Ondernemers blijven de sandinisten wantrouwen

MANAGUA, 23 febr. - Vele verbouwereerde Nicaraguaanse telefoonabonnees werden de afgelopen tijd verrast door de sandinistische president en kandidaat van het Frente Sandinista. 'Hallo, hoe maakt u het? U spreekt met Daniel Ortega.' Uiteindelijk bleek het tot teleurstelling of opluchting van de luisteraars te gaan om een presidentieel bandje, dat in het kader van de verkiezingscampagne voor de algemene verkiezingen van zondag massaal werd afgedraaid in telefooncentrales. 'Ik heb met u gestreden voor een eerlijke en duurzame vrede, gebaseerd op onze rechten als vrije en soevereine natie', aldus de sandinistische leider. 'Als u op mij stemt, garandeer ik u vrede en gaat de Nicaraguaanse familie een nieuwe periode van rust en economische welvaart tegemoet.' Het valt inderdaad moeilijk te ontkennen dat de weg naar meer welvaart of minder verpaupering in Nicaragua loopt via vrede met de contra-rebellen en de Verenigde Staten. En de kans daarop lijkt nu groot. Als de aanstaande verkiezingen door de buitenwereld immers als vrij en eerlijk worden erkend - en de opmerkingen die de vele buitenlandse waarnemers tot nu toe over het electorale proces maakten wijzen daar sterk op - vervalt immers het voornaamste argument voor Washingtons harde houding tegenover Managua: het gebrek aan democratie in dat land.

De Nicaraguaanse economie zal zonder meer van een drukkende last worden bevrijd als de Amerikaanse economische boycot vervalt - de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Baker zinspeelde deze maand in de Senaat duidelijk op die mogelijkheid - en de contrarebellie de laatste adem uitblaast. Maar als de sandinisten zondag winnen, wat een zeer reele mogelijkheid is, blijft er nog een formidabele barriere op de weg naar hernieuwde economische groei: het sterke wantrouwen tegenover het sandinistische economische beleid van degenen die de financiele middelen hebben - de Nicaraguaanse ondernemers.

Voor de meesten is Nicaragua nog altijd geen land waar je je geld insteekt. Een Duitse handelaar die getrouwd is met een Nicaraguaanse zei me in Managua: 'Het is een schitterend land, ik zou graag een stuk grond kopen en hier aan de slag gaan. Maar er is geen zekerheid. Ze kunnen je bezit zo afpakken'.

De problemen tussen de sandinisten en de ondernemers zijn al zo oud als de revolutie. Hoewel het sandinistische regime officieel borg staat voor een 'gemengde economie' waarin de particuliere-sector een sleutelrol zal blijven spelen, was de praktijk vaak anders. Sommige bedrijven werden 'om politieke redenen' genationaliseerd, er kwamen landhervormingen zonder redelijke compensatie, sterk egalitaire fiscale maatregelen en ingrijpende handelsbeperkingen.

In feite wierp de sandinistische staat zich op als de centrale arbiter van het economisch leven. De reactie van de Nicaraguaanse ondernemersklasse, die gewend was aan optimale vrijheid en nooit uitblonk door overmatig sociaal gevoel, liet zich samenvatten in een woord: vlucht. Vlucht van kapitaal, van goederen en van mensen: vele ondernemers maar ook artsen en ingenieurs vertrokken naar de Verenigde Staten.

Vooral het laatste jaar probeerde de regering van president Ortega de scherpe kanten van de vete met de ondernemers af te slijpen en hun vertrouwen te winnen. Het alternatief is immers blijvende economische stagnatie. De staatsfinancien werden dus grondig gesaneerd, er kwam een serieuze inflatiebestrijding op gang en de regering sprak met groeiende nadruk over de prominente rol die er voor de particuliere ondernemers is weggelegd. Zelfs vonden er enkele gesprekken plaats tussen de anti-sandinistische centrale werkgeversorganisatie Cosep en de sandinistische regering om tot een soort sociaal-akkoord (concertacion) te komen.

