Overeenkomst uit 1886 verbiedt heffen tolgeld

DEN HAAG, 23 febr. - Een overeenkomst uit 1886 kan meer dan een eeuw later mogelijkerwijs voorkomen dat de overheid voor het passeren van tunnels onder het Noordzeekanaal geld aan automobilisten kan vragen.

Dat is in elk geval de hoop van de Velsense wethouder M. van Veelen die namens zijn gemeente in een brief aan de ministerraad aandacht heeft gevraagd voor afspraken die voor de aanleg van het Noordzeekanaal zijn gemaakt.

Van Veelen wijst erop dat in de concessies die tussen 1861 en 1874 aan de Amsterdamsche Kanaalmaatschapij werden verleend deze voorwaarde was opgenomen: 'bij de bruggen en overtochten, dienende tot herstel van openbare gemeenschap (...) geen tolgeld van voetgangers, beesten, voer- of rijtuigen mag worden gevorderd'.

De Staat heeft deze overeenkomst later overgenomen. Het woord 'herstel' heeft Van Veelen in zijn brief onderstreept, om aan te geven dat door het graven van het Noordzeekanaal Velsen-Noord werd afgescheiden van de rest van de gemeente, 'waardoor de eenheid van de sociale gemeenschap werd aangetast'.

Bruggen of tunnels moesten die eenheid herstellen. Volgens de wethouder wordt tot op de dag van vandaag de barrierewerking van het Noordzeekanaal gevoeld. Tolheffing zou dat alleen maar versterken. Dat is 'niet acceptabel', vindt Van Veelen. Zijn gemeente is overigens voor de bouw van de Wijkertunnel ter ontlasting van de files bij de Velsertunnel.

Het ministerie van verkeer en waterstaat heeft met enige verbazing kennis genomen van de brief. Nagegaan moet worden of het systeem van elektronisch rekening-rijden, dat het kabinet tegen het einde van de twintigste eeuw wil invoeren, onder de overeenkomst valt. Een reactie kan het departement nog niet geven. Inmiddels heeft Rijkswaterstaat een groot aantal Noordhollandse gemeenten, waaronder Velsen, uitgenodigd voor een bijeenkomst. Nader overleg over rekening-rijden is het onderwerp.