Reagan gaf bevel geheime verkoop wapens aan Iran

NEW YORK, 23 febr. - De vroegere Amerikaanse president Ronald Reagan heeft onder ede verklaard dat de geheime verkoop van wapens aan Iran op zijn bevel plaatshad, in de hoop dat daardoor Amerikaanse gijzelaars zouden worden vrijgelaten. Hij zei ook dat hij steun door particulieren en vreemde mogendheden aan de rechtse guerrillastrijders in Nicaragua had aangemoedigd.

Reagan ontkende herhaaldelijk dat hij zijn ondergeschikten opdracht had gegeven de wet te ontduiken. Een wet uit 1984 verbood federale overheidsorganen steun aan de Nicaraguaanse contras te geven zonder toestemming van het Congres. Maar hij zei ook dat hij, op basis van advies van juristen, ervan uit was gegaan dat de Nationale Veiligheidsraad niet onder dat verbod viel.

De voormalige president legde de verklaringen vorige week vrijdag en zaterdag af in een besloten getuigenverhoor dat zal worden gebruikt bij het proces tegen zijn voormalige Nationale Veiligheidsadviseur John Poindexter. De video-opnames werden gisteren bekendgemaakt.

De VS verkochten in 1986 anti-tankraketten en ander wapentuig aan Iran, en de opbrengsten daarvan - die werden gedeponeerd op een Zwitserse bankrekening - werden vervolgens doorgesluisd naar de rechtse Nicaraguaanse opstandelingen. De dagelijkse leiding was in handen van Oliver North, die ondergeschikte was van John Poindexter. De laatste wordt onder andere beschuldigd van leugens tegenover het Congres.

Honderden vragen

President Reagan beantwoordde honderden vragen van de advocaat van Poindexter en de openbare aanklager. Hij leek volgens verslaggevers die de band hebben gezien helder en fit, maar zei op talloze vragen dat hij zich niets herinnerde. Zo wist hij niet meer wie John Vessey was, de voorzitter van de verenigde chefs van staven van de Amerikaanse strijdkrachten van 1982 en 1985. Door de vaagheid van de voormalige president bleven cruciale vragen onbeantwoord. Het is nog steeds niet duidelijk of hij actief de leiding heeft gehad in de hele affaire, of dat hij, als een koning, in algemene termen aangaf wat zijn wensen waren. Op hun beleefde vragen kregen de juristen geen duidelijkheid over de precieze kennis van Reagan van de activiteiten van zijn ondergeschikten.

De getuigenis van Reagan laat zo belangrijke vragen in de Iran/contras-affaire onbeantwoord. Ze kunnen misschien wel van pas komen voor de verdediging van Poindexter. Hij zal in zijn proces, dat op 5 maart moet beginnen, pogen aan te tonen dat Reagan weliswaar niet opdracht gaf tot onwettige activiteiten, maar wel instemde met de uitvoering van het Iran/contras-beleid.

    • Michiel Bicker Caarten