Sluier over begrip sociale vernieuwing opgetild

ROTTERDAM, 23 febr. - 'Geen hond wilde meer in de flats wonen. De vraag rees of het niet beter was ze maar af te breken. Alsof het aan die flats zelf lag. Uiteindelijk is besloten om in een groot, gezamenlijk project het complex weer bewoonbaar te maken. Ik zal niet zeggen: dit is nou sociale vernieuwing. Maar de aanpak was wel vernieuwend.' Als oud-burgemeester van Nijmegen kon minister Dales van binnenlandse zaken gisteren in Rotterdam voor een gehoor van gemeentelijke bestuurders een praktijkvoorbeeld geven van wat in Den Haag sinds enkele maanden sociale vernieuwing heet. Uit dat soort ervaringen moet de landelijke politiek volgens Dales lering trekken.

Om sloop van de flats te voorkomen stelde de Nijmeegse woningbouwcorporatie een huismeester aan. De politie pakte kleine criminelen op. De kelderboxen, een broeinest van kleine bendes, kregen van de brandweer een schoonmaakbeurt. De buurt werd betrokken bij het opknappen van de plantsoenen. En de jongeren die voor veel overlast hadden gezorgd, werden met cursussen op weg geholpen naar een baan. Op het door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten georganiseerde congres tilden Dales en minister-president Lubbers gisteren voor het eerst de sluier op die over het begrip sociale vernieuwing is komen te hangen. Voor CDA-wethouder K. de Vries uit Delft was het na alle ontstane verwarring een verademing. 'Het is belangrijk dat vandaag wordt afgerekend met het beeld dat de ministeriele commissie zich heeft opgesloten om sociale vernieuwing te bedenken.'

Zijn PvdA-collega uit Arnhem, G. Velthuizen, was cynischer. 'Eindelijk begrijpen ze in Den Haag hoe het zit.'

Dales erkende gisteren dat de landelijke politiek door de gemeenten op het idee achter sociale vernieuwing is gebracht. Zij onderkenden als eerste dat het 'allurebeleid', zoals Lubbers het noemde, voorbijgaat aan sommige stadswijken en groepen burgers. Vanuit de gemeenten kwamen de signalen dat regelgeving, verkokering en versnippering de aanpak van de problemen frustreerden. Daarom krijgen zij een centrale rol in wat Dales aankondigde als een 'omvangrijk maatschappelijk en bestuurlijk veranderingsproces'. Het kabinet is er nog niet helemaal uit. Wel is afgesproken niet alles meer onder het hoofdstukje sociale vernieuwing te zetten.

Er komen drie hoofdterreinen: werk, woonomgeving en hulpverlening. De hobbels die de ministers de komende twee weken nog moeten nemen worden steeds geringer in aantal en zijn voor buitenstaanders soms nauwelijks meer waarneembaar. Dales schetste de contouren van de kabinetsplannen. 'Ik stel mij voor dat een vliegende start wordt gemaakt met een groep van ongeveer dertig geselecteerde gemeenten, waar de grootste problemen zijn geconcentreerd.'

Deze gemeenten moeten in haar ogen de beschikking krijgen over een 'Fonds voor Sociale Vernieuwing' waarin op den duur het geld uit een groot aantal bestaande subsidiepotjes wordt samengebundeld. Daarnaast moet de overheid de voor deze kleine groep knellende regelgeving snel aanpassen. Later mogen van Dales ook andere gemeenten mee gaan doen.

Dales' voorkeur voor een breed fonds moet nog worden bevochten in het kabinet. 'Niet onbekend is, dat dit proces pijnlijk bestaande machtsverhoudingen blootlegt, en niet voor de eerste keer', omschreef de minister het gekibbel in de ministerraad. In de richting van haar collega's zei Dales: 'Zonder een brede opzet heeft zo'n fonds geen zin.'

Volgens een PvdA-Kamerlid is in het kabinet afgesproken dat ministers uiteindelijk alleen een regeling in eigen beheer mogen houden als ze kunnen bewijzen dat dit absoluut noodzakelijk is. Zo niet, dan verdwijnt het geld in de grote pot.

In afwijking van het verhaal van de minister van binnenlandse zaken had Lubbers 's morgens beloofd dat alle gemeenten, als ze daarvoor kiezen, aan sociale vernieuwing mogen gaan doen. De burgemeester van Grave, dr. P. Zelissen, vond dat verheugend. 'Aanvankelijk dacht ik dat sociale vernieuwing alleen goed is voor zo'n twintig tot dertig gemeenten. Maar nu kunnen wij er ook wat van opsteken.' De Arnhemse PvdA-wethouder D. van de Meeberg was minder gelukkig met de uitspraak van Lubbers. 'Als je het over het hele land uitspreidt, loopt het effect weg. Je moet het echt concentreren in de gemeenten waar de problemen het grootst zijn.'

Van de Meeberg vertolkte hiermee de angst die leeft in veel gemeenten die kampen met grote werkloosheid en stedelijke verloedering. Als honderden gemeenten kunnen putten uit een fonds voor sociale vernieuwing, moet het beschikbare geld door velen worden gedeeld. Van het inzetten van de middelen waar die het hardst nodig zijn, komt dan volgens Van de Meeberg weinig terecht. Begin volgende maand zal blijken of het kabinet naar de zorgen van de probleemgemeenten heeft geluisterd. De Arnhemse wethouders zien ook haken en ogen aan de beloning die Lubbers in het vooruitzicht stelde aan gemeenten die kans zien het aantal uitkeringsgerechtigden terug te dringen. Tien, mogelijk twintig procent van het bespaarde uitkeringsgeld mogen de gemeenten straks zelf houden. Velthuizen: 'Het creeren van werkgelegenheid is een hels karwei. Wij doen er wel van alles aan, maar in tegenstelling tot Apeldoorn verloopt het bij ons moeizaam. We hebben het gevoel dat Lubbers ons een worst voorhoudt, die wij niet kunnen pakken.' Volgens Van de Meeberg mag het kabinet niet, zoals in het verleden vaak gebeurde, na een paar jaar het experiment sociale vernieuwing stoppen om weer met andere proefbalonnen te komen. De wethouder vindt ook dat er extra middelen moeten komen wil sociale vernieuwing een succes worden.

Over dat laatste was Lubbers duidelijk geweest. 'Als we weer over extra geld beginnen, maken we een valse start.'

Velthuizen vond dat de minister-president mooi praten heeft. 'We hebben een goed fonds voor stadsvernieuwing. Nu zegt hij dat we met dat geld minder stenen moeten stapelen en meer aan sociale vernieuwing moeten doen. Maar wij leggen op de stadsvernieuwing al miljoenen bij.' Gevoel dat Lubbers ons een worst voorhoudt die wij niet kunnen pakken

    • Aukje van Roessel