Huib Schreurs verruilt na veertien jaar Paradiso voor De Beurs; De koster van Paradiso neemt afscheid

Na ruim veertien jaar het gezicht te hebben bepaald van de hoofdstedelijke pop- en cultuurtempel Paradiso is directeur Huib Schreurs overgestapt naar de Beurs van Berlage. Hij blijkt geen overjarige hippie te zijn, maar eerder een cultuurfilosoof. 'Communisme, feminisme, al die -ismen: Paradiso was de plek waar de strijd zich afspeelde.' Hij had nooit gedacht, dat zijn eerste baan ruim veertien jaar zou duren. Laat staan, dat hij daarmee in Amsterdam en daarbuiten een begrip zou worden. Deze week is Huib Schreurs (41), tot voor kort directeur van het centrum van popmuziek en cultuur Paradiso, begonnen aan zijn tweede baan, nu als directeur van de Stichting De Beurs van Berlage. 'Als je Paradiso binnenkomt, die lucht van zweet, shag en verschaald bier... Die zal ik zeker missen.' Van kerk tot tempel van popmuziek en stickies: zo staat Paradiso bekend. Nu blijkt de voormalige directeur nooit een hartstochtelijke liefhebber van deze muziek te zijn geweest, en zijn ervaring met drugs reikt ook niet verder dan als tiener een keertje proberen. 'Toen ik er kwam werken, speelde ik weliswaar in een bandje, maar een kenner van popmuziek ben ik nooit geworden. Eigenlijk was ik vooral geinteresseerd in wat die muziek voor al die andere mensen betekende. Het maatschappelijke verschijnsel, zeg maar. 'Nu zijn tentoonstellingen en beeldende kunst enorm populair, invloedrijk zelfs. Ik vraag me dan af: hoe komt dat? Wat betekent het, dat men zich en masse op het beeld stort? Van muziek kan ik me dat persoonlijk beter voorstellen, want die lijkt een directer claim op je emoties te doen.'

Door de jaren heen heeft Schreurs zich niet zozeer als deelnemer opgesteld bij alles wat langs Paradiso is getrokken, maar meer als toeschouwer met belangstelling voor verandering. 'Vreemd eigenlijk: thuis word ik ontzettend zenuwachtig als er maar iets in mijn kamer verandert.' Over zijn plannen voor de Beurs van Berlage, waar nu geregeld tentoonstellingen over architectuur en design worden gehouden, kan hij nog niet zo veel zeggen. 'Vooropstaat dat het gebouw goed moet worden gebruikt. De traditie die daar inmiddels op het gebied van de architectuur bestaat, moet absoluut worden doorgezet. Met dat vakgebied heb ik mij tot nu toe niet echt geengageerd, maar net als in Paradiso zal het mij niet zo zeer om de verschijnselen zelf gaan als om hun culturele betekenis. Natuurlijk ben ik bang geen ideeen te hebben, maar ik troost me met de gedachte, dat ik het in Paradiso ook niet meteen allemaal wist. Ik ben er nieuwsgierig naar, 't is zoiets als het uitpakken van een cadeautje.'

