliteit van de verhoudingen in Europa van wezenlijk belang. Als Duitsland freischwebend wordt, hetzij omdat het zich eigenlijk niet zoveel van de Europese partners in de Europese Gemeenschap zou hoeven aan te trekken, hetzij omdat de Navo alleen nog maar een schijnverband is, ja, dan kan die Duitse macht heel onplezierig worden. Is het daarentegen mogelijk om die EG te versterken dan kan mogelijk worden wat Duitsers ook gaan zeggen dat zij een Europees Duitsland en niet een Duits Europa nastreven.' Heldring: ' Is het wel mogelijk dat de Duitsers aan hun eigen eenwording werken en tegelijkertijd meewerken in een Europese monetaire unie?' Hofland: ' Het is toch niet de eerste keer dat ze op twee fronten vechten?' Scheffer: ' Dat is toen ook niet goed afgelopen.' Halberstadt: ' Het is betrekkelijk eenvoudig. Als de Duitsers dat willen, als ze bereid zijn die prijs te betalen, dan kunnen ze zich dat heel simpel veroorloven. Is helemaal geen probleem. Zo groot is die Oostduitse economie niet. Zo'n zestien miljoen mensen en iedere dag verdwijnt er nog wat.'

En de Navo

Brands: ' Zijn we nu in het stadium van de therapie terechtgekomen? Nou, dan worden hier therapieen voorgeschreven die de directe dood ten gevolge zouden hebben. Heldring maakte bezwaar tegen de uitdrukkelijke eis aan de Duitsers zich te verankeren. Nederland kan juist een bijdrage leveren: niet roepen dat de Oost-West tegenstelling weg is.' Knapen: ' Zijn wij eigenlijk niet bezig met zelfbedrog als we het hebben over Duitsland als een geintegreerd deel van de Navo? De Navo was een soort bezettingsmacht van Duitsland. Nur die Verhaltnisse sind nicht mehr so. De Navo was bovendien altijd ergens tegen. Maar waar is ze nu tegen?' Van der Stoel: ' Even helemaal los van het Duitse vraagstuk, realiseren we ons eigenlijk wel voldoende dat er nog steeds een nucleaire supermogendheid op het Europese continent bestaat, zelfs in de huidige chaos van desintegratie in de Sovjet-Unie. Niemand weet wat de toekomst van die supermacht zal zijn. Wij kunnen dromen van de toekomstige Sovjet-Unie als een parlementaire pluralistische democratie. Maar het kan ook een hele onplezierige nationalistische xenofobe dictatuur worden, die zelfs wel fascistoide trekken zou kunnen krijgen. Is ook denkbaar. Vanuit die optiek is toch belangrijk dat de Amerikanen present blijven. Dat geluid zou uit Europa moeten blijven klinken. En dat betekent dus ook 'nee' zeggen tegen enigerlei formule om Amerikaanse en Russische, ook de Amerikaanse troepen uit de Bondsrepubliek, te doen verdwijnen. Want dat betekent in feite dat de Navo verdwijnt. Want waar worden die 230.000 Amerikaanse strijdkrachten anders gelegerd?'

Knapen: ' Maar wordt dit raison d'etre van de Navo geen verdomd dun draadje als we alleen nog maar op kunnen wijzen dat de Sovjet-Unie nog steeds de grote supermogendheid is?' Iedereen begint nu door elkaar heen te praten. Is deze vraag te veel van het goede? Brands: Mag ik even iets zeggen? Kijk, het blijft niet bij het oude. Er zal iets als een Europese Veiligheidsraad of wat dan ook ontstaan. Daar zijn tenminste twee bouwstenen voor: de Conferentie voor vrede en samenwerking in Europa (CVSE), dat is niet een gezelschap waar mijn hart naar uitgaat, en de Conventional Forces Europe (CFE) in Wenen.' Scheffer: ' Maar dan ga je dus uit van een symmetrie. Navo en ... ' Brands: ' Nee, helemaal geen symmetrie.' Scheffer: ' Het Warschaupact dus niet?' Brands: ' Je moet de desintegratie van het Warschaupact regelen, beheersen. We hebben nu een heel andere tegenstelling. Niet meer tussen Oost en West. Denk aan die krankzinnige toestand die we rond Kerstmis in Roemenie hebben meegemaakt. Volgens kwade berichten is er zelfs enig overleg geweest met de heer Gorbatsjov: of hij er niet iets aan kon doen.'