Veel haalde het nog niet uit. De Nicaraguaanse kapitalisten blijven vooralsnog vergeefs pleiten voor grotere vrijheden en voor een beperking van de greep van de staat op de economie. Ook hopen zij natuurlijk vurig dat de conservatieve Nationale Oppositie Eenheid (UNO) van presidentskandidate Violeta Chamorro zal winnen. Dan worden hun economische eisen immers direct ingewilligd.

Maar als de sandinisten winnen en Daniel Ortega nog eens zes jaar president wordt? Het Frente Sandinista gaat daar natuurlijk zonder meer van uit, en deze week begon het sandinistische partijblad Barricada een opvallende campagne voor 'een nieuwe relatie Cosep-regering' in een sandinistische toekomst zonder oorlog. 'Een jaar geleden', schreef het blad maandag in een paginagroot artikel, 'was het nog prematuur om over een klimaat van respect te spreken tussen de Cosep en de sandinistische leiders. Temidden van een militaire confrontatie en een overlevingsstrijd was er geen ruimte voor vertrouwen.'

'Maar', zo vervolgde Barricada, 'welk land in de wereld dat een extreme militaire inspanning moet leveren voor de verdediging van zijn soevereiniteit, breidt in volle oorlogstijd zijn interne democratie uit, bevrijdt zijn economie en decentraliseert de staatsmachten? Geen een. Zonder de problemen, de excessen en de fouten te ontkennen die het gevolg waren van een defensieve houding en van de overlevingsstrijd van het sandinisme, is het zeker dat de samenleving die de revolutie voor ogen staat is gebaseerd op economisch en politiek pluralisme '.

Waarna de spreekbuis van de sandinisten de Cosep-ondernemers opriep tot overleg 'om een solide basis voor verzoening te vinden'. Zit dat er in? Tijdens een gesprek in zijn hoofdkantoor in Managua toont Cosep-president Gilberto Cuadra zich niet echt onder de indruk. Hij zegt: 'Wij hebben tien jaren vergeefs voor meer economische vrijheid en respect voor de marktprincipes gestreden. Eerst werden wij genegeerd als klassevijanden. Toen kwamen er mooie woorden en beloften. Die zeggen ons niets meer. De regering kan ons alleen overtuigen met feiten.' Welke feiten? Cuadra, de voornaamste economische adviseur van presidentskandidate Chamorro van de oppositionele UNO, zegt: 'Allereerst moeten wij afwachten of de verkiezingen eerlijk verlopen. Dan moet er een liberalisering komen van de interne en externe handel die nu goeddeels in staatshanden is met alle verkwisting, misbruik en privileges van dien. Verder moeten de boeren kunnen verbouwen wat zij willen. Nu dicteren de genationaliseerde banken dat als voorwaarde voor kredietverlening. Ook moet er naast het genationaliseerde bankwezen weer ruimte komen voor particuliere banken'. Maar het belangrijkste blijft voor de Nicaraguaanse werkgeversleider het scheppen van een juridisch kader dat de privesector vertrouwen biedt. Cuadra legt uit: 'Dat ontbreekt nu. Verscheidene collega's van de Cosep raakten hun bezit kwijt na het houden van een anti-sandinistische toespraak. Nog vorige week dreigde president Ortega tijdens een verkiezingstoespraak in Masaya de woning van (oppositiekandidate) Violeta Chamorro te onteigenen om er een kindertehuis van te maken. Zoiets is onverantwoord en onaanvaardbaar.' Wat vindt u van sandinistische beschuldigingen dat de Cosep terug wil naar de goede oude tijden van dictator Somoza? Cuadra heft de handen en roept: 'Propaganda. De ondernemers hadden het juist zwaar te verduren onder Somoza, die zich van alles toeeigende. Velen streden samen met de sandinisten tegen de dictator. Wat wij nu nodig hebben is geen achterhaalde ideologie die overal blijkt te falen, maar een moderne sociale markteconomie die welvaart produceert.'

    • Ferry Versteeg