Half miljard voor windenergie

ROTTERDAM, 23 febr. - De gezamenlijke electriciteits-distributiebedrijvenzullen in de komende vijf jaar voor vijfhonderd miljoen gulden investeren in de ontwikkeling en toepassing van windenergie. De voorzitter van de Taakgroep Wind van de de Vereniging van Exploitanten van Electriciteitsbedrijven in Nederland (VEEN), ir. W. K. Wiechers, heeft dit gisteren bekendgemaakt op de Nationale Windenergie Conferentie in Lunteren.

De VEEN wil met de investering de toepassing van windenergie een belangrijke impuls geven. In het 'Windplan 1990-1995' wordt ernaar gestreefd de komende vijf jaar windmolens met een gezamenlijk vermogen van 250 megawatt (MW) te bouwen. Voor dat doel wordt gezocht naar een windturbine van ongeveer 250 - 300 kilowatt, die in serieproduktie leverbaar is. Eerder werd tijdens de Conferentie het belang van serieproduktie voor het rendement van de windenergie onderstreept. Serieproduktie kan de nu nog relatief hoge kosten van windturbines terugdringen en zo de toepassing van windenergie in de toekomst rendabel maken.

In de investering van de VEEN is geen geld bestemd voor de ontwikkeling van bruikbare grote turbines met een vermogen van een megawatt. Volgens Wiechers moet de stimulering van de serieproduktie de fabrikanten de ruimte geven voor de ontwikkeling en de kwaliteitsverbetering van deze grote turbines.

De kosten van windenergie blijken nog steeds hoger te liggen dan de aankoop van kilwatturen electriciteit bij de electriciteits-produktiebedrijven. Wiechers gaf aan dat daarom vooral principiele redenen de VEEN tot de investering hebben aangezet. Het inzetten van windenergie beperkt de uitstoot van schadelijke stoffen als kooldioxyde, zwaveldioxyde en stikstofoxyden, het bespaart brandstoffen en het past in het spreidingsbeleid van energiebronnen, gericht op de vermindering van afhankelijkheid. Bovendien zou het op termijn tot kostenbesparing kunnen leiden als de prijzen van (fossiele)brandstoffen verder stijgen.