'Ongewenste intimiteiten zijn geen arbeidsrisico'

ROTTERDAM, 23 febr. - De term 'ongewenste intimiteiten' zal worden vervangen door het duidelijkere 'seksuele intimidaties'. Die verandering zal staatssecretaris Ter Veld (sociale zaken) aanbrengen in haar adviesaanvragen aan SER en Emancipatieraad. De staatssecretaris zegde dat gisteren toe op een congres in Rotterdam over juridische middelen tegen ongewenste intimiteiten op de werkplek.

De verduidelijking, voorgesteld door de Stichting Handen Thuis en het Clara Wichmann Instituut, markeert een breuk met een lange traditie om ongewenste intimiteiten juist eufemistisch aan te duiden. Vroeger werden ze gezien als een normaal onderdeel van het dagelijks leven ('just life'), betoogde de Amerikaanse hoogleraar en rechtstheoretica C. McKinnon op het congres. Nog steeds bestaat volgens haar de neiging om seksuele broeierigheid en pesterijtjes verbaal te camoufleren als een arbeidsprobleem of een kwestie van 'veiligheid en gezondheid'. Het congres, georganiseerd door Handen Thuis en het Wichman Instituut, draaide om de vraag hoe effectief de bestaande juridische middelen zijn - zoals de Wet Gelijke Behandeling, de Wet op de Ondernemingsraden en de ARBO-wet - bij voorkoming en bestrijding van ongewenste intimiteiten op de werkplek. Nederland is niet zo'n voorloper op dit gebied, meende M. Rubenstein, auteur van een EG-rapport over dit onderwerp, met gevoel voor understatement. Hij is een voorstander van bindende Europese maatregelen, maar waarschuwde de ongeveer 500 deelneemsters aan het congres dat die nog jaren op zich kunnen laten wachten. Vrouwen kunnen zich volgens hem beter 'op Den Haag richten dan op Brussel'. Rubenstein citeerde een Gronings onderzoek waaruit bleek dat meer dan de helft van de Nederlandse vrouwen wel eens met enigerlei vorm van ongewenste intimiteiten in aanraking is gekomen. 'Het gaat dus niet om geisoleerde gevallen, maar om de normale, sociale interactie. Als zodanig is het een probleem van zeer veel werkende vrouwen.'

Immoreel

Waar het begrip 'seksuele intimidatie' juridisch moet worden ondergebracht is een ingewikkeld probleem, zo bleek. Valt het onder de arbeidsvoorwaarden, dan komt het op een lijn te staan met loon, pensioen en arbeidstijdverkorting. H. Verrijn Stuart noemde dat 'haast immoreel'.

'Je kunt niet zeggen dat een werkende vrouw het risico loopt seksueel te worden geintimideerd. Seksuele intimidatie is geen arbeidsrisico'.

Ook van opname in de Wet Gelijke Behandeling verwachtte zij weinig, dit in tegenstelling tot Rubenstein. 'Een vrouw kan zich vernederd en gekwetst voelen zonder dat dit enig effect heeft op haar rechtspositie. In dat geval is er wel sprake van seksediscriminatie, maar niet van ongelijke behandeling.' Willen vrouwen juridische stappen nemen tegen lastige collega's of andere mannen die ze op de werkplek tegenkomen - in horeca, gezinsverzorging of detailhandel - dan biedt een onrechtmatige daadsactie uitkomst. Zo'n procedure heeft, met het kort geding, voor de vrouw het voordeel dat ze haar eigen definitie van seksuele intimidatie kan kiezen. Die omschrijving is een voortdurende bron van conflict. Vaak wordt eerder uitgegaan van de bedoeling van de dader dan van de beleving van het slachtoffer. Het was maar een 'grapje', de vrouw is 'overgevoelig', ze 'vraagt erom'. Hier botsen twee ervaringswerelden. 'Ik zou het zelf best leuk vinden om eens door mijn vrouwelijke collega te worden uitgedaagd', is volgens Rubenstein een veel gehoord verweer van mannen. Rubenstein vraagt dan meestal hoe de man zich zou voelen als zijn chef regelmatig suggestieve opmerkingen maakt over hun strakke pantalon, of als zijn dochter zou worden blootgesteld aan harde porno.

Het congres boog zich ook over het begrip 'goed werkgeverschap'. Dat slaat op de verantwoordelijkheid van de werkgever om een arbeidsomgeving te scheppen waarin mannelijke en vrouwelijke werknemers elkaar respecteren. Daarbij hoort het instellen van klachtenprocedures, het opstellen van een gedragscode en het trainen van werknemers. De wetsartikelen over 'goed werkgeverschap' bieden ook de mogelijkheid een (immateriele) schadevergoeding te eisen bij het niet nakomen van de erbij horende plichten.

Grootste struikelblok vormen echter in alle gevallen de straffen die op seksuele intimidatie zouden moeten staan. Ter Veld pleitte op het congres in elk geval ook voor een preventieve aanpak, door meer vrouwen aan een baan te helpen. Gebleken is immers dat de kans dat vrouwen worden lastiggevallen groter is in beroepen waarin zij een minderheid vormen, zoals de traditionele 'mannenberoepen'. Haar partijgenote, Europarlementarier M. van den Brink formuleerde het probleem ten slotte in minder juridische termen: 'Seksuele intimidatie is geen stokpaardje van eeuwig zeurende feministen. Het is een politiek vraagstuk'.

    • Caroline van Dullemen