Geen relikwie

Schreurs spreekt geregeld over zichzelf als 'zaalhouder', maar zijn werk bij Paradiso hield wel wat meer in. Het is zonder meer een van zijn grote verdiensten dat hij en de andere medewerkers, ondanks het feit dat ze er allemaal lang werken, niet verstoft zijn geraakt maar oog en oor hebben gehouden voor nieuwe ideeen, trends en vraagstukken. Paradiso is misschien ontsproten aan de jaren zestig, maar is er geen relikwie van geworden. 'We hadden ook met een heel gewone programmering kunnen volstaan, ' zegt Schreurs. 'Een dwingende noodzaak om in Paradiso maatschappelijke veranderingen op te pakken, was er niet. Als zaalhouder heb je voor een leuke avond genoeg aan een controversiele stelling: je hoeft niet de Waarheid te treffen.' In tegenstelling tot de Paradiso-bezoekers wordt hij niet door onrust het nachtleven in gedreven. 'Ik constateer dat veel mensen die drang wel hebben. Ze willen knokken, of hun maatschappelijke status te verhogen, of zich van andere groepen afzonderen. Wij zaalhouders moeten zich buigen over de klemmende vraag, welke smoezen we ze kunnen bieden om daarvoor samen te komen.' Schreurs, zelf ex-katholiek, ziet in dit groepsgewijs samenkomen een terugkeer naar het rituele, het sacrale. 'We hebben een serie lezingen op zondagochtend gehouden, waarbij de gastspreker als het ware de preek hield en ik de rol van koster op me nam. Die beviel me uitstekend. Als generatie van de jaren zestig waren we geneigd alle rituelen overboord te gooien, maar langzaam ontstaan er nieuwe. Wij, althans ik, waren geneigd tot pesten, tot het ridiculiseren van de rituelen van groepen. Daar kom ik nu een beetje van terug.'

Het was Schreurs' idee om twee keer in Paradiso, een voormalige kerk, een hoogmis op te voeren als serieus theaterstuk, compleet met gewaden, wierook en Maria- en Christusbeelden die nu bij hem thuis staan. Het witte neonkruis dat jarenlang zachtjes heen en weer heeft gewiegd op het dak van de poptempel heeft Schreurs samen met beeldend kunstenaar Jeroen Henneman ontworpen. Het ligt nu op zolder op een liefhebber te wachten die er een geschikte plek voor heeft.

Bitter

Een van de 'veranderingen' die Schreurs noodgedwongen heeft meegemaakt, is de opkomst rond 1978 van geweld bij bepaalde soorten muziek. 'Je voelde dat die golf eraan kwam. Voor mij was dat de schrik van m'n leven, want voor mijn generatie is dat nog altijd een taboe. Al het gelijk van je visie op de wereld, al jouw principes van rechtvaardigheid en moraal blijken door anderen niet te zijn opgepakt. Toch kun je als zaalhouder niet werkeloos staan toekijken hoe iemand in elkaar wordt geslagen. 'Het geweld begon bijna als een grapje, ergens had het nog iets vrolijks dat de pisbakken in elkaar werden geslagen. Als staf dachten we in begin: 'ach, moet kunnen'. En bij punkmuziek hoorde dat agressieve dansen. Maar plotseling sloeg het om en werd het allemaal hard en bitter. 'Ons beleid was ervoor te zorgen dat we het nooit van het publiek verloren. Dat betekende enorme hoeveelheden mensen inzetten en veel door de zaal lopen: voortdurend die sociale controle laten voelen, ingrijpen voordat het escaleert. Daardoor wist ik jarenlang precies wie er naar welke concerten in Paradiso kwamen. Heel interessant, al die soorten publiek. Zo maak je van de nood een deugd. 'Ach, die toestanden horen erbij. Door al die spanningen is de club medewerkers ook heel solidair en gezellig geworden, je gunt elkaar veel. Er komt weinig ideologie aan te pas. Communisme, feminisme, al die -ismen hebben geen enkele rol gespeeld in Paradiso: dat was juist de plek waar de strijd zich afspeelde. Als je zo dicht op de maatschappelijke feiten wordt gedrukt word je er vanzelf minder strikt in.'

'Ik merk dat ik nu bijna vaderlijke gevoelens koester tegenover mensen die ik door de jaren heen via Paradiso heb gevolgd, de kleine punkers die nu volwassen mensen zijn geworden. Dan vraag ik me wat hun toekomst zal zijn, of ze een baantje vinden, of ze gelukkig zijn, of ze trouwen. Het verbazende is dat er ook mensen zijn die hetzelfde blijven, de cultuur die ze in hun jeugd hebben opgedaan trouw blijven. Ze zullen sterven met dat ene liedje van die ene band op hun lippen.'