Provincies: gevaar voor drinkwater bij boring IJsselmeer

DEN HAAG, 23 febr. - De provincies Noord-Holland, Friesland en Flevoland vrezen voor de kwaliteit van hun drinkwater als er iets mis gaat bij boringen naar gas en olie in het IJsselmeer. Zij willen dat de ministerraad de vergunning voor proefboringen van de NAM van tafel haalt.

Die wens wordt gedeeld door de Stichting Natuur en Milieu en 19 andere belangenorganisaties, die vinden dat een van de grootste zoetwaterbekkens van Europa 'te kostbaar en kwetsbaar is om aan risico's bloot te stellen', zo zei directeur Nijhof van Natuur en Milieu gisteren tijdens een persconferentie in Den Haag.

In de zomer van 1986 hadden de provincies te laat in de gaten dat minister De Korte (economische zaken) de NAM een vergunning voor proefboringen gaf. 'We zaten doodgewoon te slapen', aldus de Noordhollandse gedeputeerde Van Gelder. De provincies kunnen nu niet veel meer doen dan bezwaren naar voren brengen bij de Planologische Werkcommissie (PWC), die minister Andriessen adviseert over de voorwaarden voor de boringen. Ze zullen overigens tot en met de Raad van State gaan om de boringen tegen te houden.

In het IJsselmeer zit vermoedelijk tussen de 25 en 50 miljoen kubieke meter gas, mogelijk in combinatie met olie. De provincies hebben de Vrije Universiteit laten onderzoeken wat de gevolgen van een spontane lozing zijn. Een gaslozing lijkt nog het minst schadelijk, al kan er benzeen in het water terechtkomen.

Een langdurige olielozing leidt er niet alleen toe dat miljoenen mensen langere tijd geen drinkwater hebben, ook de vis- en vogelstand, zoals in het Naardermeer, wordt ernstig bedreigd. Dat geldt ook voor de landbouw, die in droge tijden water uit het IJsselmeer haalt.