Alting von Geusau: ' De ironie was nog veel groter. Baker was het eens met de suggestie van zijn Franse collega Dumas om de Russen in Roemenie te laten intervenieren.' Van der Stoel: ' De Navo heeft, zolang er onzekerheid bestaat over de Sovjet-Unie, de rol van organisatie waar je militair op kan terugvallen mocht die ontwikkeling lelijk gaan tegenvallen. En daarnaast, ja, daar kom ik rond voor uit, als verankering van Duitsland in het Westen.' Het signaal om de reeds ingezette herschikking van oude waarden te voltooien. Alting von Geusau besluit de man, die minister was in het 'Nederland-gidsland' decennium, gerust te stellen.

Alting von Geusau: ' De Sovjet-Unie heeft opgehouden een supermacht te zijn. Ze is economisch totaal in de vernieling, politiek aan het teruglopen en zit met de overblijfselen van een militaire supermacht, dus met zijn kernwapens. Maar het verband tussen zijn militaire potentieel en zijn politieke macht is op het ogenblik totaal verdwenen. Dat betekent dat instituties als Navo, Warschaupact en CVSE zijn gebaseerd op pure fictie. De containmentstrategie, die sinds 1950 is verengd tot een nucleaire afschrikkingsstrategie, heeft op het ogenblik geen object meer. Dus als we de Navo omvormen van een fictie tot een bruikbaar instrument dan zullen we in ieder geval een totaal andere strategie moeten gaan bedenken. We moeten gewoon een heel ander denkkader proberen te vinden, het denkkader van een pluralistische samenleving waar je zoveel mogelijk institutioneel op uiteenlopende terreinen regelt omdat de Europese politieke eenheid of de Europese Veiligheidsorganisatie binnen afzienbare tijd geen kans heeft.' Terwijl Hofland en Alting von Geusau tete a tete de modaliteiten nader doornemen, doet Brands een voorstel: ' Een militair statuut over de DDR, daar zou ik voor pleiten'. Knapen: ' Als verankering tegen een Duits dreiging, want daar komen al die eufemismen op neer. Het is geen Duitse dreiging? Wat is het dan?'

Brands: ' Dat is uit te leggen. Mag het met een moeilijk woord. [' Graag', roept Scheffer er doorheen] Er is vaker iets misgegaan op het punt van de beheersbaarheid van de Duitse politiek als de buitenlandse politiek er de binnenlandse politiek de vlammen zette. Die verbinding is daar iets korter dan bij ons. Afgezien van die rare kruisraketten, je moet van goede huize komen om het hier vanwege het buitenlands beleid te derailleren. Maar daar zijn er nog steeds veel opties in het geding waarover zeer weinig consensus bestaat. De positie van Duitsland na de oorlog is niet uit vrije wil geboren. Adenauer heeft die keuze niet aan het Duitse volk gelaten. Terwille van de democratie heeft hij op zeer autoritaire wijze elke twijfel over de band met Washington uit de weg geruimd. Nu gaan we voor het eerst weer proberen daar beweeglijkheid in te brengen. Dat freischwebende wil ook zeggen: een zekere ongrijpbaarheid in het centrum van Europa. De kwaal is echter niet snel te repareren. De andere Westeuropese landen zijn niet van nature tot hun Ostpolitik gekomen. Wij hebben wat lippendienst bewezen aan dissidenten. Sommigen van ons, een enkeling onder ons, heeft daar erg veel voor gedaan. Maar dat is het ongeveer geweest. Het is voor mij als niet-politicus makkelijk te zeggen, maar er is een nieuw kabinet en wij zouden iets nieuws krijgen. Nou op dit punt kregen wij niets nieuws.'

