ndergrondse harde verkiezingsstrijd in Rusland

LENINGRAD, 23 febr. - Zeven kandidaten voor de parlementsverkiezingen voor de Russische republiek, op 4 maart, ontvangen hun kiezers in de aula van een muziekschool in een buitenwijk van Leningrad. Zeven mannen met zeven fragmentarische verkiezingsprogramma's, die voor de doorsnee kiezer niet of nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn. Bescherming van culturele monumenten, ecologie, economische hervormingen, einde aan de partijdictatuur, meer geld voor invaliden, strijd tegen haat tussen de volkeren, de meeste programmapunten zijn al cliches geworden voordat ze zijn uitgesproken. In de zaal zitten een kleine honderd buurtbewoners, dat is een grote opkomst. Ze reageren lauw.

Het gaat niet goed met de verkiezingscampagne in de Russische republiek. Vorig jaar, tijdens de verkiezingen voor het Volkscongres, was er sprake van een echte politieke strijd. Toen hadden de verkiezingen zin: door massaal de namen van communistische kandidaten weg te strepen toonden de kiezers voor het eerst openlijk hun afkeer van de partij. Inmiddels is 'Alle macht aan de Sovjets' opnieuw een leuze geworden en de campagne voor de verkiezingen van de Russische Opperste Sovjet en de gemeenteraden futlozer dan ooit. De mensen kennen de kandidaten niet, de opkomst voor verkiezingsbijeenkomsten is heel laag en gebrek aan politieke ervaring speelt menige kandidaat parten.

Vijfendertig zetels krijgt Leningrad in het Russische parlement en er zijn 400 plaatsen in de gemeenteraad. Het Leningradse Volksfront heeft voor elke zetel een of meer kandidaten, maar de partij heeft er aanzienlijk meer. Toch hoopt Marina Salier, een van de leiders van het Volksfront en zelf kandidaat voor de Opperste Sovjet, dat de democratische krachten de partij opnieuw zullen verslaan. Partijsecretaris Boris Gidaspov heeft zich volgens haar voortijdig uit de strijd teruggetrokken omdat het Volksfront hem met sterke concurrenten tot in drie verschillende wijken heeft achtervolgd. Toen heeft hij de eer aan zichzelf gehouden en zijn kandidatuur ingetrokken. Apathie

Salier wijt de apathie van de kiezers aan het gebrek aan informatie en stelt daarvoor de kiescomites verantwoordelijk, die de kandidaten moeten voorzien van propagandamateriaal en bijeenkomsten moeten organiseren met kiezers. Daarnaast wordt de teleurstelling over het uitblijven van welk concreet resultaat dan ook voor de bevolking steeds sterker voelbaar. In Leningrad wordt, in navolging van de Baltische republieken, een paspoortsysteem ingevoerd om te voorkomen dat niet-Leningraders de winkels leegkopen. Salier: 'De verkiezingsstrijd is ondergronds gegaan, maar harder geworden. Vorig jaar speelde alles zich op straat af, alles was zichtbaar, maar deze keer heeft de partij zich terdege voorbereid'.

Vorig jaar liet de Leningradse partij zich verrassen door de buitengewoon effectieve anti-partijcampagne van de progressieve actiegroepen, die zich hadden verenigd in de groep Democratische Verkiezingen. De verpletterende nederlaag voor de communisten leidde tot het ontslag van praktisch de gehele partijtop, inclusief politburo-lid Joeri Solovjov, die vorige week door zijn opvolger Gidaspov met goed gevoel voor timing haastig uit de partij is gezet wegens de onrechtmatige aankoop van een Mercedes voor het futiele bedrag van 9.000 roebel.

Gidaspov, vroeger directeur van een groot chemisch wetenschappelijk instituut, werd door Gorbatsjov zelf op de troon gezet, een stap die tot nu toe voor Salier onbegrijpelijk is. Hij ontpopte zich immers al snel als iemand die gokt op een traditionele communistische renaissance en maakte zich impopulair bij de bevolking door deel te nemen aan een massale, grotendeels georkestreerde bijeenkomst van conservatieve communisten, die het politburo ter verantwoording riepen voor wanbeleid. Gidaspov heeft daarna snel gas teruggenomen, maar lijkt nog steeds te gokken op de arbeidersklasse en een gematigd rechts populisme. Zelf noemt hij zich overigens iemand die links van het midden staat. Hij mag daarbij graag de speciale rol van Leningrad onderstrepen, de bakermat van originele ideeen die later door het hele land worden overgenomen.

Incompetent

Gidaspov, gezeten in zijn grote werkkamer in het Smolny-instituut, het partijhoofdkwartier, is niet bang voor een verkiezingsnederlaag voor de communisten en denkt zelf dat hij zou hebben gewonnen. Zijn terugtreden verklaart hij gewoon uit het feit dat een parlementaire loopbaan niet met zijn partijleiderschap te combineren valt. Hij ziet zijn vrouw nu al zelden of nooit. 'Het enige waar ik bang voor ben is dat er incompetente mensen worden gekozen in de Sovjets, waarop wij al onze hoop hebben gesteld. Dat is een reeel gevaar, veel mensen weten absoluut niet wie hun kandidaten zijn.' Over een ronde-tafelgesprek met de verschillende belangengroeperingen in Leningrad wil Gidaspov best denken, maar zoiets moet langdurig worden voorbereid, want anders zal het geen vruchten afwerpen. Zijn politieke prognose is dat de leiders van het Volksfront zich langzamerhand constructiever zullen opstellen, maar hij waarschuwt tegen massabijeenkomsten en stakingen die niet alleen economische, maar ook morele schade berokkenen. 'Ik vrees erg voor mensenlevens', zegt Gidaspov die zich er tijdens de demonstratie in Moskou op 4 februari van heeft overtuigd dat 'de leiders van de demonstratie de situatie niet onder controle hadden en niet in staat zijn de veiligheid van de mensen te garanderen'. Volgens Marina Salier horen dit soort waarschuwingen bij de stemmingmakerij waaraan de partij zich aan de vooravond van de verkiezingen schuldig maakt. 'Ze stellen het bijna zo voor alsof het Volksfront het Smolny wilde bestormen, terwijl wij op 25 februari alleen maar een vreedzame demonstratie wilden organiseren.'

Maar als zij zich overgeeft aan dagdromen, zegt ze, dan ziet ze het volgende scenario voor zich: een democratische meerderheid in de gemeenteraad, dan de macht van de partijcomites overnemen, de financien van alle maatschappelijke organisaties (dus ook de rijke partij) saneren en de partij uit haar paleizen en gebouwen zetten. Salier geeft overigens wel toe dat in de overgangsperiode naar een parlementaire democratie met de partijfunctionarissen zal moeten worden samengewerkt omdat het niet eenvoudig zal zijn om politieke partijen op te richten die het machtsvacuum kunnen opvullen. Salier is zelf onlangs uit de partij getreden en loopt met plannen rond om een Democratische partij op te richten. 'Als het partijcongres niet radicaal breekt met het verleden kun je de partij gevoeglijk afschrijven. De linkervleugel zal zich dan afscheiden en een sociaal-democratische partij oprichten. Hadden ze dat maar eerder gedaan, dan hadden we al lang een meerpartijensysteem gehad!'