epark

Worden de toegangswegen tot het Haagse Binnenhof verbeterd? We weten het niet, maar in elk geval zei minister Maij-Weggen gisteren in de Tweede Kamer wel de bereikbaarheid van 'grootschalige attractieparken' te willen bevorderen. Ook gisteren leverde de begrotingsdiscussie over verkeer en waterstaat attracties op voor liefhebbers van het parlementaire debat. Een assertieve minister, in het nauw gebracht door een spervuur van interrupties van vriend en vijand - heeft de minister nog veel politieke vrienden over? - zorgde voor een ongewone belangstelling in de vergaderzaal, op de tribunes en elders. In de loop van de avond aanvaardde de Kamer de begroting van verkeer en waterstaat, maar dat was een formaliteit - al 70 jaar is er geen begrotingshoofdstuk meer verworpen.

Het is inmiddels wel de vraag of het politieke prestige van de in haar schijnbare scherpte oh zo kwetsbare minister is versterkt. Wanneer zelfs een intelligent, redelijk en gematigd beoordelaar als de GPV'er Schutte opmerkt dat het persoonlijke krediet van de minister nog niet in voldoende mate aanwezig is - althans nog moet worden opgebouwd - dan geeft zoiets wel stof tot nadenken.

De minister zal een belangrijk woordje van slechts vier letters alsnog in haar woordenboek moeten opnemen; dat woordje is 'tact'. Noch in de parlementaire sfeer, noch daarbuiten kan men alles zeggen wat men wil, ook al is het misschien van a tot z waar. De Nederlandse volksvertegenwoordiging is sinds 1848 geen schijnparlement, tegenover welke ministers zich van alles en nog wat kunnen permitteren, maar een instituut dat is toegerust met reele bevoegdheden, waarmee ministers terdege rekening hebben te houden, wil het niet slecht met hen aflopen. (Het Europees Parlement, waar mevrouw Maij-Weggen haar politieke ervaring in de afgelopen tien jaar opdeed, heeft nog onvoldoende reele bevoegdheden). Een bepaalde mate van tactloosheid tegenover de Kamer kwam gisteren onder meer tot uiting in een opmerking van de bewindsvrouwe over 'gemillimeter' bij het vraagstuk van de vaste oeververbinding onder/boven de Westerschelde. Het was een politieke geestverwant van de minister, het CDA-Kamerlid Hennekam, die daarover in woede ontstak en meende dat een minister 'die hier net binnenkomt' het parlement niet zo behoorde toe te spreken. Misschien bevorderde de minister - bedoeld of onbedoeld - het dualisme tussen regering en parlement, maar dat deed zij dan wel op een niet erg elegante manier.

Verwees de minister in de eerste ronde van het debat de VVD-fractie gebrek aan visie, haar eigen visie gaf in elk geval nogal wat inconsistentie te zien. Hoe zit het bijvoorbeeld met de vijf tunnels die er volgens de minister in beginsel in de Randstad zullen bij komen en de financiering daarvan? Het lid Lankhorst (Groen Links), evenals Wolffensperger (D66), Jorritsma (VVD) en anderen uitstekend op dreef, stelde de spitse vraag of de tunnelbouw niet doorgaat als er geen Kamermeerderheid voor het rekening-rijden is. De minister kon geen andere financieringsbron noemen. Het Kamerlid Castricum (PvdA) was gisteren ongetwijfeld het minst onvriendelijk tegenover de minister. Als coalitiegenoot sprak hij zijn vertrouwen in de minister uit en scheen hij zich erbij neer te leggen dat er geen 'trendbreuk' ten aanzien van het autoverkeer komt.

De Kamer ging gisteravond met krokusvakantie terwijl minister Van den Broek (buitenlandse zaken) nog een aantal vragen over de Duits-Duitse hereniging moest beantwoorden.

    • Mr. B. C. L. Waanders