Nu het geld

Scheffer: ' Maar als wij invloed willen hebben op dat proces, dan wordt daar een prijs voor gevraagd. Bonn is de enige hoofdstad in Europa die wil betalen.' Halberstadt: ' Je hoeft het niet zo erg in buitenlands-politieke termen te gieten. Het is natuurlijk in hoge mate landjepik, he, marktaandeeltje pikken. Wat de Duitsers doen, voordat wij daaraan zelfs willen denken, is zich bezighouden met de vraag wat de toekomstige markten zijn.' Hofland: ' Ga in een Oosteuropese trein zitten en je vindt tien tot twintig Duitse zakenlieden tegen een Nederlander.' Halberstadt: ' En Japanners en wat Koreanen! Alleen de Bondsrepubliek en Japan menen dat daar grote markten liggen en staan daarom met een half of heel miljard te dringen. Terwijl zij zich bezighouden met het vraagstuk van sociale vernieuwingen in Oost-Europa, zijn ze hier bezig met het vraagstuk van sociale vernieuwing tussen Amsterdam en Rotterdam. Hoewel daar wat mij betreft alleen maar iets met de trottoirs hoeft te gebeuren, maar dat terzijde.'

Hofland: 'Onze buitenlandse politiek heeft er altijd toe gestrekt dat onze vertegenwoordigingen in Oost-Europa onderbemand waren en nu praktisch tuberculeus zijn.' Halberstadt: ' Zeg, luister eens Henk, een Nederlandse ambtenaar van buitenlandse zaken produceert geen gloeilamp en ook geen pakje margarine. Dat doet het bedrijfsleven zelf. Nederland was niet geinteresseerd in Oost-Europa, dus ook het bedrijfsleven niet. Wij hebben andere markten, die waren interessanter... ' Brands: '... en betaalden beter'. Scheffer: ' Wij kennen dat veelvuldige contact niet tussen het grote bedrijfsleven en degenen die buitenlandse politiek maken. Het is al weer lang geleden dat Van Karnebeek ten val werd gebracht (1927) omdat er zakelijke belangengroepen te hoop liepen tegen een Rijn-Scheldekanaal'. Heldring: ' Waar Mussert secretaris van was'. Brands: ' Dat die naam nu weer moet vallen, hier.'

Halberstadt: ' Maar waarom zouden wij nu aan een land exclusief bepaalde regio's van Europa overlaten?' Heldring: ' Wij verdienen nu eenmaal in het kielzog van de Duitsers. Dus niet parallel, maar achter de Duitsers aan.' Halberstadt: ' Max, hoeveel contact had je nou met het grote bedrijfsleven over de grote vraagstukken waar je mee bezig was? Het is toch heel vreemd dat onze minister van financien twee weken geleden naar Oost-Berlijn reist maar niet meteen een delegatie uit het bedrijfsleven meeneemt. Daar is hij toch voor. Maar wat doen wij? Wij laten Onno Ruding in zijn eentje naar Boedapest gaan om daar het CDA op te richten'. Brands begint de bonbons en koekjes die in een schaaltje op tafel staan aan zijn buren te presenteren, eerst aan Van der Stoel en vervolgens aan Heldring.

Heldring: 'Een neutrale Mozartkugel is dat. Je eet nu een neutrale Mozartkugel. Lekker. Hij slikt het meteen in.' Hofland: 'Eine kleine Nachtmusik.' Scheffer: 'We zijn er uit.' Halberstadt: 'Inderdaad, we zijn rond.'

Nog iets ongrijpbaars

De voorzitter grijpt in. Knapen: ' Tot slot iets nog ongrijpbaarders: de cultuur. Ik las in het Hollands Maandblad vorige maand een stukje van Poll [voormalige chef kunst van deze krant, red.] en die zegt: Nederland zal economisch, geografisch, psychologisch en daarmee politiek gesproken allerminst een buitenwijk zijn in het toekomstige Europa, eerder een centrum.' Brands: ' Zo mogen wij het horen.' Knapen: ' Kunnen wij onze transitocultuur overeind houden?' Heldring: ' Niet als wij geen Duits meer kennen. Als we van alle culturen wat willen opnemen maar de taal niet kennen, dan lukt dat niet. Tenzij je televisie kijkt. Duits verstaan wij allemaal wel een beetje.'

En dan, met de oprechte verbazing van een man die in het pre-kabeltv tijdperk is opgegroeid: ' Die is niet eens zo slecht, overigens, die Duitse televisie.' Knapen: ' Dat betekent dat wij nog wat meer Duitser worden dan wij nu al zijn?' Brands: ' Welnee. Moet je nagaan wat wij allemaal doorstaan hebben. Het is een godswonder dat wij hier zitten en dit taaltje spreken. Bij de eerste keer dat er daar een grens herzien wordt... ' Scheffer: '... daar heb je Brands met zijn eeuwige teutofobie.' Brands: ' Een tweede ding is... .'

Het duurt achttien seconden, maar dan is het muntje gevallen en valt Brands zichzelf in de rede. ' Dat neem je terug, Scheffer'. Scheffer: ' Helemaal niet, ik heb namelijk het bewijsmateriaal bij me: Denkend aan Duitsland, de handleiding voor de teutofoben in Nederland.' Brands: ' Het is toch krankzinnig. Wij zitten ernaast, wij zijn de beste klant en nog een paar andere dingen. Maar de kennis van zaken over die ingewikkeldheid van het Duitse vraagstuk is uiterst miniem... ' Scheffer: '..en we zien Duitsland te veel als een homogeen geheel. De consensus die zich nu in zes weken heeft voltrokken, zou wel eens een keer opengebroken kunnen worden. Dan wordt dat het onderwerp van de komende verkiezingscampagne in de Bondsrepubliek, zonder weerga. Ik wil wel eens zien hoe de fronten dan liggen en hoe sterk die consensus is.' Heldring: ' Burgeroorlog-achtige toestanden krijg je dan'. Brands: ' Dat is wel een heel sterk woord.' Scheffer: ' Dat is interessant. Ibrahim Bohme, misschien oekomstige sociaal-democratische premier van de DDR, zegt bijvoorbeeld: waar wij mee geconfronteerd zullen worden, is een proces van overrompeling, een geforceerde eenwording waarin de verwerking van ons eigen verleden in de DDR totaal geen kans meer krijgt. Maar er zijn ook mensen die daar in de DDR naar snakken: een tweede Stunde Null, om precies dezelfde redenen waarom men in West-Duitsland na de oorlog snakte naar een volledige streep onder het verleden. Dat kan leiden tot een terugslag waarbij de broze consensus van nu breekt.'

Brands: ' I couldn't be more right met Scheffer. Kijk, daar hebben ze in het Duits een volstrekt verkeerd woord voor: Vergangenheitsbewaltigung. Niemand kan dat soort verleden bewaltigen. Maar de DDR-burgers zitten wel met twee rampen. Zij hebben nooit kans gekregen om over die Tweede Wereldoorlog te spreken. Behalve dan in DDR-termen, maar dat is een vorm van collectieve verdringing geweest: wij waren de slachtoffersstaat. En dan ook nog die veertig jaar na 1949. Daarover denkt de DDR-burger: ben ik al die tijd Jan Lul geweest?' Heldring: ' U praat alleen maar over Oost-Duitsland. Maar wat staat West-Duitsland te wachten. Misschien wel een paar miljoen Duitsers uit het Oosten en nog drie miljoen uit Rusland, Roemenie en Polen. Dat is onvoorstelbaar.' Knapen: ' Maar we kennen toch al een paar dingen uit de Westduitse geschiedenis? Bijvoorbeeld de automatische reflex van een technocratie zonder geheugen, waar grote behoefte aan is als het verleden hinderlijk is. Het Westduitse recept was de eerste tien tot vijftien jaar: hard werken en niet omkijken.' Brands: ' Dat is nu iets anders. En dan bedoel ik geenszins dat ze allemaal gaan erkennen: ik was ook soldaat in de Wehrmacht, toen ik in de DDR leefde heb ik dat alleen nooit mogen vertellen. Maar denk even aan de stroom van ongeremde nationalistische gevoelens die mee kunnen komen, zo van: nou moet het verdomme maar eens afgelopen zijn.' Halberstadt: ' Kortom, niets nieuws'.

Brands: ' Europa zou er nog wel eens een hoofdstad bij kunnen krijgen van enige betekenis.' Hofland: ' Hoe lang duurt dat nog voordat Berlijn ... ' Halberstadt: ' Twee jaar.' Alting von Geusau: ' Maar denk je niet dat omringende landen als Nederland een hefboomfunctie kunnen hebben? Want Berlijn zal in een of ander verdrag geregeld moeten worden.' Halberstadt: ' Nul komma niks. Wat een lacher! In Ottawa stonden de heren ministers van buitenlandse zaken van de Sovjet Unie en de Verenigde Staten 'smorgens elkaar wat kleine papiertje met teksten voor te frommelen. Het was al geregeld.' Halberstadt: ' Het lijkt op het proces van twee weken geleden. President Pohl van de Duitse Centrale Bank verklaarde zich dagen achtereen tegen een monetaire unie met de DDR. En op een dag verklaart hij zich ervoor en zegt: dit is te verwerken. Heb jij geinformeerd of hij over die move zijn collega's in Europa heeft geconsulteerd? Ik wel. Over ieder puntje, wat zeg ik, over iedere fractie van een puntje rentevoetverhoging of -verlaging wordt normaal overlegd via telefoonlijntjes die 24 uur per dag openstaan. En nu? Nul. De Duitsers hebben geen tijd meer.' Brands begint zijn tas alvast te pakken. Maar acht het niettemin nodig nog puntsgewijs een enkele lijn uit te zetten.

Brands: ' De vier geallieerden zijn nu geheel door de bocht. Maar het was toch een zielige vertoning dat mijnheer Mitterand na Malta nog even naar Kiev trok om tegen Gorbatsjov te zeggen: ik roep nu publiekelijk dat wij met die Duitse eenheid kunnen leven, maar als u het nog weet tegen te houden, dan zouden wij u dankbaar zijn.' Scheffer: ' Er bestaat helemaal geen consensus over. Dat is veel te makkelijk gezegd. Dat is ook de hypocrisie die men bij menig politicus vaststelt: ja, laten wij maar enthousiast zijn over het perspectief van hereniging en enthousiast applaudiseren bij wat beide Duitslanden nu doen, of beter, een Duitsland doet en eigenlijk maar een partij doet, namelijk het CDU - want het is toch onvermijdelijk.

Zelfs Van der Stoel, toch een van de minst provocatieve en meest genuanceerde gesprekspartners, begint nu verbaal om zich heen te slaan. Ook hij lijkt zich in deze fase van het debat te laten meeslepen door de fatalistische geest die over het gezelschap vaardig is geworden.

Van der Stoel: ' Over dit soort zaken zal tussen de twee Duitslanden en de vier geallieerden worden onderhandeld. Dan wordt de uitkomst op de een of andere manier geratificeerd op die top aan het eind van dit jaar. En daarmee Schluss.' Redactie Hubert Smeets

    • Red. Hubert Smeets